Nederlands les 6 - wk 7

Welkom bij Nederlands
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NederlandsHBOStudiejaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Welkom bij Nederlands

Slide 1 - Slide

De coach ............ de spelers te veel.
A
pushete
B
pushte
C
pushede
D
pushde

Slide 2 - Quiz

De kinderen ....... om de clown.
A
lachte
B
lachtte
C
lachten
D
lachtten

Slide 3 - Quiz

De gevraagde gegevens werden niet door de tegenpartij verstrekt.
Wat is het onderwerp?
A
de gevraagde gegevens
B
door de tegenpartij
C
de gegevens
D
de tegenpartij

Slide 4 - Quiz

Hem heb ik de gevraagde informatie niet gegeven.
Wat is het meerwerkend voorwerp?
A
hem
B
ik
C
gevraagde informatie
D
informatie

Slide 5 - Quiz

Wanneer als/dan?
Zij hield een beter pleidooi ......
A
als ik
B
dan ik
C
als mij
D
dan mij

Slide 6 - Quiz

De kinderen gingen met de trein op schoolreis, omdat de bus te duur was.
Wat is hier de hoofdzin?
A
De kinderen ... schoolreis
B
omdat .... was

Slide 7 - Quiz

De nieuwe Avatar-film is uit, ...... ik erg gaaf vind.
A
die
B
dat
C
wat

Slide 8 - Quiz

De studenten hadden geen geld. Echter ze wilden nog wel uit eten.
Deze zin is...
A
correct
B
niet correct

Slide 9 - Quiz

...... je ook lid van de vakbond?
A
word
B
wort
C
wordt

Slide 10 - Quiz

In de supermarkt waren de mensen boodschappen aan het doen.
Wat is het lijdend voorwerp?
A
in de supermarkt
B
de mensen
C
boodschappen

Slide 11 - Quiz

Wachtend op frietjes bij Bram, begon het tentamen te laat.
Deze zin is.....
A
goed
B
fout

Slide 12 - Quiz

De zin is.....
Het is verboden hier geen fietsen te parkeren.
A
goed
B
fout

Slide 13 - Quiz

De rechter kon geen beslissing nemen en hield de zaak aan.
Deze zin is....
A
goed
B
fout

Slide 14 - Quiz

Ik vroeg ..... (hen/hun) of ze .... (hen/hun) huiswerk hadden ingeleverd.
A
hun - hun
B
hun - hen
C
hen - hen
D
hen - hun

Slide 15 - Quiz

Welke spelling is correct?
A
twee onder een kap woning
B
twee-onder-een-kap woning
C
twee-onder-een-kapwoning

Slide 16 - Quiz

Welke spelling is correct?
A
zwarte- en witte tegels
B
zwarte en witte tegels

Slide 17 - Quiz

Welke spelling is correct?
A
Bram's huis
B
Brams huis

Slide 18 - Quiz

De ........ mail kon ik niet meer vinden.
A
beantwoorde
B
beantwoordde
C
beantwoorden
D
beantworde

Slide 19 - Quiz

De uitspraak heeft hem ......
A
verbaazt
B
verbaazd
C
verbaast
D
verbaasd

Slide 20 - Quiz

Welke spelling is correct?
A
smsje
B
sms-je
C
sms'je

Slide 21 - Quiz

Welke spelling is correct?
A
bacteriën
B
bacterieën

Slide 22 - Quiz

Welke spelling is correct?
Een ....... hondje.
A
lief
B
lieve
C
lieven

Slide 23 - Quiz

Welke spelling is correct?
A
foto-expositie
B
fotoexpositie
C
foto expositie

Slide 24 - Quiz

Welke spelling is correct?
A
kwaliteitsslag
B
kwaliteitslag

Slide 25 - Quiz

Welke spelling is correct?
A
De gouden armband
B
De goude armband

Slide 26 - Quiz

Welke spelling is correct?
De ........ rechtszaak.
A
ingewikkeld
B
ingewikkelde
C
ingewikkelden

Slide 27 - Quiz

Welke verwijzing is juist?
De gemeente heeft ...... reactie op zienswijze goed onderbouwd.
A
het
B
haar
C
zijn

Slide 28 - Quiz

Wanneer als/dan?
Hij heeft twee keer zoveel werk verricht.....
A
als ik
B
dan ik
C
als mij
D
dan mij

Slide 29 - Quiz

De zin is .....
De advocaat moest de feiten nachecken, voordat hij antwoord gaf.
A
goed
B
fout

Slide 30 - Quiz

Ook heb ik hem gevraagd, bovendien zijn getuigen mee te nemen.
Hier is sprake van een ....
A
contaminatie
B
foutief pleonasme
C
foutieve tautologie

Slide 31 - Quiz

Als we ...... vragen hebben gehad, zijn we klaar.
A
alle
B
allen

Slide 32 - Quiz

Tenzij ....... nog vragen hebben.
A
sommige
B
sommigen

Slide 33 - Quiz

Het zit er op...

Bedankt allemaal


Slide 34 - Slide