11.1 Optellen en aftrekken

HV: H11 Rekenen met variabelen, blz. 174 TL: H8 Lengte, omtrek, opp., blz. 48   
1 / 28
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

HV: H11 Rekenen met variabelen, blz. 174 TL: H8 Lengte, omtrek, opp., blz. 48   

Slide 1 - Slide

§11.1 optellen en aftrekken
dus:   +   en    -
maak alvast opgave 1

Slide 2 - Slide

TL   §8.1   Maten schatten

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

TL  maken §2.1
m

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

TL mag §1 verder afmaken

Slide 8 - Slide

Formules korter schrijven

Gelijksoortige termen kunnen worden samengenomen.

Termen met dezelfde variabelen: 5a + 6a wordt 11a

Termen met verschillende variabelen kunnen NIET worden samengenomen, bijvoorbeeld 6a + 3q kun je niet samennemen 


Slide 9 - Slide

Optellen en aftrekken 
Alleen gelijksoortige termen kun je samenvoegen. In gelijksoortige termen komen precies dezelfde variabelen voor








g = 3a - 4 - 2a + 6
g = a + 2

Slide 10 - Slide

Termen
Variabelen

Slide 11 - Drag question

Wat is het kortste antwoord?
64b264b2
A
0b2
B
64
C
64b
D
0

Slide 12 - Quiz

gelijksoortige termen
optellen en aftrekken





Maak een formule voor de omtrek. Noem de omtrek P.

Slide 13 - Slide

Welke termen zijn gelijksoortig?
A
4x2
B
x2
C
4x
D
4

Slide 14 - Quiz

Voorbeelden.
h = 4r + 2r  hier zijn 2 termen met variabele r
en optellen geeft:    h = 6r

b = 2a + 7a -10 hier zijn 3 termen maar alleen 2a and 7a zijn gelijksoortig, 
dus krijgen we:   b = 9a -10

p = 4 + 6 + 2s
p = 10 + 2s 

Slide 15 - Slide

Enkele taken voor jou!

Slide 16 - Slide

Verkort:
k = -4 + 6k -6
timer
0:20
A
k = 10 + 6k
B
k = 6k - 10
C
k = -10 + 6k
D
k = 16k

Slide 17 - Quiz

Oplossing:
k = -4 + 6k -6     De gelijksoortige termen zijn:    -4 and -6.
k = -10 + 6k    of ook:      k = 6k - 10           
 Attentie: in 'H8 Negatieve getallen ' leerde je dat            -4 -6 = -10

                               Maarrr...     -4 x -6 = 24 (positief!)

Slide 18 - Slide

t = -5k - 5 + 3k + 7
Verkort dit!
timer
0:25
A
t = 2k + 2
B
t = -2k + 2
C
t = -2k - 2
D
t = -4k

Slide 19 - Quiz

Oplossing:
t = -5k - 5 + 3k + 7              Neem de gelijksoortige termen samen:
t = -2k + 2                              
Ten slotte: -2k and 2 zijn geen gelijksoortige termen,
                                         dus kun je ze niet samen nemen.

Slide 20 - Slide

Open je SCHRIFT en pak een PEN.

Slide 21 - Slide

Antwoord vraag 1a in je schrift!
timer
1:00

Slide 22 - Slide

Een mogelijke oplossing:




Slide 23 - Slide

Maak  1b in je schrift:
timer
0:45

Slide 24 - Slide

timer
0:30
P = 20 + b+ b + 20 + b + b + 20 + b + b + 20 + b + b

Slide 25 - Mind map

Oplossing:



Tijd voor een grapje!

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Huiswerk:
H/V :        2, 3, 4, 5, 6, 7

VWO:       3, 4, 5, 6, 7, U1

Slide 28 - Slide