Niv 2 Zintuigen

Zintuigen
1 / 24
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Zintuigen

Slide 1 - Slide

HO.4sa
Week 1
Ademhalingsstelsel
Week 2
Ziektebeelden ademhaling
Week 3
Ziektebeelden ademhaling
Week 4
Zenuwstelsel
Week 5
Zintuigen: Oog
Week 6
Oog aandoeningen
Week 7
Zintuigen: Oor
Week 8
Overige zintuigen en problemen 
Week 9
Toets

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
Je kunt uitleggen:
  • welke vijf zintuigen we hebben
  • hoe de zintuigen zijn opgebouwd en hoe ze werken

Tijdsplanning
Uitleg 20 min
Opdracht oog 40 min

Slide 3 - Slide

Quiz
Wat weet je nog? En wat weet je al?

Slide 4 - Slide

Hoe zit je er bij?
😒🙁😐🙂😃

Slide 5 - Poll


Wat zie je op de
afbeelding?
A
Klieren
B
Het ruggenmerg
C
De zenuwen
D
Het zenuwstelsel

Slide 6 - Quiz

Hoe heten de hersenen en ruggenmerg samen?
A
zenuwstelsel
B
centrale zenuwstelsel
C
zenuwen

Slide 7 - Quiz

Zenuwen verbinden het centrale zenuwstelsel met alle delen van het lichaam
A
Waar
B
Nietwaar

Slide 8 - Quiz

Een zintuig is een orgaan dat reageert op prikkels
A
Waar
B
Nietwaar

Slide 9 - Quiz

Noem de 5 zintuigen

Slide 10 - Open question

Slide 11 - Slide

Informatie die zintuig kan waarnemen:
Buiten je lichaam:
Bijv. een geur, smaak, licht of geluid. 

Vanuit je lichaam:
Bijv. pijn, honger, dorst of een verandering van de spierspanning.

Slide 12 - Slide

Zintuigen
  1. Zintuigen zijn organen die bepaalde prikkels kunnen opvangen.
  2. Ze zetten deze prikkels om in zwakke elektrische signalen
  3. Deze signalen worden doorgegeven aan ruggenmerg en/of hersenen

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Prikkeldrempel
Denk hierbij aan een deurbel. 
Wanneer je niet genoeg drukt op de bel, zal er geen geluid komen.
Ding Dong.....

Slide 16 - Slide

Reflex 
Reflex

Slide 17 - Slide

komt binnen bij je zintuigcellen
Elektrische signaaltje via een zenuw
Reactie
Respons
Prikkel
Impuls

Slide 18 - Drag question


A
2= zintuigcellen 4 = respons
B
2= zintuigcellen 4 = waarnemen
C
2= prikkel 4 = waarnemen

Slide 19 - Quiz


A
1= prikkel 3= impuls
B
1= impuls 3 = prikkel
C
1= zintuigcel 3 = prikkel
D
1= zintuigcel 3 = impuls

Slide 20 - Quiz

Sommige lichaamsdelen hebben meer zintuigcellen dan andere.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quiz

In welke volgorde gaat
waarnemen en reageren?
A
impuls - hersenen - impuls - respons - prikkel
B
respons- prikkel - impuls - hersenen - impuls
C
impuls - respons- impuls - prikkel - hersenen
D
prikkel - impuls - hersenen - impuls - respons

Slide 22 - Quiz

Opdracht poster
  1. Het rad maakt tweetallen
  2. Maken de poster op een flapover
  3. Vooral tekenen en max 3 plaatjes printen (door mij)
  4. Weinig tekst en makkelijke taal! 
  5. Zorg dat je aan de hand van de poster je verhaal kan vertellen!
  6. Laat zien wat ieder zijn bijdrage is geweest.
  7. Poster volgende les aan elkaar laten zien (korte pitch 2 min) (MET beoordeling!)

Slide 23 - Slide

Vragen
  1. Teken de bouw van het oog met daarin:                                       Iris, lens, hoornvlies, pupil, glasachtig lichaam, blinde vlek, gele vlek, netvlies
  2. Hoe werkt het oog? (kort, eigen woorden, makkelijke taal)
  3. Verwerk 2 ziektebeelden van het oog (overleg met mij welke) en leg uit wat er mis gaat.
  4. Laat zien welke gevolgen het heeft op gebied van ADL en op sociaal gebied

Slide 24 - Slide