31-03-2025

Guten morgen!
1 / 30
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Guten morgen!

Slide 1 - Slide

Inhalt
Uitleg: Het voltooid deelwoord
Herhaling: (fe)esttenten
An die Arbeit!

Slide 2 - Slide

Het voltooid deelwoord
Meerdere categorieën:
Normaal:                  ge- + stam + t
Eindigt op -ieren: stam + t
Begint met be-:    stam + t
Uitzonderingen: gehen = gegangen
                                    finden = gefunden
                                    beschreiben = beschrieben

Slide 3 - Slide

Opgeschreven?
Log dan in bij de LessonUp

Slide 4 - Slide

(spielen) Ich habe ____

Slide 5 - Open question

(sehen) Wir haben den Film ______

Slide 6 - Open question

(studieren) Er hat viel _______

Slide 7 - Open question

(korrigieren) Er hat den Text ____

Slide 8 - Open question

(behandeln) Ich habe das Problem ____

Slide 9 - Open question

(bekommen) Wir haben den Brief ___

Slide 10 - Open question

(gehen) Er ist nach Hause _____

Slide 11 - Open question

(finden) Sie hat den Schlüssel _____

Slide 12 - Open question

(beschreiben) Wir haben die Geschichte ______

Slide 13 - Open question

(hören) Hast du die Vögel ____

Slide 14 - Open question

(fotografiere) Ich habe wilde Tiere ____

Slide 15 - Open question

(besuchen) Wir haben den Zoo in Berlin ____

Slide 16 - Open question

(spielen) Ich habe ____

Slide 17 - Open question

(spielen) Die Hunde haben im Garten ______

Slide 18 - Open question

(gehen) Wohin seid ihr ____?

Slide 19 - Open question

(finden) Wo hast du diesen Rucksack ______?

Slide 20 - Open question

(beschreiben) Du hast deinen Hamster sehr gut _____

Slide 21 - Open question

Fragen?
Vragen tot zover?

Slide 22 - Slide

Herhaling: (fe)esttenten

Slide 23 - Slide

Wat zijn de vertalingen van de persoonlijk voornaamwoorden?
Ik, jij, hij, zij, het, wij, jullie, zij, u

Slide 24 - Mind map

Persoonlijke voornaamwoorden
Ik - ich
jij - du
hij - er
zij - sie
het - es
wij - wir
jullie - ihr
zij (mv) - sie
u - Sie

Slide 25 - Slide

Hoe vind je de stam van een werkwoord?

Slide 26 - Mind map

Welke ezelsbrug kun je gebruiken bij de vervoegingen van het werkwoord?

Slide 27 - Mind map

ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
-t
-en
-e
-en
-st
-t

Slide 28 - Drag question

Fragen?
Alles helder?

Slide 29 - Slide

Gut gemacht!

Slide 30 - Slide