What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
EX9_De arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt
1 / 23
next
Slide 1:
Slide
Economie
Middelbare school
havo
Leerjaar 5
This lesson contains
23 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
50 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
De arbeidsmarkt
Slide 1 - Slide
Arbeidsmarkt
P = loon
Qa = aanbod van (productiefactor) arbeid, de beroepsbevolking
Qv = vraag naar (productiefactor) arbeid, werkgelegenheid
Slide 2 - Slide
Arbeidsmarkt is geen markt van volkomen concurrentie
Geen vrije toe- en uittreding
Arbeid is niet homogeen
Markt is niet volledig transparant.
Slide 3 - Slide
Op de arbeidsmarkt spelen arbeidsmarktinstituties een grote rol
Minimumloon
Collectieve arbeidsovereenkomst
Vakbonden en werkgeversorganisaties
Slide 4 - Slide
Werkloosheid
Qa > Qv
Slide 5 - Slide
Verschillende soorten werkloosheid
Frictiewerkloosheid
Structurele werkloosheid
Conjuncturele werkloosheid
Seizoenswerkloosheid
Slide 6 - Slide
Wat zijn mogelijke oorzaken van structurele werkloosheid?
A
Te hoge lonen en arbeidskosten in het algemeen.
B
Overmatige regulering van de arbeidsmarkt.
C
Stakingen van werknemers in bepaalde sectoren.
D
Automatisering en verplaatsing van banen naar lagelonenlanden.
Slide 7 - Quiz
Hoe kan structurele werkloosheid worden verminderd?
A
Verlaging van de uitkeringen voor werklozen.
B
Invoering van een kortere werkweek voor alle werknemers.
C
Beperking van immigratie op de arbeidsmarkt.
D
Investeringen in scholing en omscholing van werkzoekenden.
Slide 8 - Quiz
Wat is een voorbeeld van een beroep die last heeft van seizoenswerkloosheid?
A
Vrachtwagenchauffeur
B
Aardbeien plukker
C
Mijnwerker
D
Ski leraar
Slide 9 - Quiz
Overheidsinstelling die je helpt een baan te vinden en die beoordeelt of je recht hebt op een WW uitkering.
Arbeidsmarkt waarin de vraag naar personeel groter is dan het aanbod ervan. Het tegenovergestelde is een ruime arbeidsmarkt.
Alle arbeidsplaatsen bij bedrijven en de overheid (samen vormen ze de vraag naar arbeid).
Wanneer je geen werk hebt, maar wel actief op zoek bent naar een baan waarvoor je meteen beschikbaar bent.
Krappe arbeidsmarkt
UWV
Werkgelegenheid
Werkloos
Slide 10 - Drag question
Als er veel werkloosheid is...
A
Is de vraag naar arbeid groter dan het aanbod.
B
Is de vraag naar arbeid kleiner dan het aanbod.
Slide 11 - Quiz
Regionale werkloosheid is werkloosheid die in heel Nederland voorkomt
A
Waar
B
Niet waar
Slide 12 - Quiz
Er is veel werkloosheid bij een
A
krappe arbeidsmarkt
B
ruime arbeidsmarkt
Slide 13 - Quiz
Door de coronapandemie steeg de werkloosheid. Is deze werkloosheid passend bij structurele of conjuncturele werkloosheid?
A
Conjuncturele werkloosheid
B
Structurele werkloosheid
Slide 14 - Quiz
Wat is de beroepsbevolking?
A
Groep personen tussen 15 en 75
B
Groep personen tussen 15 en pensioenleeftijd die werken of werkloos zijn
C
Alle werkende en niet werkende mensen
D
geen van bovenstaande antwoorden
Slide 15 - Quiz
Wat is het aanbod op de arbeidsmarkt?
A
Mensen die betaald werk doen
B
Mensen die op zoek zijn naar betaald werk
C
Mensen die betaald werk doen en op zoek zijn naar betaald werk
Slide 16 - Quiz
Er is een werkende beroepsbevolking en een niet-werkende beroepsbevolking
A
Juist
B
Onjuist
Slide 17 - Quiz
Er is vraag naar arbeid op de arbeidsmarkt.
Wie zijn de vragers op de arbeidsmarkt?
A
Bedrijven
B
Werklozen
C
Werkende
D
Geen van alle
Slide 18 - Quiz
Arbeidsparticipatie
A
Het percentage werk
B
Het aandeel die mensen hebben in bedrijven
C
De hoeveelheid mensen die vrijwilligerswerk doen
D
Het percentage van de beroepsbevolking dat werkt
Slide 19 - Quiz
In Utrecht is er veel werkloosheid omdat daar veel aanbod op de arbeidsmarkt is.
Van wat voor werkloosheid is hier sprake?
A
Frictiewerkloosheid
B
Seizoenswerkloosheid
C
Regionale werkloosheid
D
Structurele werkloosheid
Slide 20 - Quiz
Ryan is skileraar. In de lente wordt hij werkloos. Hoe noem je deze vorm van werkloosheid?
A
Seizoenwerkloosheid
B
Regionale werkloosheid
C
Frictiewerkloosheid
Slide 21 - Quiz
Frictiewerkloosheid is:
A
het loopt niet lekker tussen jouw en je baas
B
je hebt alleen werk in een bepaald seizoen
C
je hebt alleen werk in een bepaalde regio
D
je bent "in between jobs"
Slide 22 - Quiz
Welke uitspraak is juist?
Het minimumloon is:
A
het laagste loon in een bedrijf.
B
het loon dat je minimaal moet ontvangen als je werkt.
C
.het loon na belastingen en premies
D
een ander woord voor de bijstand.
Slide 23 - Quiz
More lessons like this
Economisch bekeken - H3.1 Werk over en tekort, H2.3 Een ruime arbeidsmarkt (K) en H3.1 Structurele w
November 2024
- Lesson with
14 slides
Economie
Middelbare school
vmbo b, k
Leerjaar 4
Arbeidsmarkt
November 2022
- Lesson with
13 slides
Economie
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
powercollege 15_productiefactor arbeid
July 2023
- Lesson with
29 slides
Maatschappijwetenschappen
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 3,4
arbeidsmarkt
December 2023
- Lesson with
36 slides
Economie
Middelbare school
havo
Leerjaar 5
Goede tijden, slechte tijden H1 paragraaf 3
February 2025
- Lesson with
17 slides
Economie
Middelbare school
havo
Leerjaar 5
Goede tijden, slechte tijden H1 paragraaf 3
November 2024
- Lesson with
17 slides
Economie
Middelbare school
havo
Leerjaar 5
Goede tijden, slechte tijden H1 paragraaf 3
January 2025
- Lesson with
17 slides
Economie
Middelbare school
havo
Leerjaar 5
H1 paragraaf 5
December 2023
- Lesson with
13 slides
Economie
Middelbare school
havo
Leerjaar 4