LES 12 P3 KT1 Kwaliteitsbesef/ Peer feedback

Trainen en gezondheid
Kerntaak 1
Periode 3
Les 12
1 / 15
next
Slide 1: Slide
Kerntaak 1MBOStudiejaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Trainen en gezondheid
Kerntaak 1
Periode 3
Les 12

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Eisen aan een goede observatie
Betrouwbaar
Bij herhaaldelijke meting krijg je hetzelfde resultaat.
Als je een aantal keren hetzelfde gedrag observeert, moet je dezelfde feiten hebben waargenomen.
Valide
Gebruik je de goede meetinstrumenten om echt te meten wat je wilt weten? 
Meet je met dit observatieschema écht de sociale vaardigheid bij kinderen?
Objectief
Alleen feiten benoemen. 
(Dus niet invullen of iemand zenuwachtig is, want dat weet je niet zeker, maar je hebt wel gezien dat iemand 10x tijdens de les opstond.)
Nauwkeurig
Alles registreren wat je ziet of hoort, ook al lijkt het iets heel normaals. 
Onafhankelijk
Je bent onafhankelijk als je op geen enkele manier  een relatie hebt met die persoon en er is geen sprake van een gezamelijk belang.
BOVON

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Uitleg van de 
waarnemingsfouten
Selectief waarnemen
Je kan niet alles waarnemen, dus je maakt voor jezelf een selectie.
Denk aan de test met de auto. Door vooraf al te bedenken waar je op gaat letten, kun je het selectief waarnemen verminderen.
Halo- en horn-effect
Je waarneming en beoordeling wordt beïnvloed door bepaalde opvallend positieve of juist negatieve aspecten van het gedrag van iemand.
Halo-effect;
Wanneer je iemand knap vindt, ben je vaak ook positiever over deze persoon.
Horn-effect: 
Wanneer je iemand zijn stem verschrikkelijk vind, ben je vaak negatiever over deze persoon.
Subjectief waarnemen
Iedereen kijkt op zijn persoonlijke manier, met een gekleurde bril en vervormt min of meer de werkelijkheid.
(Denk aan je eigen waarden en normen, (voor)oordelen, humeur, interesse en ervaringen. (referentiekader)
Begin en eind
Het begin en het eind blijven je het beste bij.
Het geeft dus geen goed beeld van de werkelijkheid, want daartussen gebeurt ook nog iets.
Het regelmatig bijhouden (turven of beschrijven) van wat je waarneemt, kan dit verminderen.
Contrast
Wanneer je bijv wilt bepalen hoe druk of rustig het gedrag van bepaalde kinderen is en je begint met het observeren van een heel rustig kind, heb je de neiging om het tweede kind drukker te vinden dan het in werkelijkheid is. Het omgekeerde kan ook. Dit is contrast.
Projectie
Als je zelf slecht tegen je verlies kunt, neem je dat eerder waar bij een ander. Wat je zegt of vindt van een ander, past vaak bij jezelf. 

Je projecteert jezelf in een ander; min of meer onbewust.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Observatiemethoden
Participerende en niet- participerende observatie.

Participeren betekent meedoen.
Kwalitatieve observatie

Je kijkt naar WAT er gebeurt.
Wanneer is een bewegingsactiviteit goed, voldoende of onvoldoende uitgevoerd



Kwantitatieve observatie

Je telt HOE VAAK iets voorkomt
(turven tellen)


Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Wat is het doel van jouw observatie voor LWP4?

Slide 6 - Open question

Het doel van een observatie is om te kijken wat de deelnemers onvoldoende, voldoende of goed kunnen bij (sport).
Door een observatie te doen hoop je dat je een goede beginsituatie kan maken voor je (volgende) les. 
  • Kwaliteitsbesef kijkkader
  • Peer feedback geven
Inhoud

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

  • Aan het eind van de les weet je waar een  kijkkader aan moet voldoen. 
  • Je kunt een (concrete) tip of top geven bij een kijkkader van een medestudent.
Doel van de les

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1
Met je tweetal lees je de verschillende kijkkaders goed door.
*
Je legt de kijkkaders op volgorde van onvoldoende - goed.
*
Zorg ook dat je kan uitleggen waarom jullie kiezen voor deze volgorde.
timer
10:00

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Vergelijken

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Waar moet een goed kijkkader aan voldoen?
Samen

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 2
Aan de hand van onze gemaakte eisen bekijken we kijkkaders.
Voldoen de kijkkaders aan onze eisen?
Wat is al goed/ wat kan nog beter?

Per kijkwijzer een beoordeling erbij hangen.


timer
10:00

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Tot slot

Kijk nog eens naar je eigen kijkkaders.
Voldoen deze aan de eisen die we hebben gesteld?
Moet er nog iets bijgesteld worden?

Pas het eventueel nog even aan.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Ben je tevreden over je inzet tijdens deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll

This item has no instructions

Observeren

Slide 15 - Slide

This item has no instructions