2F maandag 17-03

Regels in de klas
  1.  Je hebt je spullen voor Nederlands bij je.
  2. Je let op als ik iets vertel/uitleg.
  3. Je bent geconcentreerd met je werk bezig.
  4. Aan het einde van de les staat je tafel recht en is je stoel aangeschoven.
  5. We gaan respectvol om met de docent en met elkaar.


1 / 42
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo lwoo, b, kLeerjaar 1,2

This lesson contains 42 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Regels in de klas
  1.  Je hebt je spullen voor Nederlands bij je.
  2. Je let op als ik iets vertel/uitleg.
  3. Je bent geconcentreerd met je werk bezig.
  4. Aan het einde van de les staat je tafel recht en is je stoel aangeschoven.
  5. We gaan respectvol om met de docent en met elkaar.


Slide 1 - Slide

Als je je niet aan de regels houdt
  1.  Mondelinge waarschuwing.
  2. Naam op het bord met het 1e streepje achter je naam.
  3. 2e streepje = nablijven of uitgestuurd.

Slide 2 - Slide

Programma 2F 17-03
  • Spel > ga staan als...
  • Korte uitleg over lezen.
  • Zelfstandig lezen > probeer met je concentratie in je verhaal te blijven.
  • Liedje/videoclip met opdrachtje.


Slide 3 - Slide

We gaan het hebben over 1 van mijn favoriete bezigheden...

Wat denk je dat het is?

Slide 4 - Slide

Lezen
Er komen nu een aantal stellingen over lezen. Ga staan als je het ermee eens bent.

Slide 5 - Slide

Stelling 1: Ik lees alleen omdat het moet.

Slide 6 - Slide

Stelling 2: Ik heb weleens een boek gelezen dat ik heel leuk vond.

Slide 7 - Slide

Stelling 3: Ik vind lezen makkelijk

Slide 8 - Slide

Stelling 4: Ik haat lezen

Slide 9 - Slide

Stelling 5: Je bent goed in lezen of niet. Je kunt het niet oefenen.

Slide 10 - Slide

Ga weer rustig zitten. Er komt een stukje uitleg over lezen.

Slide 11 - Slide

Hoe lezen kan voelen
Moeite hebben met lezen (links) vs goed kunnen lezen (rechts)

Slide 12 - Slide

Lezen en Netflix


Kun je Netflix haten?

Slide 13 - Slide

Kun je Netflix haten?
Nee! Je kunt Netflix niet haten. Je kunt wel sommige films of series op Netflix haten, omdat ze niet bij jouw interesse passen.

Zo is het ook met lezen. Je kunt sommige verhalen niet interessant vinden, maar het lezen zelf kun je niet haten. Je kunt het wel lastig vinden, maar lezen kun je oefenen!

Slide 14 - Slide

Hoe wordt je goed/nog beter in lezen?

Slide 15 - Slide

Je wordt beter in lezen door veel te oefenen.

Hoe werkt dat? > je maakt je leesmotor sterker.

Slide 16 - Slide

Conclusie
  • Je kunt lezen niet haten. Je kunt wel sommige dingen aan een verhaal haten. Kies daarom een onderwerp dat jij interessant vindt.

  • Als je lezen moeilijk vindt, is het minder leuk. Het helpt daarom om veel te oefenen!

Slide 17 - Slide

Programma voor de rest van deze les
  • Zelfstandig lezen > probeer met je concentratie in je verhaal te blijven.
  • Liedje/videoclip met opdrachtje.
timer
4:00

Slide 18 - Slide

Lezen


Jana, Bram, Dex, Djoy en Fedor
 mogen voor laten lezen op hun Chromebook.




Slide 19 - Slide

We gaan verder met een terugblik naar de vorige les...

Slide 20 - Slide

Weet je nog?
Welke 2 betekenissen van het woord motiveren ken je nog?

