Lesson 6 - IE prep - Presentation

Welcome!
1 / 37
next
Slide 1: Slide
EngelsMBOStudiejaar 2

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Welcome!

Slide 1 - Slide

instellingsexamen

SPEAKING

and

WRITING

Slide 2 - Slide

2RSBa
donderdag 27 maart: proef schrijfexamen

donderdag 3 april: SCHRIJF EXAMEN 

Bij beide aanwezigheid VERPLICHT

Slide 3 - Slide

2MIa + 2MBb + 2MBa
vrijdag 28 maart: proef schrijfexamen in les

vrijdag 4 april: SCHRIJF EXAMEN        10.30 -13.00

Bij beide aanwezigheid VERPLICHT

Slide 4 - Slide

GOALS
- you start your preparations for the 2 exam speaking tasks

- you pick a level for your exams: A2 or B1

Slide 5 - Slide

About last week?
Grammar: plurals


Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Speaking
Instellingsexamen

A2 - B1

Slide 8 - Slide

A2

Kan een reeks uitdrukkingen en zinnen gebruiken om in eenvoudige bewoordingen familie en andere mensen, leefomstandigheden, opleiding en mijn huidige of meest recente baan te beschrijven. 


B1

Kan uitingen op een eenvoudige manier aan elkaar verbinden, zodat ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities kunnen worden beschrijven.

Kan in het kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen. Kan een verhaal vertellen of de plot van een boek of film weergeven en zijn reacties beschrijven.
  


Slide 9 - Slide

Speaking prep
Open the assignement in Teams
Make sure you pick the right level (A2 or B1)

Start your speaking preparations

Slide 10 - Slide

Conversations
Instellingsexamen

A2 - B1

Slide 11 - Slide

A2

 Kan communiceren over eenvoudige en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie over vertrouwde onderwerpen en activiteiten betreffen. 

Kan zeer korte sociale gesprekken aan, alhoewel hij gewoonlijk niet voldoende begrijpt om het gesprek zelfstandig gaande te houden.


B1
  
Kan de meeste situaties aan die zich kunnen voordoen tijdens een reis in het gebied waar de betreffende taal wordt gesproken.

 Kan onvoorbereid deelnemen aan een gesprek over onderwerpen die vertrouwd zijn, of zijn persoonlijke belangstelling hebben of die betrekking hebben op het dagelijks leven (bijvoorbeeld familie, hobby’s, werk, reizen en actuele gebeurtenissen).

Slide 12 - Slide

TED.ed
Find a TED.ed clip that interests you.
Watch the clip.

- Write a short summary and reaction OR 
prepare a short presentation about what you learned from the clip.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Link

Slide 15 - Link

Slide 16 - Slide

Grammar
Singular and plural nouns

meervoud

Slide 17 - Slide

Write the plural form of the word:
car

Slide 18 - Open question

REGELmatige meervoud
De regel is:

woord+s 

gewoon eraan vast, GEEN komma's!

Slide 19 - Slide

Write the plural form of the word:
fox

Slide 20 - Open question

Uitzondering 1 
Woorden die eindigen op een sisklank (-s/-z/-x/-ch/-sh) krijgen -es in plaats van -s:

bus - buses                                            Spreek uit als -iz
coach - coaches
box - boxes
mass - masses 
 

Slide 21 - Slide

Write the plural form of the word:
potato

Slide 22 - Open question

Uitzondering 2 
Woorden die eindigen op -o krijgen soms -es, maar soms ook gewoon een -s (uit je hoofd leren of opzoeken).

cargo - cargoes                                       video - videos
echo - echoes                                          radio - radios 
hero - heroes                                            shampoo - shampoos
tomato - tomatoes                                  piano - pianos

Slide 23 - Slide

Write the plural form of the word:
wife

Slide 24 - Open question

Uitzondering 3
Sommige woorden die eindigen op -f(e) krijgen -ves in het meervoud. Dit zijn bijvoorbeeld de woorden calf, half, life, wife en wolf (uit je hoofd leren).

knife - knives                               belief - beliefs
leaf - leaves                                 chefs - chefs
shelf - shelves                             cuff - cuffs
thief - thieves                               chief - chiefs

Slide 25 - Slide

Write the plural form of the word:
baby

Slide 26 - Open question

Uitzondering 4
Als een woord eindigt op een medeklinker + -y, dan verandert -y in -ies. 

                                                     maar NIET na een klinker+y
try - tries                                      toy - toys
body - bodies                              birthday - birthdays
lady - ladies                                 Y kinkt hier als J
                                                              

Slide 27 - Slide

Write the plural form of the word:
man

Slide 28 - Open question

Onregelmatige meervoud
Er zijn ook woorden die in het meervoud een andere vorm krijgen (uit je hoofd leren):

child - children                                        mouse, louse - mice, lice
man - men                                                 woman - women
foot - feet                                                   tooth - teeth

Slide 29 - Slide

Altijd meervoud
Woorden voor brillen, broeken en scharen staan altijd in het meervoud. Ze horen voorafgegaan te worden door pair(s) of. In het enkelvoud gebruik je a pair of in plaats van het lidwoord a.

a pair of scissors - 4 pairs of scissors
pyjamas, knickers, glasses, binoculars, trousers, jeans, shorts

Slide 30 - Slide

CORRECT
WRONG
1 tooth - 2 tooths
1 knife - 2 knives
1 crash - 2 crashs
1 treat - 2 treates
1 tray - 2 trays
1 baby - 2 babies
1 pony - 2 pony's
1 woman - 2 womans
1 echo - 2 echos
1 club - 2 clubbess
1 boy - 2 boys
1 half - 2 halves

Slide 31 - Drag question

NU Engels - grammar

- go to the GRAMMAR planner in NU Engels

- Do exercises 1 + 2 + 3 (nouns: singular plural)


Slide 32 - Slide

Speaking
Instellingsexamen

A2 - B1

Slide 33 - Slide

A2

Kan een reeks uitdrukkingen en zinnen gebruiken om in eenvoudige bewoordingen familie en andere mensen, leefomstandigheden, opleiding en mijn huidige of meest recente baan te beschrijven. 


B1

Kan uitingen op een eenvoudige manier aan elkaar verbinden, zodat ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities kunnen worden beschrijven.

Kan in het kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen. Kan een verhaal vertellen of de plot van een boek of film weergeven en zijn reacties beschrijven.
  


Slide 34 - Slide

Speaking prep
Open the assignement in Teams
Make sure you pick the right level (A2 or B1)

Start your speaking preparations

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Video

Slide 37 - Video