RTTI 2 - Herhaling

Hoofdstuk 2 en 6


Agenda
  1. Herhaling: Marktvormen, Collectieve sector, Externe effecten
  2. Nabespreken H7
  3. Video
  4. Quiz 
1 / 18
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 2 en 6


Agenda
  1. Herhaling: Marktvormen, Collectieve sector, Externe effecten
  2. Nabespreken H7
  3. Video
  4. Quiz 

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Wanneer de overheid de enige partij is die een bepaalde dienst aanbiedt spreken we van?
A
Volkomen concurrentie
B
Monopolistische concurrentie
C
Oligopolie
D
Monopolie

Slide 3 - Quiz

I. Bij monopolistische concurrentie is er altijd sprake van heterogene producten.
II. De kans op een kartel is bij een oligopolie veel groter dan bij volkomen concurrentie.

A
Beide beweringen zijn juist.
B
Beide beweringen zijn onjuist.
C
Bewering I is juist en bewering II is onjuist.
D
Bewering I is onjuist en bewering II is juist.

Slide 4 - Quiz

Wat is een kartel?
A
Een groep bedrijven die prijsafspraken maakt
B
Een groep ministers die afspraken maken.
C
Een groep mensen die demonstreren.
D
Een groep werknemers die een CAO willen.

Slide 5 - Quiz

Hoofdstuk 6
collectieve sector
arbeidsmarkt
import vs export

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Wat is de collectieve sector?
A
de 1e en de 2e kamer
B
de overheid en de instellingen voor sociale zekerheid
C
het rijk, de provincies en de gemeentes
D
de overheid

Slide 8 - Quiz

Externe effecten
Positieve of negatieve externe effecten van productie of consumptie worden niet meegerekend bij onze welvaart.

Milieuvervuiling door het rijden met de
auto wordt niet door de markt in de prijs
van benzine meegenomen.
De overheid corrigeert dit met een accijnsbedrag per liter benzine.

Slide 9 - Slide

Wat is geen voorbeeld van een extern effect?
A
Rommel na het concert in de ZiggoDome
B
Bouw van een nieuw stadsplein
C
Rommel na een wedstrijd van FCT buiten het stadion
D
Uitstoot van de fabriek van Tata-steel

Slide 10 - Quiz

Wat zijn externe effecten?
A
Gevolgen van de producten van goederen
B
Gevolgen voor het milieu door het produceren van producten
C
Gevolgen voor het milieu door productie van producten maar geen gevolg voor de prijs van dit product
D
Geen van de alle goed

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Slide

Lees de onderstaande zinnen en geef aan of ze juist of onjuist zijn.
Juist 
Onjuist 
1) Een Cao is voor meerdere werknemers tegelijker 
2) Werknemers onderhandelen niet zelf over de Cao, dat doen de vakbonden
3) De belangen van werkgevers en werknemers zijn vaak heel verschillend
4) De Cao regelt alleen de financiële zaken van een werknemer 

Slide 13 - Drag question

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Deze grafiek geeft ... weer
A
De verandering van de hoeveelheid geëxporteerde goederen en diensten
B
Export in euro's

Slide 16 - Quiz

Open vs gesloten economie

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video