Les 15.1 - §6.3 + practicum soeplepel

§6.3 Behoud van energie
Lesplanning:
  1. Uitleg rekenen met de wet behoud van energie.
  2. Maken opgave 29, 33 en 35
  3. Practicum soeplepel
  4. Afsluiting
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

§6.3 Behoud van energie
Lesplanning:
  1. Uitleg rekenen met de wet behoud van energie.
  2. Maken opgave 29, 33 en 35
  3. Practicum soeplepel
  4. Afsluiting

Slide 1 - Slide

Lesdoel
Aan het einde van de les kan je rekenen met de wet van behoud van energie.

Slide 2 - Slide

Welke vorm van energie hoort bij:
kracht
snelheid
hoogte
verbranding
kinetische energie
arbeid
zwaarte-energie
chemische energie

Slide 3 - Drag question

Wet van behoud van energie.
Wat zegt deze wet?

Slide 4 - Open question

Ebegin=Eeind

Slide 5 - Slide

Voorbeeldopgave 1
Een rit in de steel dragon bevat een verticale val van 93,5 m. De achtbaan heeft een snelheid van 3,0 m/s aan de top van de val. Wat is de snelheid van de achtbaan op de bodem. Verwaarloos hierbij de wrijving.

Slide 6 - Slide

Voorbeeldopgave 2
Bereken de snelheid onderaan de helling.

Slide 7 - Slide

Aan de slag
Maken en nakijken
§6.3 opgave
(28), 29, (30), (32), 33, (34) en 35
timer
20:00
Eerder klaar: ga verder met 36, 38, 40 en 41

Slide 8 - Slide

 

Practicum soeplepel 
metingen



opdracht A en E

Slide 9 - Slide

Practicum soeplepel
Opdracht A - veerconstante bepalen
  • geschikte overhelling 
  • plek bevestigen veerunster is niet zoals op de foto

Opdracht E - hoogte kurk meten (bij verschillende u)
  • filmen; nauwkeurigheid

Klaar met A en E: ga verder met B, C, ...



u (m)
F (N)
u (m)
h (m)

Slide 10 - Slide

Lesdoel
Aan het einde van de les kan je rekenen met de wet van behoud van energie.

Slide 11 - Slide

Hoe groot is de kracht die op
een bowlingbal met een
massa van 5,0 kg wordt
uitgeoefend?

A
200 N
B
50 N
C
25 N
D
5,0 N

Slide 12 - Quiz

Twee stenen vallen vanaf de top van een gebouw naar beneden. De ene steen is twee keer zo zwaar als de andere steen. Vlak voordat de stenen de grond raken heeft de zwaardere steen …
A
evenveel kinetische energie als de lichtere steen.
B
twee keer zoveel kinetische energie als de lichtere steen.
C
twee keer zo weinig kinetische energie als de lichtere steen.
D
vier keer zoveel kinetische energie als de lichtere steen.

Slide 13 - Quiz