Examenvoorbereiding

Examenvoorbereiding- 2025 
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Examenvoorbereiding- 2025 

Slide 1 - Slide

De kandidaat kan:
 vaststellen tot welke tekstsoort een tekst of tekstgedeelte behoort;
 de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven;
 relaties tussen delen van een tekst aangeven;
 conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de auteur;
 standpunten en soorten argumenten herkennen en onderscheiden;
 argumentatieschema’s herkennen;
 een betogende tekst of betogend tekstgedeelte op aanvaardbaarheid beoordelen en in deze tekst drogredenen herkennen;
 teksten en tekstgedeelten beknopt samenvatten.

Slide 2 - Slide

Waar vind je de informatie voor het
CE Nederlands vrijdag 9 mei?
A
Magister
B
Examenblad.nl
C
https://www.examenblad.nl/2025/vwo/vakken/talen/nederlands-vwo

Slide 3 - Quiz

Waar let je op als je snel wilt bepalen waar een tekst over gaat?
De titel
De layout
inleiding en slot
tussenkopjes
illustraties
lettertype

Slide 4 - Poll

Als je intensief en analyserend leest, maak je bij voorkeur gebruik van.....
A
een markeerstift
B
nog een markeerstift
C
een extra markeerstift
D
een reservemarkeerstift

Slide 5 - Quiz

Wat is bij een betoog de hoofdgedachte?

Slide 6 - Open question

Noem enkele tekstdoelen

Slide 7 - Mind map

Welke mengvorm is juist?
A
Een uiteenzettende tekst met uiteenzettende elementen
B
Een beschouwende tekst met betogende elementen
C
Een betoog met betogende elementen
D
Een informerende tekst met betogende elementen

Slide 8 - Quiz

De meeste teksten bestaan uit drie delen. Welke?

Slide 9 - Open question

Op welke manier trekt de inleiding de aandacht van de lezer?

Slide 10 - Open question

Welke woorden zijn belangrijk - naast signaalwoorden?
A
Functiewoorden
B
Aanwijzende voornaamwoorden
C
Voegwoorden
D
geen idee

Slide 11 - Quiz

Welke basisstructuren zijn er voor argumentatie?
A
meervoudige, nevenschikkende en dubbele argumentatie
B
meervoudige, onderschikkende en geen argumentatie
C
enkelvoudige, nevenschikkende en onderschikkende argumentatie
D
oorzaak -gevolg, voor- en nadelen, autoriteit

Slide 12 - Quiz

Wat is het verschil tussen een argumentatiestructuur en een argumentatieschema?

Slide 13 - Open question

Aanvaardbaarheid van de argumentatie moet ik op het CE kunnen beoordelen.
A
Ja dat wordt me nu duidelijk
B
Ja dat is me duidelijk
C
Kennelijk
D
Dank, maar ik wil dit meer oefenen

Slide 14 - Quiz

Geef een voorbeeld van een vals dilemma.

Slide 15 - Open question

Onderwerpen die de laatste jaren vaak aan de orde komen in de examenteksten:
 Filosofische/ethische onderwerpen (normen en waarden, dierenrechten, milieu: stikstof, zeespiegelstijging, kernenergie, emancipatie), wetenschap, onderwijs, talen, geld, overheidsfinanciën, tv-programma’s, kunst en kunstbeschouwing, digitale (sociale) media, kunstmatige intelligentie, psychologie.

Slide 16 - Slide

De bronnen die gebruikt worden zijn vaak (nog) afkomstig uit:
de Volkskrant, NRC-Handelsblad, Trouw, De groene Amsterdammer, Elsevier, HP/De Tijd. 
Tegenwoordig zitten er ook teksten of tekstfragmenten bij die afkomstig zijn van digitale media, zoals De Correspondent. Ook twitter (x) wordt wel verwerkt.

Slide 17 - Slide

Timemanagement
Duurt het beantwoorden van een vraag te lang omdat je er (nog) niet uitkomt, markeer dan in de kantlijn op je antwoordblad deze vraag duidelijk en ga eerst door met de volgende vragen om tijdnood aan het eind te vermijden. De laatste vragen van het examen zijn vaak veel punten waard die je niet wilt mislopen.

Slide 18 - Slide

Belangrijke tip
Blijf in de antwoorden die je geeft op de vragen zo dicht mogelijk bij de formuleringen die in de tekst worden gebruikt. 

Slide 19 - Slide

Volledige zin = volledige zin
Het is kandidaten niet toegestaan telegramstijl te gebruiken of verkort te citeren bij vragen waarbij in volledige zinnen moet worden geantwoord. Voor een antwoord dat geheel in
telegramstijl of als verkort citaat is weergegeven, dienen geen scorepunten te worden toegekend.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Wat vind jij een domme fout?
A
Het verkeerd overschrijven van woorden uit de tekst.
B
Een eigen antwoord formuleren dat niet in de tekst staat.
C
Een vraag overslaan.
D
Een woordenboek vergeten.

Slide 22 - Quiz

Welke hoofdstukken uit de methode kan ik ter voorbereiding gebruiken?
A
Op Niveau (de hoofdstukken leesvaardigheid en argumenteren)
B
Op Niveau (alles van punt A plus het onderdeel beeldspraak en het hoofdstuk examen)
C
De examenbundel en de vernieuwde examenvragen die je kunt vinden op examenblad
D
Alle hier genoemde stof plus formuleren en spelling

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Slide

Nu gaan we oefenen...

Slide 25 - Slide