1.5 Overstromingsrisico's in het IJsselmeergebied en de Zuidwestelijke Delta

§1.5 Overstromingsrisico’s in het IJsselmeergebied en de Zuidwestelijke Delta
1 / 50
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

§1.5 Overstromingsrisico’s in het IJsselmeergebied en de Zuidwestelijke Delta

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

1.5 Overstromingsrisico's in het IJsselmeergebied en de Zuidwestelijke Delta

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
  • overstromingsrisico’s en het rivierbeleid van de overheid vanuit verschillende dimensies (veiligheid, economie en natuur) analyseren;
  • uitleggen dat door de zeespiegelstijging het spuien op zee steeds moeilijker wordt;
  • uitleggen hoe afsluitbare waterkeringen en bergingsgebieden er bij hoog water voor kunnen zorgen dat overstromingsrisico’s beperkt worden;
  • verklaren dat de overstromingsrisico’s in het IJsselmeergebied en de Zuidwestelijke Delta toenemen bij een combinatie van springtij, noordwesterstorm en piekafvoeren van de rivieren.


Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Waterveiligheid
De economische waarde en het aantal inwoners achter de dijken en duinen is sterk toegenomen: de gevolgen van een eventuele overstroming worden steeds groter.
Veiligheidsniveau bepalen -> maar veiligheid is nooit 100%!

 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Waterveiligheid

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Dijkringen

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Overstromingsgevoelig NL

Overstromingsgevoelig NL is opgedeeld in dijkringen

Ben jij overstromingsbewust?

Slide 7 - Slide

Dat zijn gebieden die worden beschermd tegen water uit de grote rivieren, de grote meren en de zee.

Dijkring 14 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Wat te doen?

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

 Overstromingsrisico’s in het IJsselmeergebied 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

IJsselmeergebied

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Spuien
Bij eb worden de spuisluizen in de Afsluitdijk opgezet -> Waddenzee

Dit wordt steeds moeilijker, waarom?

Slide 13 - Slide

Bij eb worden de spuisluizen in de Afsluitdijk opengezet, waardoor het water de Waddenzee in kan stromen. Waardoor wordt dit steeds moeilijker en zijn extra pompen op de Afsluitdijk nodig?
De klimaatverandering zorgt voor een zeespiegelstijging.

 Overstromingsrisico’s in de Zuidwestelijke Delta

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

De zuidwestelijke delta



Vroeger een estuarium

1953 

Slide 15 - Slide

De Zuidwestelijke Delta bestaat uit:
Zeeland
Zuid-Hollandse eilanden
het westelijk deel van Noord-Brabant
Vroeger was dit gebied een trechter-vormige riviermonding, een
estuarium
In 1953 braken als gevolg van een extreem hoge waterstand de dijken in dit gebied door.

Slide 16 - Slide

Omdat daar het scheep-vaartverkeer van de haven van Antwerpen doorheen moet.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Alle opdrachten 1.5
Klaar met 1 t/m 4? -> Controleer het!

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Oorzaken?
Smelten landijs/gletsjes
Zeewater wordt warmer en zet daardoor uit.
Oorzaken?
Nederland zakt geologisch
Nauwelijks overstroming door dijken (geen sedimentatie in polders)
Inklinken (in elkaar zakken) van klei door verlaging grondwaterspiegel
Oxidatie (en daardoor inklinken) van veen door verlagen grondwaterspiegel.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Gevaar 1: zee
Gevaar 2: de rivier
Gevaar 3: neerslag

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Kijkvragen
  1. Welke grondsoort daalt in Nederland?

  2. Waardoor daalt de bodem in West-NL?

  3. Waardoor daalt de bodem in Noord-NL?

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Video

This item has no instructions

Inklinken!

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Wat kan zorgen voor een sterke storm?

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Drie mogelijkheden:
1.Noordwesterwind
2. Springtij
3. Veel neerslag

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Video

This item has no instructions

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Verhoogd overstromingsgevaar 2/2
De effecten van het getij en het weer:
  • Bij springtij staat het zeewater extra hoog;
  • Bij noordwesterstorm wordt zeewater verder opgestuwd in de riviermonden;
  • Bij zware neerslag in het stroomgebied (en eventueel smeltwater) ontstaat er een piekafvoer.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Alle opdrachten (7 minuten)

Lesdoelencheck-> quiz

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

SE vragen
1 (2 punten) 
Door klimaatverandering stijgt de zeespiegel. Mede daarom heeft men besloten om het waterpeil in het IJsselmeer te verhogen.

Leg uit waarom peilverhoging noodzakelijk is.






