Zoals je gelezen hebt, zijn bacteriën overal aanwezig. Ze kunnen de mens helpen bij het maken van voedingsmiddelen maar ook zijn ze samen met virussen de grootste ziekteveroorzakers. Deze twee ziekteverwekkers worden wel eens door elkaar gehaald. In deze oefening ga je leren wat de verschillen zijn tussen deze twee ziekteverwekkers.
In de doos vind je een aantal kaarten, elk kaartje gaat over een bepaalde ziekte, veroorzaakt door bacteriën of virussen. Op de kaarten staat een gedeelte van een tekst. In deze tekstdelen zijn verschillende aanwijzingen gegeven over een ziekte. Met behulp van de aanwijzingen op de kaartjes, kun je het schema die in de doos zit invullen.
Op het kaartje staat ook dat je een letter op moet schrijven, schrijf deze letter in je schema op en maak op het einde een woord van de verzamelde letters.