H5 Mengsels

H5 Mengsels 
1 / 25
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

H5 Mengsels 

Slide 1 - Slide

Doelen
Aan het einde van de les kan ik:
  • homogene en heterogene mengsels herkennen.
  • voorbeelden noemen bij de verschillende groepen mengsels.
  • het scheiden van mengsels beschrijven met behulp van het deeltjesmodel. 
  • uitleggen dat je gebruikmaakt van verschillen in stofeigenschappen bij het scheiden van mengsels. 

Slide 2 - Slide

Soorten mengsels

Slide 3 - Slide

Wat is een stofeigenschap?

Slide 4 - Open question

Welke (drie) soorten mengsels moet je kennen? Geef ook aan hoe het mengsel ontstaat (bijv. (g) in (l) of (l) in (l), etc).

Slide 5 - Open question

Soorten mengsels
Vloeibare mengsels kunnen wij onderverdelen in twee categorieën:  
  1. Homogene mengsels
  2. Heterogene mengsels 

Slide 6 - Slide

Hetrogene mengse


Een emulsie is een vloeistof waarin 
druppeltjes van een andere vloeistof zweven.
Heterogene mengsels
Een suspensie is een vloeistof waarin kleine stukjes van een vaste stof zweven. 

Slide 7 - Slide

Andere soorten mengsels

Wat is rook?
- wat is dan witte rook
- wat is dan zwarte rook


Slide 8 - Slide

Andere soorten mengsels

Wat is nevel?
- Wat is dan mist


Slide 9 - Slide

Andere soorten mengsels

Wat is schuim?


Slide 10 - Slide

Homogene mengsels
Een voorbeeld van een homogeen mengsel is een oplossing. 

Een oplossing is een vaste stof, 
een vloeistof of een gas gemengd
met een vloeistof. 

Slide 11 - Slide

Mengsels scheiden
Als je de zuivere stoffen uit mengsels wilt halen, moet je op zoek naar verschillen in stofeigenschappen tussen die gemengde stoffen. 







Slide 12 - Slide

Welke mengsel is heterogeen?
A
kraanwater
B
lucht
C
mayonaise
D
sigarettenrook

Slide 13 - Quiz

Scheidingsmethoden
Leerdoelen:
  1. Je leert wat bezinken, filtreren en extraheren is en hoe je die toepast. 
  2. Je leert rekenen met rendement.

Slide 14 - Slide

Stoffen scheiden 
Kenmerken van scheiding:

  1. Stoffen blijven hetzelfde 
  2. Maakt gebruik van stofeigenschappen
  3. Verschillende scheidingsmethoden voor verschillende doel
  4. Scheidingsmethoden zijn te combineren

Slide 15 - Slide

Adsorberen
Scheidingsprincipe = verschil in aanhechtingsvermogen van de stof aan een adsorptiemiddel. 

Vaak is dit actieve kool. 
Dit wordt ook adhesie genoemd.  

Mengsels: 
- Oplossingen 
- Gassen

   




Slide 16 - Slide

Bezinken (en Afschenken)/ Centrifugeren

Scheidingsprincipe = het verschil in dichtheid van de stoffen. 

Mengsels: 
-Suspensie 
-Emulsie 
 




Slide 17 - Slide

Bezinken (en Afschenken)/ Centrifugeren


 Scheidingsprincipe = het verschil in dichtheid van de stoffen.

Mengsels:
-Suspensie
-Emulsie 
 






Slide 18 - Slide

Chromatografie 

Scheidingsprincipe = de oplosbaarheid van de stof in de loopvloeistof en de aanhechtingsvermogen van de stof aan de stationaire fase.

 Mengsels: 
- Inkmengsel 




Slide 19 - Slide

Chromatografie 

Rf-waarde: de verhouding van de snelheid van de stof en die van de oplosmiddel (mobiele/loopvloeistof)

Rf-waarde=  A / B

*A: afstand van de stof vanaf de basislijn.  
*B: Afstand van de loopvloeistof vanaf de basislijn. 




Slide 20 - Slide

Rendement

Rendement= opbrengst (wat je feitelijk heb gekregen). 


Slide 21 - Slide

Destilleren

Scheidingsprincipe = verschil in kookpunt

Mengsels: 
Oplossingen (vloeistof in vloeistof). 

De kookpunt van de vloeistoffen moeten minimaal 20°C verschillen

Let op de termen destillaat en residu


Slide 22 - Slide

Extraheren


Scheidingsprincipe = Verschil in oplosbaarheid van de vaste stof in de extractiemiddel. 




Slide 23 - Slide

Filtreren

Scheidingsprincipe = verschil in deeltjes grootte.

Mengsels: 
- Suspensie  

Let op de termen filtraat en residu


Slide 24 - Slide

Indampen 

 Scheidingsprincipe = verschil in kookpunt

Mengsels: 
- Oplossingen (vaste stof in vloeistof) 

Slide 25 - Slide