5.9 spelling

5.9 spelling
- er (hier, waar, daar) + voorzetsel: los of aan elkaar?
- tussenletter
- dicteewoorden
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

5.9 spelling
- er (hier, waar, daar) + voorzetsel: los of aan elkaar?
- tussenletter
- dicteewoorden

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

 er (hier, waar, daar) + voorzetsel: los of aan elkaar?

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Herhaling aan elkaar of los
Schrijf het woord: daar + boven

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

Aan elkaar of los?
hier + tegen + over
(hij zat) er + over + in

Slide 5 - Open question

langeafstandloper
hiertegenover
erover in
Moet het woord aan elkaar of los?
daar in

Slide 6 - Open question

This item has no instructions

Herhaling: welke regel ken je nog bij er(hier, daar, waar) + voorzetsel?

Slide 7 - Mind map

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Los of aan elkaar?
A
daarvandaan
B
daar vandaan

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Ik ga achterin de klas zitten.
Klopt de zin zo?
A
Ja
B
Nee

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Welke tussenletters gebruiken we in het Nederlands bij samenstellingen?
Geef ook een voorbeeld.

Slide 11 - Mind map

This item has no instructions

Tussenletter

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Samenvatting + toevoeging
  • Tussen-s: schrijf hem als je hem hoort of als je die in vergelijkbare woorden hoort.  kwaliteitsslag / kwaliteitsbewaking

  •  Tussen-n: als het linkerdeel van de samenstelling alleen een meervoud op -en heeft, dan schrijf je -n. 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Samenvatting + toevoeging
Uitzonderingen: het linkerdeel...
  • is geen zn --> spinnewiel
  • heeft geen meervoud --> tarwegras
  • heeft een meervoud op -s of meervoud op -s en -n --> gedachtesprong
  • heeft een versterkende functie als bn --> beregezellig
  • is uniek --> Koninginnedag
  • vormt een versteende samenstelling --> bruidegom

Slide 14 - Slide

bruidegom

bruid 
gom = mens

gom wordt niet meer gebruikt als los. Men herkent het alleen als een woord: bruidegom. 
Schrijf de samenstelling juist op.
VEILIGHEID + SPELD

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

Wanneer gebruik je tussenletter EN
A
Je kunt het horen
B
Het eerste woord gaat over iets waar echt maar 1 van is
C
Het meervoud heeft een versterkende betekenis
D
Het eerste woord heeft alleen een meervoud op EN

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Waarom heeft de samenstelling geen tussenletter -en?
keuzevrijheid
A
Het eerste deel gaat over iets waarvan er echt maar één is
B
Het eerste deel heeft behalve een meervoud op -en ook een meervoud op -s
C
Het eerste deel heeft een versterkende betekenis
D
Het eerste deel is geen zelfstandig naamwoord

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat is juist?

Tussenletters bij samenstellingen
A
huilenbalk
B
huilebalk

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Tussenletters
A
dwarstraat en hondeweer
B
dwarsstraat en hondeweer
C
dwarstraat en hondenweer
D
dwarsstraat en hondenweer

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

tussenletter
A
rijstenpap en stekeblind
B
rijstenpap en stekenblind
C
rijstepap en stekenblind
D
rijstepap en stekeblind

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Vandaag
- Herhaling spelling (Lesson-up)
- Uitleg whack-a-mole
- Zelfstandig werken 
1. opdrachten spelling
2. spreekopdracht
3. whack-a-mole (laatste 10 minuten)

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Herhaling vorige les:
welke uitzonderingen op de -en regel zijn er bij samenstellingen?

Slide 22 - Mind map

This item has no instructions

Samenvatting + toevoeging
  • Tussen-s: schrijf hem als je hem hoort of als je die in vergelijkbare woorden hoort.  kwaliteitsslag / kwaliteitsbewaking

  •  Tussen-n: als het linkerdeel van de samenstelling alleen een meervoud op -en heeft, dan schrijf je -n. 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Samenvatting + toevoeging
Uitzonderingen: het linkerdeel...
  • is geen zn --> spinnewiel
  • heeft geen meervoud --> tarwegras
  • heeft een meervoud op -s of meervoud op -s en -n --> gedachtesprong
  • heeft een versterkende functie als bn --> beregezellig
  • is uniek --> Koninginnedag
  • vormt een versteende samenstelling --> bruidegom

Slide 24 - Slide

bruidegom

bruid 
gom = mens

gom wordt niet meer gebruikt als los. Men herkent het alleen als een woord: bruidegom. 
Tussenletters
A
Zonnesteek
B
Zonnensteek

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Tussenletter -s?

najaar...storm
A
ja
B
nee

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

tussenletter
A
reuzeleuk en Dorpsstraat
B
reuzenleuk en Dorpstraat
C
reuzenleuk en Dorpsstraat
D
reuzeleuk en Dorpstraat

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Waarom krijgt GEDACHTEKRONKEL geen tussenletter -n?

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

dicteewoorden

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Welk woord is juist gespeld?
A
gurilla
B
ereader
C
notabene
D
mozzarella

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Geef aan in hoeverre je de lesstof tot nu toe begrijpt.
😒🙁😐🙂😃

Slide 31 - Poll

This item has no instructions