klinisch redeneren 6 stappen

klinisch redeneren 6 stappen
1 / 25
next
Slide 1: Slide
VerzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

klinisch redeneren 6 stappen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

lesdoel
aan het eind van deze les weten jullie alle 6 de stappen te benoemen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

welke 6 stappen hebben we?
1. oriëntatie op de situatie
2. klinische probleemstelling
3. aanvullend onderzoek
4. klinisch beleid
5. klinisch verloop
6. evaluatie

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

stap 1
orientatie op de situatie

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

wat doen we allemaal bij orientatie op de situatie, wat wil je allemaal weten?

Slide 5 - Open question

wat neem ik waar bij de zorgvrager?

metingen van de vitale functies, zijn deze afwijkend?


wat is de VG van deze patient? is hij bekend met andere ziektebeelden?

welke klachten op dit moment?
gebruikt de zv medicatie?

om tot een klinische probleemstelling te komen kun je redeneerhulpmiddelen gebruiken.
welke redeneerhulpmiddelen kennen jullie

Slide 6 - Open question

valtis
denwis
AVPU
EMV
ABCDE
EWS
amvil

                        valtismodel
                                                 voor het uitvragen van klachten

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

DENWIS bij niet pluis gevoel

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

EMV model, bewustzijn

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

AVPU, bewustzijn

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

EWS, vitale functies

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

                                     ABCDE methode, spoed
                                                     helpt prioriteiten stellen

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

AMVIL methode
AMVIL ( Eng, AMPLE)
 - Allergie  (Allergy)
-medicatie (Medication)
-Voorgeschiedenis  (Past history)
- incident ( Event )
-laatste maaltijd (Last meal)


Slide 13 - Slide

This item has no instructions

stap 2: klinische probleemstelling
vermoedelijk gezondheidsprobleem
volgens de SBAR aan arts doorgeven
prioriteiten stellen

Slide 14 - Slide

als je je hebt georienteerd op de situatie, dan kun je een eerste klinische probleemstelling maken
Casus: Een 70-jarige man met een geschiedenis van hartfalen komt binnen met kortademigheid.
Vraag: Wat zijn de belangrijkste vitale functies die je moet controleren?

Slide 15 - Open question


Hartslag, bloeddruk, ademhalingsfrequentie, zuurstofsaturatie, temperatuur.
een client valt en geeft pijn aan zijn been aan, waar denk je dan gelijk aan?

Slide 16 - Open question


Fractuur (botbreuk) – Mogelijk een heupfractuur, dijbeenbreuk of scheenbeenbreuk, vooral bij ouderen of mensen met osteoporose.

Verstuiking of kneuzing – Als het gewricht of de spieren beschadigd zijn door de val.

Luxatie (ontwrichting) – Bijvoorbeeld een heup- of knieluxatie, vooral als er een onnatuurlijke stand is.

Wond of hematoom – Blauwe plekken of een open wond door de impact van de val.

Pees- of spierletsel – Zoals een scheur in een pees of spier door een abrupte beweging.

Acties:

Controleer of het been in een onnatuurlijke stand ligt.

Vraag naar de locatie en aard van de pijn.

Controleer op zwelling, verkleuring en bewegingsbeperking.

Pas de ABCDE-methode toe als er sprake is van een ernstig letsel.

Waarschuw medische hulp als je een fractuur of ernstig letsel vermoedt.
een zorgvrager, hoest, heeft koorts en voelt zich benauwd, waar denk je dan als eerste aan?

Slide 17 - Open question

Mogelijke oorzaken:
Longontsteking (pneumonie) – Vooral als er sprake is van hoge koorts, pijn bij het ademhalen en slijm ophoesten.

Acute bronchitis – Een infectie van de luchtwegen, vaak met hoesten en een piepende ademhaling.

COVID-19 of griep – Virale infecties die koorts, hoesten en benauwdheid kunnen veroorzaken.

Astma of COPD-opstoot – Benauwdheid en hoesten kunnen wijzen op een verergering van een longziekte.

Longembolie – Vooral als de benauwdheid plotseling optreedt en er sprake is van pijn op de borst.

Acties:
Controleer de vitale functies (ademhalingsfrequentie, zuurstofsaturatie, temperatuur, hartslag).

Observeer de ademhaling (is er gebruik van hulpademhalingsspieren, is de ademhaling oppervlakkig of snel?).

Vraag naar bijkomende klachten (zoals pijn op de borst, kleur van het slijm, vermoeidheid).

Pas de ABCDE-methode toe als de situatie verslechtert.

Raadpleeg een arts 
een client is buiten bewustzijn, reageert niet en heeft geen ademhaling, wat ga je doen?

Slide 18 - Open question

Als een cliënt buiten bewustzijn is, niet reageert en niet ademt, volg je direct de BLS (Basic Life Support) stappen
een zv heeft pijn in zijn onderbuik, pijn bij het plassen en temperatuursverhoging waar denk je aan?

Slide 19 - Open question

denk je in eerste instantie aan een urineweginfectie (UWI), mogelijk een blaasontsteking (cystitis). Dit is een veelvoorkomende oorzaak van deze symptomen.

Behandeling (afhankelijk van de diagnose):
Antibiotica voor een urineweginfectie.

Pijnstillers voor de verlichting van de buikpijn.

Voldoende vochtinname.

Andere mogelijke oorzaken:
Blaasontsteking (cystitis)

Symptomen: Pijn in de onderbuik, branderig gevoel of pijn bij het plassen, frequente aandrang, soms koorts.

Vaak veroorzaakt door bacteriën die de blaas binnendringen.

Nierbekkenontsteking (pyelonefritis)

Symptomen: Ernstige pijn in de onderbuik of rug, koorts, pijn bij het plassen, misselijkheid, en soms braken. Dit is een ernstigere vorm van urineweginfectie die de nieren kan aantasten.

Prostaatontsteking (prostatitis) (bij mannen)

Symptomen: Pijn in de onderbuik of onderrug, pijn bij het plassen, koorts, mogelijk ook griepachtige verschijnselen.

Gynaecologische aandoeningen (bij vrouwen)

Zoals endometriose, eierstokcyste, of buitenbaarmoederlijke zwangerschap, die ook pijn in de onderbuik en koorts kunnen veroorzaken.

Interstitiële cystitis

Chronische pijn in de blaas en vaak geen duidelijke infectie, maar wel pijn bij het plassen en frequent urineren.
stap 3 aanvullend onderzoek
om je klinische probleemstelling te bevestigen, heb je onderzoek nodig

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

welke aanvullende onderzoeken kunnen ingezet worden? benoem er minimaal 4

Slide 21 - Open question

klopt je klinische probleemstelling nav je onderzoeken? zoja er volgt een behandeling
zo niet ga weer een stap terug
stap 4: klinisch beleid
arts spreekt een behandeling/ beleid af
houdt rekening met wensen patiënt

curatief, palliatief
wilsbekwaamheid?
wensen patiënt

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

stap 5: klinisch verloop
gebeurd er wat je zou verwachten?

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

wat is jouw taak als verzorgende in de stap klinisch verloop

Slide 24 - Open question

observeren, vitale functies meten, overleggen bij afwijkingen
stap 6: evaluatie
hoe is het gegaan?
hebben we iets gemist?
zou ik de volgende keer wat anders doen?
reflecteren

Slide 25 - Slide

This item has no instructions