This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Startklaar:Maak opdracht 10
Benodigheden
- Schrift
- Pen, potlood
- Laptop
- JDW-map
LessonUp:
JA!
Telefoons
Slide 2 - Slide
We gaan starten!
Wachttijd:
stopwatch
00:00
Slide 3 - Slide
Lesprogramma
Huiswerk-controle
Terugblik
Leerdoelen
Instructie (uitleg)
Huiswerk
Afsluiting
Nabespreking
Slide 4 - Slide
Hoofdstuk 4: Brandstoffen
§4.1 - Verbrandingsproducten
§4.2 - Brandstoffen en milieu
§4.3 - Explosies en energie
§4.4 - Blussen
§4.5 - Toepassen
Slide 5 - Slide
Huiswerk!
Maak van paragraaf 4.2
opdracht: 23 t/m 24 op blz 93.
Je mag samenwerken!
rood = Iedereen is stil
oranje = Iedereen is stil, docent beantwoord wel vragen
groen = Je mag zachtjes overleggen met je buurman/buurvrouw
timer
10:00
Slide 6 - Slide
Terugblik
Je kent de definitie van fossiele brandstoffen en kan uitleggen waarom deze zo slecht zijn voor het milieu.
Je kan uitleggen wat de definitie is van biobrandstoffen en waarom deze minder slecht zijn voor het milieu dan fossiele brandstoffen.
Je kan uitleggen waarom waterstof een heel goed alternatief voor brandstof is.
Je kan uitleggen hoe het versterkte broeikaseffect optreed.
Je kan uitleggen wat zure regen is en hoe het ontstaat.
Slide 7 - Slide
Er bestaan twee soorten koolstofkringlopen. Welke?
A
Natuurlijke en onnatuurlijke koolstofkringloop
B
Trage en snelle koolstofkringloop
C
Menselijke en dierlijke koolstofkringloop
D
Homogene en heterogene koolstofkringloop
Slide 8 - Quiz
Welk milieuprobleem ontstaat door de uitstoot van SO2 bij verbranding van aardolieproducten?
A
gat in de ozonlaag
B
versterkt broeikaseffect
C
broeikaseffect
D
zure regen
Slide 9 - Quiz
Explosie
Een reactie waarbij in heel korte tijd gasvormige producten ontstaan die een veel groter volume innemen dan de oorspronkelijke stof.
Explosie
Een explosie is een zeer snelle verbranding van een mengsel van stoffen in een afgesloten ruimte. De reactieproducten van de verbranding hebben een groter volume dan de beginstoffen. De explosie is het gevolg van de volumevermeerdering. Er komt veel meer energie vrij dan er ingestopt wordt.
Slide 10 - Slide
Leerdoelen §4.3
Je kan uitleggen wat een explosie is en hoe deze ontstaat.
Je kan uitleggen wanneer een explosie kan plaatsvinden met de begrippen explosiegrenzen: BEG en OEG.
Je kent de grootheid energie (E) en de eenheid Joule (J).
Je kan het rendement van een reactie berekenen.
Lees blz 94 & 95 door
Slide 11 - Slide
Uitleg van OEG en BEG
Slide 12 - Slide
dfa
fdaf
GHS-symbool
Explosie ontstaat als een brandbare stof en zuurstof en juiste ontstekingstemperatuur zijn aangebracht.
De verhouding van de brandbare stof en zuurstof (beginstoffen) moet binnen een bepaalde grenzen liggen: de explosiegrenzen.
Slide 13 - Slide
Tijdens de instructie moet je aantekeningen maken.
Deze moet je halverwege ook laten zien.
Hierna komen twee filmpjes die gaan over de theorie uit paragraaf 4.3.
Tijdens de filmpjes maak je aantekeningen.
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Video
Slide 16 - Video
Aan de slag!
Maak van paragraaf 4.3
opdracht: 27 t/m 29 op blz 96.
Je mag samenwerken!
rood = Iedereen is stil
oranje = Iedereen is stil, docent beantwoord wel vragen
groen = Je mag zachtjes overleggen met je buurman/buurvrouw
timer
10:00
Slide 17 - Slide
Bij rijden op benzine of bioalcohol (beiden koolwaterstoffen) is er ook uitstoot van stikstofoxiden. Bij bioalcohol als brandstof is dat 0,14 g NOx per km. Bij benzine is dat 0,10 g NOx per km. Leg uit, waarom bij de verbranding van beide brandstoffen stikstofoxiden ontstaan.
Slide 18 - Open question
Afsluiting: we weten.................
wat een explosie is en hoe deze ontstaat.
wanneer een explosie kan plaatsvinden met de begrippen explosiegrenzen: BEG en OEG.
wat de grootheid energie (E) en de eenheid Joule (J) is.
hoe je het rendement van een reactie kunt berekenen.
Slide 19 - Slide
Het is duidelijk waar we met het hoofdstuk aan het werk gaan
😒🙁😐🙂😃
Slide 20 - Poll
Ik begrijp de leerdoelen van deze les?
😒🙁😐🙂😃
Slide 21 - Poll
Afsluiting
Volgende les:
Huiswerk:
Zet in je planner!!
Maak van paragraaf 4,3 opdracht: 27 t/m 29 op blz 96.