Feit/Mening

1 / 17
next
Slide 1: Video
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Video

Uitleg filmpje The Big Five


Wat
hebben jullie allemaal gezien en wat vinden jullie daarvan?


Slide 2 - Slide

Doelstellingen les
Na deze les kan je:
* De begrippen feit en mening begrijpen en van elkaar scheiden
* De begrippen objectief en subjectief begrijpen en van elkaar scheiden
* De link leggen tussen objectief, subjectief enerzijds en  feit en mening anderzijds


Slide 3 - Slide

The Big Five komt vooral voor in Afrika.
A
Feit
B
Mening

Slide 4 - Quiz

Een leeuw is een heel mooi dier.
A
Feit
B
Mening

Slide 5 - Quiz

Buffels zijn vieze beesten.
A
Feit
B
Mening

Slide 6 - Quiz

DEFINITIE
Feit: Een feit klopt met de werkelijkheid: het staat vast. Je kunt het controleren en er is geen discussie over.

                           bv:  * Drenthe is een provincie in het noorden van Nederland.
                                   * Meppel is een Drentse plaats met 34.764 inwoners . 

Mening: Een mening is de manier waarop je over een bepaalde zaak denkt. Anderen denken er misschien anders over. Voor een mening kun je het werkwoord vinden gebruiken.

                           bv:  * FC Emmen is de beste ploeg van Nederland.
                                   * Ik vind FC Emmen de beste ploeg van Nederland.


Slide 7 - Slide

Een rood t-shirt en een blauwe broek passen niet samen.
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 8 - Quiz

Door de coronacrisis moeten wij online lesgeven.
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 9 - Quiz

Hoe meer geld je verdient, hoe meer eten je kan kopen.
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 10 - Quiz

De nieuwste Iphone is ongelooflijk duur.
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 11 - Quiz

Als de zon niet schijnt, is het weer niet aangenaam.
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 12 - Quiz

Te lang naar televisie kijken, is slecht voor je ogen.
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 13 - Quiz

DEFINITIE
Objectief: Als je je aan de feiten houdt, dan ben je objectief.

                           bv:  *Het Atomium telt negen bollen.

Subjectief: Als je je mening brengt, dan ben je subjectief.

                           bv:  * 's Avonds vind ik het Atomium mooi verlicht.


Slide 14 - Slide

Een luipaard wordt ook een panter genoemd.
A
Feit
B
Mening
C
Objectief
D
Subjectief

Slide 15 - Quiz

Een olifant kan tot 7000 kg wegen.
A
Feit
B
Mening
C
Subjectief
D
Objectief

Slide 16 - Quiz

Neushoorn zijn luie dieren.
A
Feit
B
Mening
C
Objectief
D
Subjectief

Slide 17 - Quiz