Slide 21 - Slide

Samenvatting
Motiveren kan 2 dingen betekenen:
  1.  Iemand aansporen iets te doen
  2. Uitleggen waarom je iets vindt.

Slide 22 - Slide

Voorbeeldzinnen met "motiveren"
  1. De leraar vroeg aan Sam om zijn antwoord te motiveren, dus hij legde uit waarom hij die keuze had gemaakt.
  2. Je moet motiveren waarom je te laat bent, anders krijg je misschien strafwerk.
  3. In een discussie is het belangrijk om je mening te motiveren, zodat anderen begrijpen waarom je dat vindt.

Slide 23 - Slide

Motiveren kan ook iets anders betekenen
  1. De leraar probeerde de leerlingen te motiveren om harder te werken door te zeggen dat ze dan een beloning kregen.
  2. Lisa motiveerde haar beste vriend om door te zetten met sporten, omdat ze wist dat het goed voor zijn gezondheid was.
  3. De coach gaf een motiverende speech om het voetbalteam enthousiast te maken voor de belangrijke wedstrijd.

Slide 24 - Slide

Wat we vandaag gaan doen
  • Je maakt kennis met debatteren.
  • Je leert je mening te geven en te onderbouwen.
  • Je leert luisteren naar de mening van een ander.

Slide 25 - Slide

Wat is een debat volgens jou?

Slide 26 - Slide

Laten we kijken naar een debat ...

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Link

Wat viel je op?

Wat gebeurt er tijdens een debat?

Slide 29 - Slide

Een debat
  • Een debat is een speciale soort discussie met regels.
  • Er zijn twee groepen: één is voor en één is tegen.
  • Elke groep heeft een mening over het onderwerp > standpunt.
  • Je gebruikt goede redenen (argumenten) om jouw mening te onderbouwen.
  • Het is niet de bedoeling dat het ruzie wordt!

Slide 30 - Slide

In de Tweede Kamer wordt elke dag gedebatteerd. Maar ook jij hebt deze vaardigheden vaker nodig dan je misschien denkt...

Slide 31 - Slide

Welke situatie kun je bedenken waarin je moet kunnen debatteren?

Slide 32 - Slide

Situaties waarin je debatteert
  1. Ouders overtuigen – Bijvoorbeeld als je later thuis wilt komen of een nieuwe telefoon wilt. Je moet goede redenen geven om je ouders te overtuigen.
  2. Vrienden overtuigen – Bijvoorbeeld als je wil bepalen welke film jullie kijken of waar jullie naartoe gaan. Je moet uitleggen waarom jouw idee het beste is.
  3. Sport of hobby's – Bijvoorbeeld als je in een team zit en je het niet eens bent met een beslissing, moet je uitleggen waarom jouw idee beter is.

Slide 33 - Slide

Basisregels voor een goed debat
  • Stellingen > Je kunt het ermee eens zijn of niet.
  • Argumenten > goede argumenten zijn goed uitgelegd en kloppen. Er worden feiten gebruikt om de ander te overtuigen.
  • Spreekbeurten > Laat de ander uitpraten.
  • Respect > Geen geschreeuw of beledigingen.

Slide 34 - Slide

Er komen nu een aantal stellingen op het scherm. Sta op als je het met de stelling eens bent.

Slide 35 - Slide

Stelling 1: Huiswerk moet worden afgeschaft.

Slide 36 - Slide

Stelling 2: Gym zou niet verplicht moeten zijn.

Slide 37 - Slide

Stelling 3: Je moet je eigen kamer opruimen. Dat is niet de taak van je ouders.

Slide 38 - Slide

Kijken en luisteren oefenen met het liedje kleur van Snelle
Vul tijdens het kijken/luisteren de vragen op je blad in.

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Video

De antwoorden bespreken

Slide 41 - Slide

Tijd over?
Optie 1: Spel uit de beweegpot 
Optie 2: kahoot

Slide 42 - Slide