This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 30 min
Items in this lesson
Het Hart (oefening)
Slide 1 - Slide
Het hart klopt sneller als...
A
Je een rustige film op Netflix kijkt
B
Je hard aan het fietsen bent
Slide 2 - Quiz
Hiernaast zie je een afbeelding van het hart.
Waar bevindt zich zuurstofarm bloed?
A
1
B
2
C
4
Slide 3 - Quiz
De wanden van het hart
A
zijn overal even dik
B
zijn bij de linkerkamer dikker dan de rechterkamer
C
zijn bij de rechterkamer dikker dan bij de linkerkamer
D
zijn bij de boezems dikker dan bij de kamers
Slide 4 - Quiz
Hiernaast zie je een afbeelding van het hart.
Met welk nummer wordt de aorta aangegeven?
A
1
B
2
C
4
D
5
Slide 5 - Quiz
Hiernaast zie je een afbeelding van het hart.
Met welk nummer wordt de rechterkamer aangegeven?
A
1
B
3
C
4
D
5
Slide 6 - Quiz
Het hart pompt zuurstofrijk bloed in de:
A
Longslagader
B
Longader
C
Aorta
D
Holle ader
Slide 7 - Quiz
Bij veel hartoperaties moet het hart worden stilgelegd. De functies van het hart en van de longen worden dan overgenomen door een zogenoemde hart-longmachine.
Tijdens een operatie is een patiënt aangesloten op een hart-longmachine.
Welke bloedsomloop wordt door de hart-longmachine geheel vervangen?
A
Alleen de grote bloedsomloop
B
Alleen de kleine bloedsomloop
C
Zowel de grote als de kleine bloedsomloop
Slide 8 - Quiz
Bekijk de afbeelding van het hart. Welke helft pompt het bloed naar de aorta?
A
Linkerharthelft
B
Rechterharthelft
Slide 9 - Quiz
Het hart heeft?
A
1 klep
B
2 kleppen
C
3 kleppen
D
4 kleppen
Slide 10 - Quiz
Wat is de functie van het hart
A
Bloed rondpompen
B
zuurstof door het lichaam pompen
C
koolstofdioxide door het lichaam pompen
Slide 11 - Quiz
Gaan de meeste aderen naar het hart toe of van het hart af?
A
Naar het hart toe
B
Van het hart af
Slide 12 - Quiz
Wat is de naam van de bloedvaten die het hart van zuurstof voorzien?
Slide 13 - Open question
De poortader is de enige ader die niet terugstroomt naar het hart. Wat is het nut/doel van de poortader?
Slide 14 - Open question
Stel je bent een rode bloedcel. Je bent op dit moment in het hart, daarvoor was je in de longen.
Door hoeveel organen ben je minimaal gekomen als je daarna 4 keer opnieuw in het hart bent geweest? (getal)
Slide 15 - Open question
Waarom is de linkerkamer van het hart gespierder dan de rechterkamer van het hart?
Slide 16 - Open question
Noem langs welke bloedvaten je komt als je vanaf het hart naar de nieren gaat en vervolgens weer terug naar het hart
Slide 17 - Open question
In de afbeelding is het hart met aansluitende bloedvaten schematisch getekend. Klik om te vergroten.
Uit welke organen stroomt bloed
via deel 2 naar het hart?
Slide 18 - Open question
aorta
longslagader
rechterboezem
linkerboezem
longader
linkerkamer
halvemaanvormige kleppen
halve maanvormige kleppen
rechterkamer
rechter hartkleppen
linker hartkleppen
harttussenwand
onderste holle ader
kransader
bovenste holle ader
Slide 19 - Drag question
Van
Naar
Slagader
Ader
Hart
Hart
Orgaan
Orgaan
Slide 20 - Drag question
Verbind het juiste stukje tekst met de 3 hartfasen.