Herhalen drogredeneringen en argumentatiestructuur, schrijfopdracht kort verhaal en herhalen periode 1

Welkom H4
Leg je pen, papier, theorieboek en oefenboek op tafel. 
Start met NUMO in STILTE!


timer
10:00
1 / 40
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

Welkom H4
Leg je pen, papier, theorieboek en oefenboek op tafel. 
Start met NUMO in STILTE!


timer
10:00

Slide 1 - Slide

Hoe gaat het vandaag?
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Regels les
- Als ik spreek, is het stil
- Steek je hand op als je iets wil vragen
- We luisteren naar elkaar
- We respecteren elkaars leerproces
! Actieve Werkhouding!

Slide 3 - Slide

Vandaag:

- Herhalen argumenteren
- Numo
- Schrijfopdracht kort verhaal
- Herhalen periode 1

--> exit-ticket

Slide 4 - Slide

PTO 2:
Argumentatieleer: hoofdstuk 19 t/m 22.
Poëzie: hoofdstuk 4, 5, 8, 9, 10 + poëtische middelen B(beeldspraak) en C (stijlfiguren).
Herhaling: Inhoud en opbouw hoofdstuk 2 t/m 6.
Toets:
- leesvaardigheid, argumentatie en poëzie
- troublespeech
Numo
30 minuten per week
Werkwoorden en leestekens: 3F

Slide 5 - Slide

Leerdoelen
- Aan het einde van de les heb je met NUMO geoefend
- Heb je je kennis opgehaald en verdiept over argumenteren
- Heb je een betoog geschreven over je favoriete korte verhaal
- Heb je je kennis opgehaald over periode 1

Slide 6 - Slide

Drogredeneringen
Wat zijn ook alweer drogredeneringen? Schrijf drie soorten drogredeneringen op en geef voorbeelden. Wissel de antwoorden uit met je buurman/vrouw. 
timer
3:00

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Autoriteitsdrogreden
Is de autoriteit wel echt een deskundige?

Vals dilemma
Zijn er echt maar twee opties?

Overhaaste generalisatie
Is dat echt altijd zo? Of zijn er maar een paar voorbeelden?

Verkeerde vergelijking
Zijn er niet ook belangrijke verschillen?

Slide 9 - Slide

Persoonlijke aanval: op de persoon i.p.v. op de inhoud. 

Ontduiken bewijslast: Iedereen snapt wel dat...

Cirkelredenering: standpunt is argument. 

Vertekenen van een standpunt

Bespelen van het publiek: inspelen op bijvoorbeeld angst, woede, schuld 

Slide 10 - Slide

Persoon A: "We moeten strengere milieuregels invoeren."
Persoon B: "Dus jij wilt dat we allemaal onze auto's opgeven en teruggaan naar paard en wagen?"
A
persoonlijke aanval
B
ontduiken bewijslast
C
cirkelredenering
D
vertekenen van het standpunt

Slide 11 - Quiz

Geschiedenislessen zijn helemaal niet belangrijk. Oude kleren gooi je toch ook gewoon weg?
A
autoriteitsdrogreden
B
vals dilemma
C
overhaaste generalisatie
D
verkeerde vergelijking

Slide 12 - Quiz

Ik vind vrijheid van meningsuiting erg belangrijk, want iedereen moet kunnen zeggen wat hij of zij denkt.
A
persoonlijke aanval
B
ontduiken bewijslast
C
cirkelredenering
D
vertekenen van het standpunt

Slide 13 - Quiz

Die wiskundetoets was veel te moeilijk, dat zei de docent Nederlands ook.
A
autoriteitsdrogreden
B
vals dilemma
C
overhaaste generalisatie
D
verkeerde vergelijking

Slide 14 - Quiz

Als jij niet naar Spanje op vakantie wil, dan gaan we gewoon helemaal niet op vakantie.
A
autoriteitsdrogreden
B
vals dilemma
C
overhaaste generalisatie
D
verkeerde vergelijking

Slide 15 - Quiz

Argumentatiestructuur
- Welke argumentatiestructuur heb je veel gebruikt tijdens je debat? Overleg met je buurman of buurvrouw.
timer
2:00

Slide 16 - Slide

Argumentatiestructuur: manier waarop argumentatie is opgebouwd.

