Artikel schrijven (kader)

schrijven - artikel

Ga bij het boekje met je naam zitten.
Leg je laptop en een pen op tafel.
Ga vast naar www.lessonup.app
1 / 20
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 3,4

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

schrijven - artikel

Ga bij het boekje met je naam zitten.
Leg je laptop en een pen op tafel.
Ga vast naar www.lessonup.app

Slide 1 - Slide

Leerdoel
Na deze les weet je:

- hoe je een artikel schrijft volgens de conventies (regels) van het centraal schriftelijk examen (CSE).



Slide 2 - Slide

Artikel
- Tekst voor een tijdschrift, een krant of een website.
- Je richt je niet tot één persoon, maar tot een groot publiek.
- In de opdracht staat voor welk publiek je schrijft          taalgebruik
- In de schrijfopdracht staat welke elementen er terug moeten komen in je artikel.

Slide 3 - Slide

Bekijk het 
filmpje over 
een artikel schrijven
(0:55-3:50)

Slide 4 - Slide

Eisen
- Passende titel  ( in een paar woorden) 
- Inleiding, middenstuk, slot          witregels tussen de delen
- Minimaal 100 woorden
- Nooit aan 1 persoon, dus geen aanhef. Tip: begin met een tijd- of plaatsaanduiding (bijv. Tijdens de ...) 
- Voor- en achternaam onder artikel, soms ook school/klas/plaats (kijk goed in de opdracht)


Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Opbouw artikel
  1. Titel
  2. Inleiding
  3. Alinea 1 (eventueelmet tussenkopje)
  4. Alinea 2 (eventueelmet tussenkopje)
  5. Alinea 3 (eventueel met tussenkopje)
  6. Slot

Slide 7 - Slide

Zelfstandig lezen 
Boekje met vragen
Bladzijde 10: Situatiebeschrijving
Bladzijde 11: Opdracht
Ondertussen deel ik een bouwplan uit. Dat helpt je straks met schrijven van je artikel. 

timer
4:00

Slide 8 - Slide

Inleiding
De inleiding is het eerste wat mensen lezen van je artikel. Maak ze dus nieuwsgierig. 

Vb. Tijdens de les Nederlands op maandag ... bespraken we met de klas ...
  • Het onderwerp  noemen 
  • of vertellen waarom je over dit onderwerp schrijft 
  • of een voorbeeld geven over het onderwerp 
  • of een leuk, kort verhaaltje vertellen over het onderwerp (anekdote)
  • of een  vraag stellen.



Slide 9 - Slide

Middenstuk
Hier behandel je het onderwerp van het artikel. In dit deel van de tekst staan de meeste elementen van de opdracht.

In een tekst kunnen verschillende dingen over een onderwerp 
gezegd worden.

We noemen dit deelonderwerpen.
Meestal wordt er in één alinea één deelonderwerp behandeld.


Slide 10 - Slide

Slot
In het slot kun je een keuze maken:


 



LEES GOED WAT DE OPDRACHT VAN JOU VERWACHT!
  • Samenvatten: “Kortom, …”
  • Toekomstverwachting. “Dan denk ik dat we voortaan…”
  • Conclusie. “Dus… “
  • Advies. “Ik zou zeker … “
  • Antwoord geven op de vraag die je in de inleiding hebt gesteld.

LEES GOED WAT DE OPDRACHT VAN JOU VERWACHT!



Slide 11 - Slide

Opbouw van een artikel
  • Plaats boven je artikel een passende titel
  • In de inleiding staat de aanleiding van je artikel: waarom je het artikel schrijft
  • In het middenstuk (kern) staat de meeste informatie (wat, waarom, waarover..)
  • In het slot staat wat je hoopt te bereiken met het artikel
  • Zet je voor- en achternaam onder het artikel
  • Al deze onderdelen zijn losse alinea's!

Slide 12 - Slide

is dit een artikel of een brief?
A
artikel
B
brief

Slide 13 - Quiz

Een artikel heeft altijd een titel.
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quiz

Een artikel bestaat uit
A
inleiding, middenstuk
B
Slot, titel, middenstuk
C
handtekening, inleiding, middenstuk, slot
D
inleiding, middenstuk ,slot

Slide 15 - Quiz

Als je een artikel schrijft...
A
Heeft iedere alinea een kernzin.
B
Heeft iedere alinea een tussenkopje.
C
Start het artikel altijd met een vraag.
D
Is de titel gelijk aan het onderwerp.

Slide 16 - Quiz

Hoe kun je een alinea van het middenstuk het beste beginnen?
A
met een signaalwoord: tot slot, kortom
B
met een signaalwoord: ten eerste, bovendien, daarnaast

Slide 17 - Quiz

Onder een artikel zet je altijd:
A
slotformule
B
je eigen naam (en klas)
C
Met vriendelijke groet,
D
bedankt voor het lezen

Slide 18 - Quiz

Met welk woord kun je het slot van het artikel het beste beginnen?
A
signaalwoord: kortom, dus,
B
signaalwoord: maar, omdat, ten tweede

Slide 19 - Quiz

Schrijven artikel 
  1. Vul eerst het bouwplan in met behulp van de situatiebeschrijving en de opdracht.
  2. Schrijf de tekst van je artikel (uitwerkbijlage blz 6). 
  3. Vul het artikel aan met een titel en je naam.
  4. Geef jezelf feedback. Je hoeft alleen te controleren op de punten waar een getal voor staat (1 t/m 13). Zet deze getallen in je tekst in de kantlijn.
Huiswerk:
Lever morgen aan het begin van de les je tekst + het feedbackformulier in. Dan zal ik de tekst nakijken op
taalgebruik en conventies

Slide 20 - Slide