week 4 - 45 min theorie - schrijfdoelen/ tekstsoorten/ verbanden en signaalwoorden/ zoekend lezen/ kernzin/ schrijfplan maken.

Leesvaardigheid
1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Leesvaardigheid

Slide 1 - Slide

In deze les:                                      45 min
  • Inloop
  • Lesopening

Individueel aan het werk:
- Opdracht "Maak een schrijfplan". 



Evaluatie en reflectie ( 5 min) 




Onderwerp: hoofstuk 10


Doelen van de les: 
  • We oefenen met de verschillende schrijfdoelen en tekstsoorten. 
  • Je weet hoe je zoekend moet lezen en wat een kernzin is. 
  • Je oefent met het maken van een schrijfplan.  

Slide 2 - Slide

Schrijfdoelen en tekstsoorten

Slide 3 - Slide

Wat is het doel van een beschouwende tekst?
A
Informatie geven.
B
Verschillende kanten van een verhaal laten zien.
C
Amuseren.

Slide 4 - Quiz

Wat is de bedoeling van het schrijfdoel activeren?
A
Iemand aanmoedigen actie te ondernemen.
B
Iemand te overtuigen van een mening.
C
Uitleg geven.

Slide 5 - Quiz

Hoofdzaken
Hoofdzaak: de kernboodschap van de tekst.



Voorbeeld:  het is belangrijk om elke dag te bewegen.


De hoofdzaken kan je vaak in de inleiding en in het slot vinden. 

Slide 6 - Slide

Bijzaken
Bijzaak: extra informatie die niet essentieel is voor het begrijpen van de hoofdzaak, maar wel helpt om het verhaal te duidelijker te maken.

 

Voorbeeld: Je kunt elke dag wandelen, fietsen of een sport doen. 

Kan je vaak vinden in het middenstuk van een tekst. 

Opdracht 11 en 12. Eerst samen de tekst lezen. 

Slide 7 - Slide

Signaalwoorden
Door signaalwoorden te herkennen, kun je beter begrijpen hoe de tekst in elkaar zit. Het zijn verbindingswoorden

voorbeelden: 
eerst, daarna, vroeger (tijd)
omdat, daarom, want (reden)
dus, doordat, daardoor (oorzaak - gevolg)

Slide 8 - Slide

Verbanden en hun signaalwoorden 
Tekstverband:                      Signaalwoord:

opsomming                         ook, en, bovendien              
tegenstelling                      maar, echter, toch    
reden                                      want, omdat, daarom        

Slide 9 - Slide

Belangrijkste zin
Bij het zoekend lezen kijk je ook naar de belangrijkste zin, 

de kernzin. 

De kernzin staat vooraan in elke alinea. Als je de kernzin leest, dan weet je globaal waar de alinea over gaat. 

Slide 10 - Slide

Schrijven voorbereiden
Als je een tekst wil gaan schrijven, denk je eerst na over: 

  • Het onderwerp.
  • De deelonderwerpen.
  • Hoe lang de tekst moet worden.
  • Het publiek.
  • Het doel.

Verzamel alle informatie en zet dit in een schrijfplan

Slide 11 - Slide

Opdracht "Maak een schrijfplan"
Begin met: 

  • Het onderwerp.
  • De deelonderwerpen.
  • Hoe lang de tekst moet worden.
  • Het publiek.
  • Het doel.
  • Bronvermelding!

Slide 12 - Slide

Ik weet wat de verschillende schrijfdoelen en tekstsoorten zijn.
A
ja
B
met hulp
C
soms
D
snap er niks van

Slide 13 - Quiz

Ik weet hoe ik zoekend kan lezen en wat een kernzin is.
A
ja
B
nee

Slide 14 - Quiz

Ik weet hoe ik een schrijfplan moet maken en waarom dat handig is.
A
ja
B
nee

Slide 15 - Quiz