This lesson contains 36 slides, with text slides and 3 videos.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
6.4 Iris en ooglens
Slide 1 - Slide
wat gaan we vandaag doen?
herhalen vorige les: 6.3 de ogen
bespreken huiswerk
nieuwe theorie 6.4 de iris en de ooglens
zelf aan de slag
Slide 2 - Slide
6.3 De ogen
De gezichtszintuigen liggen in de ogen.
De ogen liggen goed beschermd in je oogkassen.
Er zijn nog meer onderdelen die je ogen beschermen.
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Slide
6.3 De ogen
bescherming van het oog:
- wenkbrauwen: zorgen ervoor dat het zweet niet in je ogen loopt
- oogleden: beschermen de ogen tegen vliegjes en stof
- wimpers: beschermen de ogen tegen vuil en tegen te fel licht
Slide 5 - Slide
6.3 De ogen
bescherming van het oog:
- de traanklieren maken traanvocht: tegen uitdroging en zorgt voor wegspoelen van stofjes uit het oog
- het traanvocht wordt afgevoerd naar de neusholte via traanbuizen
Slide 6 - Slide
6.3 De ogen
buitenkant van het oog:
- harde oogvlies: witte gedeelte van de oogbol: beschermt het binnenste van het oog.
- iris/regenboogvlies: gekleurde gedeelte van de oogbol, kan verschillende kleuren hebben
- pupil: opening in de iris: hierdoor dringt het licht het oog binnen
- hoornvlies: ligt over de iris en de pupil heen
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
6.3 De ogen
Inwendige bouw van het oog
De wand van je oog bestaat uit 3 lagen:
1. harde oogvlies (buitenste laag)
2. vaatvlies
3. netvlies (binnenste laag)
Slide 9 - Slide
6.3 De ogen
inwendige bouw van de ogen
lens:
- ligt achter iris en pupil
- rondom liggen kringspieren
- zorgt samen met het hoornvlies dat je scherp ziet
Slide 10 - Slide
6.3 De ogen
de bouw van het oog:
- netvlies: binnenste laag van het oog: hierin liggen de gezichtszintuigcellen waar de impulsen ontstaan
- oogzenuw: impulsen gaan via hier naar de hersenen
- gele vlek: in het centrum van het netvlies: hiermee zie je het scherpst
- blinde vlek: hier zie je niks, hier verlaat de oogzenuw het oog
Slide 11 - Slide
6.3 De ogen
bouw van het oog:
- oogspieren: zitten in de oogkassen vast aan het harde oogvlies; hiermee kan je je ogen draaien naar de richting waarnaar je kijkt.
- glasachtig lichaam: doorzichtige gelei-achtige massa in het oog
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Slide
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Slide
6.4 De iris en de ooglens
Slide 16 - Slide
6.4 De iris en de ooglens
Je ogen passen zich voortdurend aan: de ene keer kijk je naar iets dichtbij en een andere keer kijk je naar iets ver weg.
Ook heb je je hersenen nodig om iets goed te kunnen zien: hier wordt de informatie verwerkt.
Slide 17 - Slide
Slide 18 - Slide
6.4 De iris en de ooglens
iris en pupil:
- de pupil kan groter en kleiner worden gemaakt door spiertjes in de iris
- hoeveel licht er op het netvlies komt, wordt geregeld door de pupil
Slide 19 - Slide
6.4 De iris en de ooglens
spieren rond de pupil:
- rondom de pupil lopen kringspieren: als die zich samentrekken wordt de pupil kleiner
- van de pupil naar de buitenkant van de iris lopen straalsgewijze spieren: als die zich samentrekken wordt de pupil groter
Slide 20 - Slide
Slide 21 - Slide
6.4 De iris en de ooglens
pupilreflex:
= het samentrekken van de spieren in de iris
- beschermt de zintuigcellen in het netvlies tegen te fel licht
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Video
6.4 De iris en de ooglens
lichtstralen die in je oog aankomen worden gebroken: ze worden in een andere richting omgebogen
lichtbreking in je oog gebeurt vooral door je hoornvlies en de ooglens
De ooglens in je oog is een bolle lens: lichtstralen worden naar elkaar toe gebogen.
Slide 24 - Slide
Slide 25 - Slide
6.4 De iris en de ooglens
De lens van je oog is elastisch en kan van vorm veranderen.
De lens kan platter en boller worden.
Rondom de lens bevinden zich kringspieren.
De lens hangt m.b.v. lensbandjes in deze kringspieren.
Slide 26 - Slide
Slide 27 - Slide
Als de kringspieren rond de lens ontspannen, wordt de opening in de kringspieren rond lens groter en worden de lensbandjes strakker gespannen en rekken de lens uit: de lens wordt platter.
Als de kringspieren rond de lens zich samentrekken, wordt de opening waarin de lens hangt kleiner en verslappen de lensbandjes: de lens wordt boller
Slide 28 - Slide
Slide 29 - Slide
6.4 De iris en de ooglens
accommoderen = het aanpassen van de sterkte van de ooglens
de lens past zich voortdurend aan zodat je het ene moment dichtbij kan zien en het andere moment veraf.
Door te accommoderen wordt bij elke afstand een scherp beeld gevormd.