les 64: Meer dan lezen §4 deel III + Broergeheim

Hallo 1va
Pak je spullen alvast (boek/Nieuw Nederlands/pen+schrift) en je leesboek
  • Wat gaan we doen vandaag?
  • Lezen (10 min)
  • nakijken §3
  • korte herhaling
  • Zelf oefenen § 4 
timer
10:00
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 29 slides, with text slides.

Items in this lesson

Hallo 1va
Pak je spullen alvast (boek/Nieuw Nederlands/pen+schrift) en je leesboek
  • Wat gaan we doen vandaag?
  • Lezen (10 min)
  • nakijken §3
  • korte herhaling
  • Zelf oefenen § 4 
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Hallo 1vhtb
Pak je spullen alvast (boek/Nieuw Nederlands/pen+schrift) en je leesboek
  • Wat gaan we doen vandaag?
  • Lezen (10 min)
  • afmaken §3
  • Uitleg §4
  • Zelf oefenen § 4 
timer
10:00

Slide 2 - Slide

Zelf oefenen 1va
Cursus 1  §3 tekstdoelen en tekstsoorten
Wat:  Maak opdracht 3 (vraag 3 , 11-12 niet), 4 (alleen blad), 5 en 6 (alleen vr. 1 en 2)  op p. 27-28.
Hoe:  Individueel 
Hulp: Nieuw Nederlands, buur, docent.
Tijd:  15 min.
Uitkomst: Geoefend met tekstdoelen en tekstsoorten.
Klaar?
Ben je klaar lezen in je leesboek of huiswerk 
timer
15:00

Slide 3 - Slide

Nakijken §3 p. 27-28

Slide 4 - Slide

opdracht 3 p.27

1 (de) (film) Mulan; (Disneys) (live-actionavontuur) Mulan
2 Het tekstdoel is overtuigen, want in de titel staat een mening van de auteur en die geeft de film vier van de vijf sterren.
3 Positief, want de film krijgt vier van de vijf sterren.
4 Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Het is een kleurrijke film, want in de trailer is al te zien dat er veel kleuren gebruikt worden in de film.
Eigen antwoord, bijvoorbeeld: De film overweldigt misschien te veel, want in de trailer zie je regelmatig veel mensen in beeld / zie je al een volle verhaallijn.
5 Eigen antwoord: Ja of Nee.
Het doel is overtuigen.


Slide 5 - Slide

opdracht 3 p. 27

7 Mulan is de eerste dure film die direct thuis op televisie te bekijken is en niet eerst in de bioscoop getoond wordt.
8 De film is kleurrijk en qua vormgeving is hij gemaakt voor een widescreen.
9 1 Sommige dingen zijn wat simpel (zoals de vijand die in het zwart is en de held die in het rood en goud is). 2 De film hoort thuis in het filmtheater en niet op de televisie.
10 Het argument waarin gezegd wordt dat de film thuishoort op het bioscoopscherm en niet op de televisie.




Slide 6 - Slide

Opdracht 5 - vraag 1 p. 28
a vestigde zijn naam (al.1) - werd vanaf dat moment bekend
b sceptisch (al. 1) - twijfelend; argwanend
c spraken hun lof uit (al.1) - prezen
d generaties (al.1) - groepen mensen die geboren zijn in dezelfde periode
e sensatie (al. 2) - belevenis
f ten tonele verschenen (al. 2) - opgekomen
9 facetten - aspecten
10 royaal - gul


Slide 7 - Slide

Opdracht 5 - vraag 2
1 floppen - mislukken
2 authentiek - oorspronkelijk; origineel
3 creatie - maaksel; schepping
4 animatiestudio - kantoor waar animatiefilms gemaakt worden
5 hilariteit - vrolijkheid
6 maakten hun opwachting - deden mee; verschenen
7 ambitieuze - eerzuchtige
8 gebaseerd op - gemaakt op basis van
9 facetten - aspecten
10 royaal - gul

Slide 8 - Slide

Opdracht 5
3


4 



5



2 authentiek - onecht; vals
7 ambitieuze - doelloze
10 royaal - gierig; karig; amper

Eigen antwoord, bijvoorbeeld:
3 creatie = Schilders maken allerlei creaties, zoals de Mona Lisa, Het meisje met de parel of De Nachtwacht.
9 facetten = De criticus besprak in de recensie verschillende facetten van de film: het decor, de kostuums, de attributen, de tekst.

 Eigen antwoord, bijvoorbeeld:
5 Tot grote hilariteit (vrolijkheid) van de bezoekers maakte de presentator keer op keer dezelfde fout.
8 Jouw fout blijkt gebaseerd op de onjuiste voorkennis. Dat wil zeggen dat je bij dat antwoord uitgegaan bent van de kennis die jij dacht te hebben.

