Artikel schrijven

schrijven - artikel
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 3,4

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

schrijven - artikel

Slide 1 - Slide

Leerdoel
Na deze les weet je:

- hoe je een artikel schrijft volgens de conventies (regels) van het centraal schriftelijk examen (CSE).



Slide 2 - Slide

"artikel", waar denk je dan aan?

Slide 3 - Mind map

Artikel
- Tekst voor een tijdschrift, een krant of een website.
- Je richt je niet tot één persoon, maar tot een groot publiek.
- In de opdracht staat voor welk publiek je schrijft          taalgebruik
- In de schrijfopdracht staat welke elementen er terug moeten komen in je artikel.

Slide 4 - Slide

Aan welke eisen moet een artikel aan voldoen?

Slide 5 - Mind map

Eisen
- Passende titel  ( in een paar woorden) 
- Inleiding, middenstuk, slot          witregels tussen de delen
- Minimaal 100 woorden
- Nooit aan 1 persoon, dus geen aanhef. Tip: begin met een tijd- of plaatsaanduiding (bijv. Tijdens de ...) 
- Voor- en achternaam onder artikel, soms ook school/klas/plaats (kijk goed in de opdracht)


Slide 6 - Slide

Opbouw artikel
  1. Titel
  2. Inleiding
  3. Alinea 1 (eventueelmet tussenkopje)
  4. Alinea 2 (eventueelmet tussenkopje)
  5. Alinea 3 (eventueel met tussenkopje)
  6. Slot

Slide 7 - Slide

Inleiding
De inleiding is het eerste wat mensen lezen van je artikel. Maak ze dus nieuwsgierig. 

Vb. Tijdens de les Nederlands op maandag ... bespraken we met de klas ...
  • Het onderwerp  noemen 
  • of vertellen waarom je over dit onderwerp schrijft 
  • of een voorbeeld geven over het onderwerp 
  • of een leuk, kort verhaaltje vertellen over het onderwerp (anekdote)
  • of een  vraag stellen.



Slide 8 - Slide

Middenstuk
Hier behandel je het onderwerp van het artikel. In dit deel van de tekst staan de meeste elementen van de opdracht.

In een tekst kunnen verschillende dingen over een onderwerp 
gezegd worden.

We noemen dit deelonderwerpen.
Meestal wordt er in één alinea één deelonderwerp behandeld.


Slide 9 - Slide

Slot
In het slot kun je een keuze maken:


 



LEES GOED WAT DE OPDRACHT VAN JOU VERWACHT!
  • Samenvatten: “Kortom, …”
  • Toekomstverwachting. “Dan denk ik dat we voortaan…”
  • Conclusie. “Dus… “
  • Advies. “Ik zou zeker … “
  • Antwoord geven op de vraag die je in de inleiding hebt gesteld.

LEES GOED WAT DE OPDRACHT VAN JOU VERWACHT!



Slide 10 - Slide

Bekijk het 
filmpje over 
een artikel schrijven
(0:00-3:50)

Slide 11 - Slide

Opbouw van een artikel
  • Plaats boven je artikel een passende titel
  • In de inleiding staat de aanleiding van je artikel: waarom je het artikel schrijft
  • In het middenstuk (kern) staat de meeste informatie (wat, waarom, waarover..)
  • In het slot staat wat je hoopt te bereiken met het artikel
  • Zet je voor- en achternaam onder het artikel
  • Al deze onderdelen zijn losse alinea's!

Slide 12 - Slide

is dit een artikel of een brief?
A
artikel
B
brief

Slide 13 - Quiz

Een artikel heeft altijd een titel.
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quiz

Een artikel bestaat uit
A
inleiding, middenstuk
B
Slot, titel, middenstuk
C
handtekening, inleiding, middenstuk, slot
D
inleiding, middenstuk ,slot

Slide 15 - Quiz

Als je een artikel schrijft...
A
Heeft iedere alinea een kernzin.
B
Heeft iedere alinea een tussenkopje.
C
Start het artikel altijd met een vraag.
D
Is de titel gelijk aan het onderwerp.

Slide 16 - Quiz

Hoe kun je een alinea van het middenstuk het beste beginnen?
A
met een signaalwoord: tot slot, kortom
B
met een signaalwoord: ten eerste, bovendien, daarnaast

Slide 17 - Quiz

Onder een artikel zet je altijd:
A
slotformule
B
je eigen naam (en klas)
C
Met vriendelijke groet,
D
bedankt voor het lezen

Slide 18 - Quiz

Met welk woord kun je het slot van het artikel het beste beginnen?
A
signaalwoord: kortom, dus,
B
signaalwoord: maar, omdat, ten tweede

Slide 19 - Quiz

Evaluatie
Aan het einde van de les

- weet je hoe je een artikel moet schrijven (herhaling)
- kun je een artikel schrijven

Slide 20 - Slide

Artikel
  • Uit hoeveel alinea's bestaat jouw artikel?
  • Wat is de titel van het artikel
  • Wie is de auteur van jouw artikel 
  • Bevat het artikel tussenkopjes, zo ja welke? 
  • Hoe wordt het artikel afgesloten? 

Schrijf op/markeer deze onderdelen.
Je hebt hier 2 minuten de tijd voor.
Daarna bespreken we het klassikaal.




timer
2:00

Slide 21 - Slide