Devoir + bijwoord

Devoir + bijwoord
1 / 13
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Devoir + bijwoord

Slide 1 - Slide

je .........................(devoir)
present
A
doit
B
devais
C
dois
D
ai dû

Slide 2 - Quiz

devoir
A
moeten
B
kunnen
C
nemen
D
willen

Slide 3 - Quiz

(devoir / présent)
jij moet
A
tu devois
B
tu dois
C
tu devus
D
tu devais

Slide 4 - Quiz

Nous (devoir, présent)
A
devrons
B
doivent
C
devons
D
doivons

Slide 5 - Quiz

Hoe maak je de imparfait van het werkwoord "devoir"?
A
Neem de stam van de infinitief en voeg de uitgang van de imparfait toe
B
Neem de stam van de nous-vorm in de tegenwoordige tijd en voeg de uitgang van de imparfait toe
C
Neem de stam van de futur en voeg de uitgang van de imparfait toe
D
Gebruik de passé composé en vervang het hulpwerkwoord door een imparfait vorm

Slide 6 - Quiz

Wat zijn de uitgangen van de imparfait in het Frans?
A
-ai, -as, -a, -âmes, -âtes, -èrent
B
-e, -es, -e, -ons, -ez, -ent
C
-ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient
D
-ai, -as, -a, -ons, -ez, -ont

Slide 7 - Quiz

Futur. Hoe zeg je: ik zal moeten.
A
Je devrai
B
Je devai
C
Je devras
D
Je devas

Slide 8 - Quiz

Wat zijn bijwoorden?

Bijwoorden ...
A
geven extra informatie bij een werkwoord.
B
geven extra informatie bij een zelfstandig naamwoord.
C
geven extra informatie bij een bijvoeglijk naamwoord.
D
geven extra informatie bij een ander bijwoord.

Slide 9 - Quiz

Hoe vorm je meestal een bijwoord van een bijvoeglijk naamwoord in het Frans?
A
Voeg altijd -ment toe aan de vrouwelijke vorm van het bijv naamwoord
B
Als het bijv nmw op een klinker eindigt, voeg je direct -ment toe aan de mannelijke vorm. Anders gebruik je de vrouwelijke vorm + -ment.
C
Als het bijvoeglijk naamwoord op een medeklinker eindigt, voeg je altijd -ment toe aan de mannelijke vorm.
D
Je gebruikt altijd de stam van de nous-vorm en voegt -ment toe.

Slide 10 - Quiz

Welke 2 bijwoorden zijn er voor 'snel' in het Frans?
A
rapide
B
rapidement
C
vite
D
seulement

Slide 11 - Quiz

Vorm het bijwoord van het bijvoeglijk naamwoord "sérieux"

Slide 12 - Open question

Vorm het bijwoord van het bijvoeglijk naamwoord "heureux"

Slide 13 - Open question