This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Wat gaan we doen?
-Dagopening
-Doorgeven: 11 februari Leestoets 2.3 en 3.3
-Verder met poëzie
Slide 2 - Slide
Pas jij je aan?
Je van niets of niemand iets aantrekken, klinkt aanlokkelijk. Maar kan het ook? Of laat je je altijd door iets of iemand beïnvloeden? Is dat dan erg? Of juist goed?
En wat nou als er kritiek is op wat jij doet of zegt, trek je je daar dan iets van aan? Kan dat je volledig koud laten? Of is dat ook weer niet gezond?
Slide 3 - Slide
Lezen 2.3 en 3.3
Dinsdag 11 februari
(zie Magister)
Slide 4 - Slide
Poëzieweek
25 januari t/m 1 februari
Slide 5 - Slide
Poëzie
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Slide
Vrijheid
Wat is vrijheid voor jou?
Is het iets waar je recht op hebt of iets wat je nodig hebt?
Slide 8 - Slide
Zoek op internet naar verschillende definities van 'vrijheid'. Noteer de omschrijving die jou het meest aanspreekt.
Slide 9 - Open question
Gebruik je zintuigen
Je kunt dingen of ervaringen in een gedicht goed omschrijven aan de hand van zintuiglijke ervaringen: hoe voelt, ziet of ruikt iets?
In het gedicht op de volgende dia zie je hoe de dichter de woestijn omschrijft op basis van zintuiglijke ervaringen.
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Slide
Vrijheid
Hoe ziet vrijheid eruit?
Hoe voelt vrijheid?
Hoe klinkt vrijheid?
Hoe proeft vrijheid?
Vul het werkblad in. Gebruik steekwoorden.
Slide 12 - Slide
Vrijheid
De steekwoorden die je zojuist hebt opgeschreven ga je gebruiken om een gedicht te schrijven over vrijheid.
Stap 1:
Kijk naar je werkblad. Kies één zintuig dat eruit springt of maak een combinatie van zintuigen die elkaar goed aanvullen.
Slide 13 - Slide
Vrijheid
Stap 2:
In je gedicht omschrijf je wat vrijheid voor jou betekent aan de hand van de woorden die je op je werkblad hebt geschreven.
Slide 14 - Slide
Vrijheid
Stap 3:
Lees het gedicht van je buurman/-vrouw en geef elkaar één tip om het gedicht nóg beter te maken.
Slide 15 - Slide
Poëzieposter
- Schrijf je gedicht over op een A4-papier of typ je gedicht in een Worddocument.
-Kies een passend lettertype en lettergrootte en een mooie kleur.
-Maak een tekening rondom, naast of achter het gedicht.
-Lever je gedicht in bij je docent.
Slide 16 - Slide
Hoe vond je het om je eigen gedicht te mogen maken?