Marktresultaat en Overheidsinvloed (1e) H4. Ontbrekende markten

Marktresultaat en Overheidsinvloed
1. Economische doelmatigheid
  • volkomen concurrentie = perfecte markt = Pareto-optimum
  • homogene producten & gebrek aan innovaties
2. De overheid grijpt in
  • minimum & maximum prijzen
  • belastingen (heffingen) & subsidies
3. Onvolkomen concurrentie
  • marktmacht = marktfalen (monopolie, oligopolie en monopolistische concurrentie)
  • prijsdiscriminatie
4. Ontbrekende markten
  • asymmetrische informatie, averechtse selectie, collectieve goederen en externe effecten
1 / 28
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 28 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Marktresultaat en Overheidsinvloed
1. Economische doelmatigheid
  • volkomen concurrentie = perfecte markt = Pareto-optimum
  • homogene producten & gebrek aan innovaties
2. De overheid grijpt in
  • minimum & maximum prijzen
  • belastingen (heffingen) & subsidies
3. Onvolkomen concurrentie
  • marktmacht = marktfalen (monopolie, oligopolie en monopolistische concurrentie)
  • prijsdiscriminatie
4. Ontbrekende markten
  • asymmetrische informatie, averechtse selectie, collectieve goederen en externe effecten

Slide 1 - Slide

Week 11 (vanaf 10 maart 2025)
Hoofdstuk 4. Ontbrekende markten

  • actualiteit (VS en Europa treffen elkaar met importheffingen, wat gaan we merken?)
  • zelftest hoofdstuk 3 (onvolkomen concurrentie, 3.21 t/m 3.23)
  • opdracht 3.24 klassikaal bespreken
  • leerdoelen
  • instructie (asymmetrische informatie en collectieve goederen)
  • maakwerk: opdracht 4.1 t/m 4.11

Slide 2 - Slide

Actualiteit
VS en Europa treffen elkaar met import-heffingen, wat gaan we merken?
  • de importheffingen zullen dan zeer waarschijnlijk betaald worden door de consument
  • het onmiddellijke effect is klein, maar op midden- tot lange termijn is er een groot risico dat je de business kwijtraakt
  • prijsstijgingen laten nog even op zich wachten omdat er in veel magazijnen nog voorraden liggen

Slide 3 - Slide

Zelftest H3
  • wat: 3.5 zelftest, opdracht 3.21 t/m 3.24 (pagina 55)
  • hoe: fluisterend overleg met buurman / buurvrouw mag
  • hulp: buurman / buurvrouw of steek je vinger op
  • tijd: tot 10 minuten
  • uitkomst: zo ver mogelijk
  • klaar: ga verder met opdracht 3.25 e.v.
timer
10:00

Slide 4 - Slide

Opdracht 3.24

Slide 5 - Slide

Leerdoelen H4. Ontbrekende markten
  • Ik kan de begrippen op pagina 76 omschrijven (zie ook LWEO).
  • Ik kan aantonen wanneer er sprake is van asymmetrische informatie.
  • Ik kan aantonen in welke situaties er sprake is van averechtse selectie.
  • Ik kan goederen indelen in individuele en collectieve goederen.
  • Ik kan met het gevangenendilemma de problemen analyseren bij collectieve goederen.
  • Ik kan uitleggen dat meeliftersgedrag kan optreden bij collectieve goederen.
  • Ik kan uitleggen dat sociale normen invloed kunnen hebben op het gevangenendilemma.
  • Ik kan uitleggen dat bij contracten afruil tussen transactiekosten en bindingsproblemen optreedt.
  • Ik kan uitleggen dat zelfbinding invloed kan hebben op het gevangenendilemma.

































































Slide 6 - Slide

Marktfalen
Een markt kan falen door o.a. onderstaande oorzaken:
  • asymmetrische informatie: verschil in informatie van verkoper en koper waardoor er geen transactie plaatsvindt of de transactiekosten hoog worden, oplossing:
        - zekerheden inbouwen (kwaliteitskeurmerk, keuring, garantie)
  • averechtse selectie: verschil in goede en slechte risico's, alleen slechte risico's die zich gaan verzekeren en goede risico's niet waardoor de premie zo hoog wordt dat uiteindelijk niemand zich meer verzekert, oplossing:
       - verplichten
       - slechte risico’s uitsluiten
       - premiedifferentiatie
       - vrijwillig eigen risico met een lagere premie

Slide 7 - Slide

Goederen
  • Economische goederen zijn alle goederen die schaars zijn.

  • Vrije goederen zijn goederen die in onze behoeften kunnen voorzien en die niet schaars zijn zoals water, lucht, wind, zonlicht en de ongerepte natuur.

Slide 8 - Slide

Economische goederen

Slide 9 - Slide

Voorbeelden
  • Rivaliteit = wanneer het gebruikt van een product door persoon A ten koste gaat van het gebruik van persoon B.
  • Uitsluitbaarheid = wanneer het mogelijk is om iemand uit te sluiten van het gebruik van een product (bijv. als hij niet betaalt).

Collectieve goederen zijn niet rivaliserend en niet uitsluitbaar. Individuele goederen zijn dat wel. Quasi collectieve goederen zijn uitsluit-baar, maar die we wel collectief leveren.


Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Gevangenendilemma
1. Is er sprake van een dominante strategie voor Noordmeren?, en voor Zuidmeren?
2. In welke situatie vertoont Noordmeren meeliftersgedrag?, en Zuidmeren?
3. Is er sprake van een Nash-evenwicht?
4. Is er sprake van een gevangenendilemma?
5. Kunnen sociale normen een uitkomst bieden voor het gevangenendilemma?
6. Hoe zou je het bindingsprobleem kunnen oplossen?
7. Welk gevolg heeft dit voor de transactiekosten?
8. Kan zelfbinding invloed hebben door geloofwaardigheid en reputatie daarbij te betrekken? 





Slide 12 - Slide

Oefening
Onderstaande slogan is van Hornbach. Wat wil zij hiermee bereiken?, en hoe noem je dit?
  • Hornbach laat aan de klanten en concurrenten zien dat zij niet aan kortingen doet en hoopt dat de concurrenten het daarom ook niet gaat doen.
  • Dit noem je zelfbinding waarbij de geloofwaardigheid en de reputatie betrokken wordt.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Maakwerk deze week
  • wat: opdracht 4.1 en 4.11
  • hoe: fluisterend overleg met buurman / buurvrouw mag
  • hulp: buurman / buurvrouw of steek je vinger op
  • tijd: tot 1 minuut voor einde les
  • uitkomst: zo ver mogelijk
  • klaar: ga verder met paragraaf 4.3

Slide 15 - Slide

Week 13 (vanaf 23 maart 2025)
Hoofdstuk 4. Ontbrekende markten

  • terugblik vorige les (collectieve goederen)
  • leerdoelen
  • instructie (externe effecten)
  • maakwerk: opdracht 4.12 t/m 4.19

Slide 16 - Slide

Leerdoelen H4. Ontbrekende markten
  • Ik kan uitleggen dat het toekennen van eigendomsrechten een oplossing kan zijn voor het uitputten van vrije goederen (natuurlijke hulpbronnen).
  • Ik kan uitleggen wanneer er sprake is van positieve en van negatieve externe effecten.
  • Ik kan grafisch de invloed analyseren van het optreden van externe effecten.
  • Ik kan analyseren hoe heffingen kunnen worden ingezet als instrument van internalisering.
  • Ik kan manieren onderscheiden waarop externe effecten kunnen worden geïnternaliseerd.

































































Slide 17 - Slide

Externe effecten
  • effecten op de welvaart van iemand anders (buitenstaander) dan koper (consument) of maker/verkoper (producent)
  • het effect is niet in prijs inbegrepen
  • waarvoor een buitenstaander geen compensatie ontvangt (bij een negatief extern effect) of compensatie hoeft te betalen (bij een positief extern effect)

Slide 18 - Slide

Externe effecten (-)
  • Aanbodlijn is gebaseerd op private kosten.
  • Maatschappelijk gezien is het product te goedkoop: teveel productie voor een te lage prijs.
  • Als de overheid de bedrijven dwingt de negatieve externe effecten door te berekenen in de verkoopprijs met een heffing (maatschappelijke kosten), zal de aanbodlijn omhoog verschuiven.
  • De externe effecten zijn nu in de prijs geïnternaliseerd.

Slide 19 - Slide

Externe effecten (-)
Wat gebeurt er als de overheid een heffing (maatschappelijke kosten) op vliegen invoert?
  • met de heffing kunnen de negatieve externe effecten gecompenseerd worden
  • de aanbodlijn verschuift naar boven met de hoogte van de heffing (stijging MK)
  • bij dezelfde consumentenprijs worden er dan minder vluchten aangeboden
  • hogere evenwichtsprijs (product duurder)
  • lagere evenwichtshoeveelheid
  • de maatschappelijke kosten nemen af

Slide 20 - Slide

Internaliseren

Slide 21 - Slide

Externe effecten (+)
Wat gebeurt er als de overheid een subsidie op een fiets van de zaak invoert?
  • met de subsidie worden de positieve externe effecten betaald
  • de vraaglijn verschuift naar boven met de hoogte van de subsidie
  • bij dezelfde consumentenprijs worden er dan meer fietsen gevraagd
  • hogere evenwichtsprijs (product duurder)
  • hogere evenwichtshoeveelheid
  • de maatschappelijke baten nemen toe

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Emissions Trading System (ETS)
Kijkvragen:

1. Wat zijn de externe effecten (negatief of positief)


2. Hoe dringt het Emissions Trading System (ETS) de externe effecten terug?

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

Emissions Trading System (ETS)
Kijkvragen:

1. Wat zijn de externe effecten (negatief of positief)
  • CO2 uitstoot (milieuvervuiling en klimaatverandering) is negatief

2. Hoe dringt het Emissions Trading System (ETS) de externe effecten terug?
  • definieer een totale CO2-ruimte (gap), verdeel deze en maak deze vervolgens steeds kleiner
  • komt een bedrijf CO2-ruimte tekort, dan verlaagt zij haar CO2-uitstoot of zij koopt extra CO2-ruimte van een bedrijf (collega) die haar CO2-uitstoot al verlaagt heeft
  • met dit verdienmodel stimuleer je de investeringen in CO2-verlaging bij die bedrijven die dat het beste kunnen (en willen)

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Maakwerk deze week
  • wat: opdracht 4.12 en 4.19
  • hoe: fluisterend overleg met buurman / buurvrouw mag
  • hulp: buurman / buurvrouw of steek je vinger op
  • tijd: tot 1 minuut voor einde les
  • uitkomst: zo ver mogelijk
  • klaar: ga verder met paragraaf 4.4

Slide 28 - Slide