This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 20 min
Items in this lesson
Extra voorbereiding TW 3 Kapitel 4+6
Deel 1: herhaling woordgeslacht
Slide 1 - Slide
Kapitel 4
- Lernliste B N-D
- Lernliste A, C, D, H D-N
- Grammatik A + B
- Sprachmittel (blz. 33 is vollediger dan die in het Lernübersicht)
- De Zeitangaben uit G Schreiben.
Kapitel 6
- Lernliste B N-D (dus niet A, C, D, H)
- Grammatik B (dus niet A)
- Sprachmittel (blz. 113 is vollediger dan die in het Lernübersicht)
- G Schreiben (das vs dass + je mening kunnen geven)
Toetsstof TW 3
Je mag tijdens de toets de Spick-O-Thek gebruiken.
Tips:
- Herhaal de regels voor het geslacht van zelfstandige naamwoorden. Die vind je op blz. 153 in het Grammatikübersicht. Je hebt dit nodig voor het toepassen van de grammatica.
- Leer bij ieder zelfstandig naamwoord uit de Lernliste het lidwoord extra goed. Je hebt dit nodig voor het toepassen van de grammatica.
Slide 2 - Slide
Wie war das noch mal?
Om de Grammatik uit Kapitel 4 + 6 goed toe te kunnen passen, moet je de regels voor het woordgeslacht goed beheersen.
Dit is technisch gezien V2-stof, maar ik vermoed dat herhaling geen kwaad kan ;)
Slide 3 - Slide
Hoe goed beheers je dit onderdeel al?
😒🙁😐🙂😃
Slide 4 - Poll
Mannelijke woorden:
alle mannelijke mensen en dieren: der Lehrer
alle dagen van de week: der Montag
alle seizoenen: der Sommer
alle maanden: der Oktober
alle windrichtingen: der Norden
De meeste stammen van werkwoorden: der Beginn (van beginnen)
der Kater
uitleg
Slide 5 - Slide
Vrouwelijke woorden:
alle vrouwelijke mensen en dieren: die Oma
de meeste woorden op -e: die Adresse
alle woorden op -ung, - schaft, -heit, -keit: die Zeitung, die Freundschaft, die Freiheit, die Fröhlichkeit
alle woorden op - ur, -ei, -ik, -ion, tät: die Union, die Polizei, die Natur, die Musik, die Universität
De getallen: die Eins, die Zwei...
die Katze
uitleg
Slide 6 - Slide
Onzijdige woorden:
alle woorden op -chen: das Kaninchen
alle woorden op -lein: das Büchlein
de meeste het-woorden: das Dorf
das Buch
uitleg
Slide 7 - Slide
Bestellung
A
der
B
die
C
das
Slide 8 - Quiz
Freundin
A
der
B
die
C
das
Slide 9 - Quiz
Meerschweinchen
A
der
B
die
C
das
Slide 10 - Quiz
Gesundheit
A
der
B
die
C
das
Slide 11 - Quiz
Pilot
A
der
B
die
C
das
Slide 12 - Quiz
Aufgabe
A
der
B
die
C
das
Slide 13 - Quiz
Fenster
A
der
B
die
C
das
Slide 14 - Quiz
Frühling
A
der
B
die
C
das
Slide 15 - Quiz
Ken je ook alle regels?
Test jezelf en kijk hoeveel antwoorden je juist hebt!
uitleg
Slide 16 - Slide
-chen
A
der (m)
B
die (v)
C
das (o)
Slide 17 - Quiz
seizoen
A
der (m)
B
die (v)
C
das (o)
Slide 18 - Quiz
-schaft
A
der (m)
B
die (v)
C
das (o)
Slide 19 - Quiz
biologisch geslacht
A
der (m)
B
die (v)
C
das (o)
Slide 20 - Quiz
-e
A
der (m)
B
die (v)
C
das (o)
Slide 21 - Quiz
dagen van de week
A
der (m)
B
die (v)
C
das (o)
Slide 22 - Quiz
-ung
A
der (m)
B
die (v)
C
das (o)
Slide 23 - Quiz
'het-woorden'
A
der (m)
B
die (v)
C
das (o)
Slide 24 - Quiz
Panne
vertaling
A
verkleinwoord
B
dag/maand/seizoen
C
het-woord
D
vrouwelijke uitgang
Slide 25 - Quiz
Wasser
vertaling
A
vrouwelijke uitgang
B
het-woord
C
biologisch man/vrouw
D
dag/maand/seizoen
Slide 26 - Quiz
Männlichkeit
vertaling
A
het-woord
B
biologisch man/vrouw
C
vrouwelijke uitgang
D
verkleinwoord
Slide 27 - Quiz
Süden
A
der (m)
B
die (v)
C
das (o)
Slide 28 - Quiz
Wochenende
vertaling
A
dag/maand/seizoen
B
vrouwelijke uitgang
C
het-woord
D
verkleinwoord
Slide 29 - Quiz
Polizistin
vertaling
A
verkleinwoord
B
biologisch man/vrouw
C
het-woord
D
dag/maand/seizoen
Slide 30 - Quiz
Mannschaft
vertaling
A
biologisch man/vrouw
B
verkleinwoord
C
vrouwelijke uitgang
D
het-woord
Slide 31 - Quiz
Taktik
A
biologisch man/vrouw
B
verkleinwoord
C
vrouwelijke uitgang
D
het-woord
Slide 32 - Quiz
Mädchen
vertaling
A
het-woord
B
vrouwelijke uitgang
C
biologisch man/vrouw
D
verkleinwoord
Slide 33 - Quiz
Exit Ticket Hoe goed beheers je dit onder deel nu?