Slide 34 - Slide

This item has no instructions

2 (2 punten)
Gebruik bron 5 en de atlas.
Leg uit op welke manier een hoge piekafvoer in de Rijn en een noordwesterstorm op het IJsselmeer zorgen voor overstromingsrisico’s in het IJsselmeergebied. Je antwoord moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.
De monding van de rivier de IJssel

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Antwoorden
1 (2 punten)
Peilverhoging is noodzakelijk omdat anders het water uit het IJsselmeer niet meer op natuurlijke wijze op de Waddenzee gespuid kan worden.
2 (2 punten)
Een juist antwoord bestaat uit de volgende onderdelen:
- Door de noordwestenwind wordt het water op het IJsselmeer en het Ketelmeer opgestuwd (oorzaak, 1 punt).
- Hierdoor kan de IJssel niet goed afwateren op het IJsselmeer en stijgt het waterpeil op de IJssel (gevolg, 1 punt).

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

3 (2 punten) 
Gebruik nogmaals bron 5. Bij Kampen is de zogenoemde bypass het Reevediep aangelegd.

Leg uit hoe deze bypass werkt. 
Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.



Slide 38 - Slide

This item has no instructions

4 (2 punten)
 Gebruik bron 5. Bij Kampen is gekozen voor verdieping van het zomerbed.
Waarom is juist bij Kampen voor deze maatregel gekozen en niet voor één van de andere maatregelen uit bron 5?

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

3(2 punten)
Een juist antwoord bestaat uit de volgende onderdelen:
- Bij een te hoge waterstand in de IJssel stroomt het water via de bypass naar het Ketelmeer (oorzaak, 1 punt).
- Hierdoor daalt het rivierwater in de IJssel (gevolg, 1 punt).
4 (2 punten)
Bij Kampen ligt de rivier ingeklemd tussen de bebouwing en is er nauwelijks ruimte voor andere maatregelen, zoals dijkverlegging of het verlagen van de uiterwaarden.




Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Een dijkring is
A
een aantal dijken die samen een cirkel vormen
B
een beheerder van dijken in dienst van het waterschap
C
een gebied dat beschermd wordt door primaire waterkeringen of door hoge gronden
D
een gebied dat langs de duinen ligt en Nederland beschermt

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions

Een primaire waterkering is een
A
duin, dijk of dam die zich bij een dijkring bevindt
B
duin, dijk of dam die mensen beschermt tegen buitenwater
C
een bescherming van hard materiaal
D
een bescherming aangelegd als onderdeel v/h Deltaplan

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het voordeel van dijkringen?
A
Je hoeft daardoor niet meer te letten op de waterveiligheid
B
Als de ene dijkring zou overstromen, gaat niet gelijk de andere dijkring overstromen
C
Je kan water van dijkring naar dijkring sturen
D
Je hoeft minder dijken aan te leggen

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

De veiligheidsnorm van een dijkring wordt gebaseerd op drie dingen. Welke hoort er niet bij?
A
Aantal mensen dat er woont
B
Hoeveel dijken er zijn
C
Economische waarde van een gebied
D
Hoogte van het water bij een overstroming

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Welke dijkring is het belangrijkste voor Nederland, maar ook het meest kwetsbaar?
A
Dijkring 14 Randstad
B
Dijkring 6 Friesland
C
Dijkring 14 in Utrecht
D
Dijkring 15 bij Rotterdam

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

Hoe heette het IJsselmeer voordat deze het IJsselmeer werd?
A
De Noordelijke Binnenzee
B
Het Zuidermeer
C
De Zuiderzee
D
De Zuidelijke Waddenzee

Slide 46 - Quiz

This item has no instructions

Waarom zijn met name het IJsselmeer en de Zuidwestelijke Delta kwetsbaarder?
A
Omdat hier veel bodemdaling is
B
Omdat hier de rivieren uitmonden
C
Omdat hier veel verzilting plaatsvindt
D
Omdat hier heel veel mensen wonen

Slide 47 - Quiz

This item has no instructions

Waarom is het IJsselmeer essentieel voor de Nederlandse bevolking?
A
Er wordt op grote schaal vis uit dit meer gehaald
B
Het IJsselmeer zorgt voor recreatie mogelijkheden en toerisme
C
Het IJsselmeer is een grote zoetwater buffer voor tijden van droogte
D
Door het IJsselmeer kon Flevoland worden aangelegd

Slide 48 - Quiz

This item has no instructions

Welk modern wereldwonder werd aangelegd na aan watersnoodramp in de Zuidwestelijke Delta?
A
De Maeslandtkering
B
De afsluitdam van Zeeland
C
De deltawerken
D
De Nederlandse Rijn stuw

Slide 49 - Quiz

This item has no instructions

Aan de slag
1.5 af

 

Slide 50 - Slide

This item has no instructions