Argumentatiestructuren:
- Enkelvoudig
- Onderschikkend
- Nevenschikkend
          - onafhankelijk
          - afhankelijk


Maak aantekeningen!

Slide 17 - Slide

Welke argumentatiestructuur?
A
Enkelvoudige argumentatie
B
Onderschikkende argumentatie
C
Nevenschikkende argumentatie

Slide 18 - Quiz

Welke argumentatiestructuur?
A
Enkelvoudige argumentatie
B
Onderschikkende argumentatie
C
Nevenschikkende argumentatie

Slide 19 - Quiz

Welke argumentatiestructuur?
A
Enkelvoudige argumentatie
B
Onderschikkende argumentatie
C
Nevenschikkende argumentatie

Slide 20 - Quiz

Ik begrijp alles van argumentatieleer
😒🙁😐🙂😃

Slide 21 - Poll

Het schrijven van een betoog over een kort verhaal

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Schrijfopdracht kort verhaal
- Kies een kort verhaal uit je bundel (zie teams)
- Schrijf een betoog waarom je voor je kort verhaal kiest
- Geef tenminste drie argumenten
- Vergelijk je keuze met 2 andere korte verhalen
- Klaar? Kijk elkaars werk na. Staat alles erin? Geef 1 verbeterpunt
- Lever het resultaat in bij mij
timer
15:00

Slide 24 - Slide

Ik weet hoe ik een betoog moet schrijven en hoe ik het moet toepassen op de keuze van een kort verhaal
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

H. 4 Inleiding, kern en slot
Je oefent met het herkennen van de indeling van de tekst. 

Slide 26 - Slide

Inleiding:

- aandacht trekken
- onderwerp introduceren

Slide 27 - Slide

Aandacht trekken:

- anekdote
- opvallende stelling of mening
- aanhaken bij een actuele gebeurtenis
- wijzen op voordelen van verder lezen

Slide 28 - Slide

Onderwerp introduceren:

- vraag stellen
- voorbeeld geven
- samenvatting of conclusie
- mening
- probleemstelling
- opvallende uitkomst

Slide 29 - Slide

Kern:
- deelonderwerpen

Slot:
- samenvatting of conclusie
- uitsmijter

Slide 30 - Slide

Schrijf een inleiding bij de tekst. 
1. Kies één van de manieren om de aandacht te trekken van de lezer.
2. Introduceer het onderwerp in vier tot zes zinnen.
3. Let op signaalwoorden

Lever de tekst op papier in. 

Slide 31 - Slide

Schrijf een inleiding bij de tekst.

Schrijf vier tot zes zinnen en lever het tekstje straks op papier in. 
timer
10:00

Slide 32 - Slide

Wat is een dialoog?

-Een dialoog is een gesproken of geschreven gesprek tussen twee of meer personen.
 Bij een monoloog is er één persoon aan het woord, met of zonder luisteraars (bijv. een toespraak of voice-over).





Slide 33 - Slide

Wat is een dialoog?

-Een dialoog is een gesproken of geschreven gesprek tussen twee of meer personen.
 Bij een monoloog is er één persoon aan het woord, met of zonder luisteraars (bijv. een toespraak of voice-over).





Slide 34 - Slide

??????????????????????????????

Slide 35 - Slide

dialoog                monoloog

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Video

Dialoog Hoefnagels
- Hoe loopt dit af?
- Maak in tweetallen een dialoog
- Wie is de docent en wie de leerling?
- Overleg op FLUISTERtoon
- Wie gaat er als eerste? 
timer
5:00

Slide 38 - Slide

Leerdoelen
- Aan het einde van de les heb je met NUMO geoefend
- Heb je je kennis opgehaald en verdiept over argumenteren
- Heb je een betoog geschreven over je favoriete korte verhaal
- Heb je je kennis opgehaald over periode 1

Slide 39 - Slide

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 40 - Open question