Slide 9 - Slide

Zelf oefenen 1va
Cursus 1  §3 tekstdoelen en tekstsoorten
Wat:  Maak opdracht 3 (vraag 4 , 11-12 niet), 4 (alleen blad), 5 en 6 (alleen vr. 1 en 2)  op p. 27-28.
Hoe:  Individueel 
Hulp: Nieuw Nederlands, buur, docent.
Tijd:  15 min.
Uitkomst: Geoefend met tekstdoelen en tekstsoorten.
Klaar?
Ben je klaar lezen in je leesboek of huiswerk 
timer
15:00

Slide 10 - Slide

Leerdoel

  • Je kunt het doel van een tekst bepalen
  • Je kan woordstrategieën gebruiken om de betekenis van woorden te vinden
  • Je weet wat een alinea is en kan de kernzinnen vinden

Slide 11 - Slide

Leerdoel


Je kan de kernzinnen van alinea's herkennen.

Slide 12 - Slide



Alineagrenzen

De alinea is van groot belang voor de schrijver. Die kan de alinea gebruiken als eenheid van informatie en hij moet de opbouw van de tekst, die hij van tevoren bedenkt, op een of andere wijze laten corresponderen met de alinea-opbouw. Een alinea dient echter vooral het gemak van de lezer; deze krijgt daardoor een sneller beeld van de inhoudelijke grenzen in een tekst dan zonder alinea’s het geval zou zijn. Daarom moeten alinea’s dus voldoen aan de twee hierboven genoemde voorwaarden: ze moeten een nieuw (sub)onderwerp aansnijden en ze mogen niet te lang of te kort zijn. Als alle alinea’s zouden bestaan uit slechts één zin of uit ongeveer een hele bladzijde, dan verliest de alinea-indeling haar functie. Dit houdt niet in dat er bij wijze van uitzondering niet heel korte alinea’s (bijvoorbeeld van één zin) of tamelijk lange (bijvoorbeeld van een halve bladzijde) alinea’s mogen voorkomen. De gemiddelde lengte zal echter rond de zes zinnen liggen. De verschillende alineagrenzen in een tekst hoeven niet allemaal te corresponderen met hetzelfde inhoudelijke niveau bij de beschrijving van de tekststructuur. Het kan immers zo zijn dat een bepaald subonderwerp zeer veel tekst krijgt toebedeeld. Dan zullen er daarbinnen toch een of meer alineagrenzen moeten worden aangebracht, die corresponderen met sub-subonderwerpen. Terwijl er omgekeerd onderwerpen kunnen zijn in een tekst die slechts één zin krijgen toebedeeld. Een paar van dergelijke onderwerpen kunnen samen in één alinea geplaatst worden.

Hoe leest deze tekst? Wat zou je erin aanpassen?

Slide 13 - Slide


Alineagrenzen

De alinea is van groot belang voor de schrijver. Die kan de alinea gebruiken als eenheid van informatie en hij moet de opbouw van de tekst, die hij van tevoren bedenkt, op een of andere wijze laten corresponderen met de alinea-opbouw.

Een alinea dient echter vooral het gemak van de lezer; deze krijgt daardoor een sneller beeld van de inhoudelijke grenzen in een tekst dan zonder alinea’s het geval zou zijn. Daarom moeten alinea’s dus voldoen aan de twee hierboven genoemde voorwaarden: ze moeten een nieuw (sub)onderwerp aansnijden en ze mogen niet te lang of te kort zijn. Als alle alinea’s zouden bestaan uit slechts één zin of uit ongeveer een hele bladzijde, dan verliest de alinea-indeling haar functie. Dit houdt niet in dat er bij wijze van uitzondering niet heel korte alinea’s (bijvoorbeeld van één zin) of tamelijk lange (bijvoorbeeld van een halve bladzijde) alinea’s mogen voorkomen. De gemiddelde lengte zal echter rond de zes zinnen liggen.

De verschillende alineagrenzen in een tekst hoeven niet allemaal te corresponderen met hetzelfde inhoudelijke niveau bij de beschrijving van de tekststructuur. Het kan immers zo zijn dat een bepaald subonderwerp zeer veel tekst krijgt toebedeeld. Dan zullen er daarbinnen toch een of meer alineagrenzen moeten worden aangebracht, die corresponderen met sub-subonderwerpen. Terwijl er omgekeerd onderwerpen kunnen zijn in een tekst die slechts één zin krijgen toebedeeld. Een paar van dergelijke onderwerpen kunnen samen in één alinea geplaatst worden.


