Fictie Les 4 perspectief en vertelprocedé

perspectief en vertelprocedé
paragraaf 4.1
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

perspectief en vertelprocedé
paragraaf 4.1

Slide 1 - Slide

Vertelperspectief 1 – De alwetende verteller
Dit is de oudste vertelvorm ter wereld. De alwetende verteller (ook wel auctoriale verteller genoemd) kom je tegen in oude geschriften zoals de Ilias, de Bijbel en klassieke boeken zoals Dik Trom. 
De alwetende verteller is een soort god die boven de gebeurtenissen staat. Deze verteller weet alles, van iedereen!

Slide 2 - Slide

Vertelperspectief 2 – De ik-verteller
Bij deze vertelvorm vertelt de ik-persoon zijn verhaal. De ‘ik’ is dus niet alleen verteller, maar speelt ook een rol in de gebeurtenissen. Dit vertelperspectief komt voor in autobiografieën, maar ook in romans waarin de hoofdpersoon aan het woord is.
Er zijn twee verschillen vormen van ik-vertellingen. De ‘ik’ kan in de verleden tijd praten, over gebeurtenissen die al hebben plaatsgevonden. Die stijl wordt ook wel ‘de vertellende ik’ genoemd. Maar een ik-persoon kan ook verslag doen van gebeurtenissen terwijl hij/zij ze beleeft. Die vorm wordt ook wel ‘de belevende ik’ genoemd.

Slide 3 - Slide

Vertelperspectief 3 – De personale verteller
3e persoon/hij-zij
Bij een personaal vertelperspectief is de verteller onzichtbaar. Je hebt als lezer het idee dat het verhaal zichzelf vertelt, omdat het is geschreven in de derde persoon, dus vanuit het hij- of zij-perspectief. Lezers komen alleen te weten komt wat de hoofdpersoon ziet, hoort en denkt. Ze kunnen niet in de hoofden van andere personages kijken.

Slide 4 - Slide

Vertelperspectief 3 – De personale verteller
Wisselend perspectief
Je kunt het personaal vertelperspectief ook steeds laten wisselen tussen verschillende personages. Lezers volgen dan meerdere hoofdpersonen die met ‘hij’ of ‘zij’ worden aangeduid. Ze bekijken de gebeurtenissen dan door de ogen van al deze mensen, zodat het verhaal van verschillende kanten wordt belicht.

Slide 5 - Slide

Het jij-perspectief
Behalve de alwetende verteller, de ik-figuur en de derde persoon, bestaat er ook nog de zelden gebruikte tweede persoon: jij. Dan krijg je bijvoorbeeld zoiets:
“Je loopt de kamer binnen, en je weet dat zich iets in het donker schuilhoudt. Je glimlacht.”

Slide 6 - Slide

Het jij-perspectief
Je komt de huiskamer binnen en je moeder zit aan de grote tafel in haar agenda te turen. Ze schudt haar hoofd, zucht en zegt: ‘Ik zie door de bomen het bos niet meer!’ Nieuwsgierig buig je je over de bladzijde: helemaal volgekrabbeld, maar het zijn allemaal letters. En trouwens, in een bos staan toch altijd bomen, anders is het geen bos. Wat bedoelt je moeder?

Slide 7 - Slide

Fragment 

Terug naar huis

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Fragment 

Latino King

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

vertelprocedé
Een schrijver kiest zelf hoe hij in zijn verhaal personen,plaatsen,tijden,perspectief en spanning gebruikt.
Het gebruik van deze van zulke verhaalelementen (verhaaldelen) heet vertelprocedé

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

vertelprocedé
  • personages
  • plaats/ruimte
  • tijd
  • perspectief
  • spanning

Slide 14 - Slide

vertelprocedé
Verschil in beleving:
  • hoofdpersoon of bijpersoon vertelt
  • wisselend perspectief
  • het verhaal achteraf vertellen (vt)
  • het verhaal mee vertellen (tt)
  • informatie weggeven of juist achterhouden

Slide 15 - Slide

Nu: maken opdracht 2 en 3 van paragraaf 4.1

Huiswerk voor maandag:
afmaken opdracht 2 en 3, maken opdracht 7

Slide 16 - Slide