250401 Thema D - §1 + wwspelling §8

Welkom M1a!
Deze spullen heb ik nodig:

  • leesboek
  • werkboek
  • schrift
  • etui
  • iPad
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Welkom M1a!
Deze spullen heb ik nodig:

  • leesboek
  • werkboek
  • schrift
  • etui
  • iPad

Slide 1 - Slide

Leerdoel
Werkwoordspelling:

Jij kan de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd spellen.

Slide 2 - Slide

Jij kan de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd spellen.
Persoonsvorm
Werkwoord
Tegenwoordige tijd

Slide 3 - Slide

Jij kan de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd spellen.
Werkwoord
Een werkwoord is een......


Voorbeeld:
1. 
2. 
3. 

Slide 4 - Slide

Wat gaan we doen?
  1. Lezen (10 min)
  2. Werkwoordspelling: persoonsvorm tt (30 min)
  3. Thema D: helden (20 min)
  4. Evaluatie (5 min)
  5. Blooket?

timer
10:00

Slide 5 - Slide

Jij kan de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd spellen.
Persoonsvorm
3 manieren om de pv te vinden

1. 
2. 
3. 



Werkwoord
Een werkwoord is een......


Voorbeeld:
1. 
2. 
3. 

Slide 6 - Slide

Jij kan de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd spellen.
Persoonsvorm
3 manieren om de pv te vinden

1. 
2. 
3. 



Werkwoord
Een werkwoord is een......


Voorbeeld:
1. 
2. 
3. 
Tegenwoordige tijd
Dit bedoelen we ermee:



Voorbeeld:

Slide 7 - Slide

Spelling §7: tegenwoordige tijd
Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd (nu):

  1. Je gaat eerst op zoek naar de ik-vorm.
    Hele werkwoord - en.

werken - werk
vinden - vind
liggen - lig
lopen - loop




Slide 8 - Slide

Spelling §7
Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd (nu):

2. Over wie gaat het? Wie doet er iets?

ik loop

jij loop
hij loop
loop jij
wij lopen




Slide 9 - Slide

Spelling §7
Fietsen:
Ik ..... naar huis.
Jij ..... naar huis.
Hij ..... naar huis.

Worden:
Ik ..... morgen 13 jaar.
Jij ..... morgen 13 jaar.
Hij ..... morgen 13 jaar.




timer
2:00

Slide 10 - Slide

Mijn buurman .... (reizen) elke dag voor zijn werk van Groningen naar Drachten.

Slide 11 - Open question

....(Blijven) kip met patat en appelmoes altijd jouw favoriete gerecht?

Slide 12 - Open question

Oefenen spelling §8
Opdracht: 
Maak in je werkboek en schrift:

Spelling §7 (blz. 238) opdracht 1 t/m 4

We kijken opdracht 1 zo direct na.

Hoe: Bekijk het stoplicht: je werkt alleen of in tweetallen
Nodig: Werkboek/schrift + pen
Klaar:  Oefen op je iPad: www.spellingoefenen.nl > persoonsvorm tegenwoordige tijd.


timer
10:00

Slide 13 - Slide

Opdracht 1
  1. Ik koop  - Filip koopt
  2. Ik accepteer - Brenda accepteert
  3. Ik bestel - Samir bestelt
  4. Verhuis jij? - Verhuist Vera's vriendin?
  5. Ik wandel - De leraar wandelt
  6. Ik bied - Siebren biedt
  7. Ik bid - Zijn vader bidt
  8. Beantwoord jij? - Beantwoordt Emma?

Slide 14 - Slide

Wat gaan we doen?
  1. Lezen (10 min)
  2. Werkwoordspelling: persoonsvorm tt (30 min)
  3. Thema D: helden (20 min)
  4. Evaluatie (5 min)
  5. Blooket?

Slide 15 - Slide

Thema D: helden
Doel: Je leert een zakelijke e-mail schrijven.

Hoe: Door met het thema HELDEN verschillende vaardigheden te oefenen.

Slide 16 - Slide

Wat betekent het woord 'held'?

Slide 17 - Open question

Welke helden ken jij?

Slide 18 - Open question

Is er ook iemand in jouw omgeving die een held is?

Slide 19 - Open question

Opdracht
Opdracht 1:
Pak blz. 176 van je werkboek.
Je ziet plaatjes. Weet jij wie je op elk plaatje ziet? Schrijf het juiste nummer op het werkblad.

Opdracht 2:
Vul de zinnen aan:
A) ......... en ......... helpen andere mensen.                      D) ......... en ......... lopen gevaar
B) ......... en ......... zijn geen (gewone) mensen              E) ......... en ......... hebben veel talent
C) ......... en ......... maken de wereld beter                        F) ......... en ......... zijn heel dapper

Opdracht 3:
Wie van de mensen op de plaatjes is de allergrootste held. Waarom?

Klaar: Lees het nieuws op www.nu.nl
timer
15:00

Slide 20 - Slide

Thema D: helden
Volgende les kijken we naar helden in verhalen.

Slide 21 - Slide

Wat gaan we doen?
  1. Lezen (10 min)
  2. Werkwoordspelling: persoonsvorm tt (30 min)
  3. Thema D: helden (20 min)
  4. Evaluatie (5 min)
  5. Blooket?

Slide 22 - Slide

Thema D: helden
Held:

Iemand die iets goeds doet voor meerdere mensen of dieren.

Slide 23 - Slide