NN7 - Spelling §4 - Koppelteken en weglatingsstreepje - 2V
Koppelteken en weglatingsstreepje
NN7 - Spelling §4 - 2V
1 / 20
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2
This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 25 min
Items in this lesson
Koppelteken en weglatingsstreepje
NN7 - Spelling §4 - 2V
Slide 1 - Slide
Wat je gaat leren
Je leert het koppelteken en het weglatingsstreepje op de juiste manier gebruiken.
Slide 2 - Slide
staakt-het-vuren binnen- en buitenkant
Groningen-Zuid secretaris-generaal
land- en tuinbouw kant-en-klaar
ex-man
hotel-restaurant Zuid-Holland
Slide 3 - Slide
Al deze woorden hebben een liggend streepje als koppelteken
(radio-omroep)
of als weglatingsteken.
(zon- en feestdagen ---> zondagen en feestdagen)
Dat doe je zo:
Slide 4 - Slide
Je gebruikt het koppelteken
in samenkoppelingen die anders onoverzichtelijk worden: - vergeet-mij-nietjes, heen-en-weer
in samenstellingen tussen klinkers die je ook samen kunt uitspreken, de zogenaamde ‘botsende klinkers’, zoals aa, oe, ui: - camera-instelling, zo-even, cadeau-idee (maar dus: politieacademie, rijexamen)
bij letters, cijfers, andere tekens, afkortingen en sint of Sint: - mbo-niveau, A5-formaat, Sint-Nicolaas (maar als je een afkorting zonder hoofdletters als woord uitspreekt, komt er geen koppelteken: pincode, simkaart)
Slide 5 - Slide
Let op:
Als je een afkorting zonder hoofdletters als woord uitspreekt, komt er in principe geen koppelteken.
havoleerling, pincode
Maar als je het duidelijker vindt
mét streepje, dan mag dat ook.
Slide 6 - Slide
Je gebruikt het koppelteken
bij aardrijkskundige namen, of woorden die daarvan afgeleid zijn: - ’s-Gravenhage, Zuid-Scharwoude, Noord-Italië, West-Afrikaan
in woorden met de voorvoegsels adjunct-, aspirant-, bijna-, ex-, interim-, kandidaat-, leerling-, niet-, non-, oud-: - aspirant-agent, bijna-botsing, non-actief, oud-leerling
als het tweede deel van de samenstelling een hoofdletter heeft: - pro-Europees, anti-Amerika
in samenstellingen van twee gelijkwaardige woorden: - paars-groen, bar-discotheek
in leenwoorden uit het Engels, als het tweede deel een voorzetsel is: burn-out, play-off.
Slide 7 - Slide
Je gebruikt het weglatingsstreepje
als je een deel van een woord weglaat: op- of aanmerkingen (opmerkingen of aanmerkingen), kerstbomen en -ballen (kerstbomen en kerstballen).
Let op: gebruik geen weglatingsstreepje als je een heel woord weglaat: hoge en lage cijfers.
Slide 8 - Slide
Let op:
Wat is het verschil tussen deze woorden?
rode wijnglazen
rodewijnglazen
Slide 9 - Slide
Let op:
Wat is het verschil tussen deze woorden?
rode wijnglazen het glas is zelf rood!
rodewijnglazen het glas is voor rode wijn
Slide 10 - Slide
Even oefenen.
Noteer in de volgende opdrachten de woorden aan elkaar. Gebruik alleen een koppelteken als dat nodig is voor de uitspraak.
Slide 11 - Slide
Schrijf het woord correct op: hockey elftal
Slide 12 - Open question
Schrijf het woord correct op: diploma uitreiking
Slide 13 - Open question
Schrijf het woord correct op: mee eter
Slide 14 - Open question
Schrijf het woord correct op: milieu inspectie
Slide 15 - Open question
Schrijf het woord correct op: koffie automaat
Slide 16 - Open question
Schrijf het woord correct op: rij ervaring
Slide 17 - Open question
Schrijf het woord correct op: massa ontslag
Slide 18 - Open question
Schrijf het woord correct op: tosti ijzer
Slide 19 - Open question
Ga nu naar de digitale methode en maak de opdrachten die ik heb klaargezet in de planning.