Slide 14 - Slide

Teksten zijn verdeeld in alinea’s. Een alinea bestaat uit een aantal zinnen die bij elkaar horen, omdat ze over hetzelfde gaan. 

Slide 15 - Slide

In een tekst over een oude kasteelruïne kunnen de alinea’s bijvoorbeeld gaan over wanneer het kasteel oorspronkelijk gebouwd werd, wie er allemaal gewoond hebben en waar het kasteel vandaag de dag nog voor gebruikt wordt. 

Slide 16 - Slide

Iedere nieuwe alinea begint op een nieuwe regel.

Slide 17 - Slide

Iedere nieuwe alinea begint op een nieuwe regel.

Slide 18 - Slide

In een goede alinea staat de belangrijkste informatie in de kernzin. Dat is meestal de eerste zin van de alinea en soms de laatste. In de zinnen voor of na de kernzin staat dan een nadere uitleg of een voorbeeld. 

Slide 19 - Slide

Voorbeeld alinea:
Hoewel de bruine beer tot de grote carnivoren behoort, is hij een echte omnivoor die voornamelijk plantaardig voedsel zoals vruchten, grassen, zaden, bessen, wortels, knollen en noten, eet. Hij heeft een voorliefde voor honing en andere zoetigheid. Verder eet hij insecten, vis, kleine zoogdieren en dode grotere dieren. In sommige gebieden jaagt hij ook op grote hoefdieren zoals elanden, rendieren en edelherten.

Slide 20 - Slide

Kernzin
Hoewel de bruine beer tot de grote carnivoren behoort, is hij een echte omnivoor die voornamelijk plantaardig voedsel zoals vruchten, grassen, zaden, bessen, wortels, knollen en noten, eet. Hij heeft een voorliefde voor honing en andere zoetigheid. Verder eet hij insecten, vis, kleine zoogdieren en dode grotere dieren. In sommige gebieden jaagt hij ook op grote hoefdieren zoals elanden, rendieren en edelherten.

Slide 21 - Slide

Korte herhaling §4

Slide 22 - Slide

§4 - Alinea's en kernzinnen
Alinea's
Teksten zijn verdeeld in alinea’s. Een alinea bestaat uit een aantal zinnen die bij elkaar horen omdat ze over hetzelfde gaan. 
Een alinea bestaat over een aantal zinnen die bij elkaar horen.

In een tekst over de band tussen broers en zussen kunnen de alinea’s bijvoorbeeld gaan over ruziemaken, elkaar nadoen en van elkaar leren
Iedere nieuwe alinea begint op een nieuwe regel.

Slide 23 - Slide

§4 - Alinea's en kernzinnen
Wat is een kernzin?
  • In een goede alinea staat de belangrijkste informatie in de kernzin

Waar staat de kernzin in een alinea?
  • meestal de eerste zin van de alinea 
  • soms de laatste zin
  • de kernzin kan ook de tweede zin zijn; de eerste zin geeft dan vaak het verband met vorige alinea’s aan. 

Slide 24 - Slide

1va
Cursus 1 meer dan lezen §4 alinea's en kernzinnen
Wat: Maak opdr. 1 en 2 (vr. 10 niet) op p. 31 en 32. 
Hoe:   Opdracht 1 en vr. 1+2 van opdracht 2 met de klas, opdracht 2 vraag 3 t/m 11 in tweetallen. 
Hulp: Theorie uit je boek.
Uitkomst: Geoefend met leesbegrip en kernzinnen.
Tijd: 25 min.

Klaar?
maak blad af, ander huiswerk of lezen
timer
25:00

Slide 25 - Slide

Leerdoel


Je kan de kernzinnen van alinea's herkennen.

Slide 26 - Slide

Rustig je spullen opruimen en blijven zitten tot de bel gaat.


Fijne dag!

Slide 27 - Slide

1Vc - Week 20 les 2
  • Lezen 10 min
  • Huiswerk nakijken §3  (opdracht 3 en 5)
  • Oefenen §4
timer
10:00

Slide 28 - Slide

Zelf oefenen 1vhtb
Cursus 1 Meer dan lezen §4
Wat: Maak van Meer dan lezen §4 opdracht 2 blz. 30-31, maar niet vraag 10.
Hoe:   Samen met je buur, wel op fluistertoon overleggen.
Hulp: Theorie uit je boek.
Uitkomst: Geoefend tekstbegrip, met alinea's en kernzinnen
Tijd: 15 min.

Klaar? 
Ga verder met huiswerk of je leesboek.
timer
15:00

Slide 29 - Slide