De evolutietheorie gaat uit van de volgende onderdelen:
verandering in genotype
natuurlijke of kunstmatige selectie
ontstaan nieuwe soorten door isolatie.
Slide 4 - Slide
Soort en populatie
Soort: alle organismen die in staat zijn zich onderling voort te planten en daarbij VRUCHTBARE nakomelingen voort te brengen.
Populatie: groep individuen van dezelfde soort, die in een bepaald gebied leven en zich onderling kunnen voortplanten.
De meeste soorten bestaan uit meerdere populaties.
Betere definitie voor soort is dan ook:
de grootste verzameling van populaties waartussen effectieve uitwisseling van genen (gene flow) plaatsvindt of kan plaatsvinden.
Slide 5 - Slide
Denk je dat paarden en ezels samen nakomelingen kunnen krijgen?
Slide 6 - Open question
Muildier
Slide 7 - Slide
Een ras is een dier van dezelfde soort. Dieren van verschillende rassen krijgen vruchtbare nakomelingen.
Dieren van verschillende soorten kunnen soms ook nakomelingen krijgen (zoals bij het paard en de ezel). Deze nakomelingen zijn onvruchtbaar.
Slide 8 - Slide
Lijger (vader is leeuw)
Slide 9 - Slide
Teeuw (vader is Tijger)
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Video
Contstante allelfrequenties
De genenpool is de verzameling van alle allelen in een populatie. Hoe groter de genenpool, hoe meer genetische variatie.
Hoe vaak een allel voorkomt, heet de allelfrequentie. Hoe hoger de allelfrequentie, hoe groter de kans dat dat allel doorgegeven wordt. Dit klopt alleen als er geen selectiedruk is.
De allelfrequentie blijft dan door de generaties constant.
Slide 12 - Slide
https:
Slide 13 - Link
Slide 14 - Video
Maak opdracht 44 t/m 49
Slide 15 - Slide
Wel selectiedruk, veranderende allelfrequenties
Onder invloed van natuurlijke selectie (selectiedruk) kunnen verschillende allelen van een gen leiden tot verschillen in overlevingskans voor het individu...
Voorbeeld: sikkelcelanemie-allel en malaria.
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Video
Seksuele selectie
Wanneer eigenschappen van seksuele partners de voortplantingskans beïnvloeden. Maar ze vergroten niet altijd de overlevingskans.
Enkele voorbeelden...
Slide 18 - Slide
https:
Slide 19 - Link
Micro-, macro- en co-evolutie
Micro-evolutie: verandering van allelfrequenties in een populatie (vb. Berkenspanner in Engeland)
Macro-evolutie: ontstaan van nieuwe soorten
Co-evolutie: een evoluerende soort beïnvloedt de evolutie van een andere soort
Slide 20 - Slide
Slide 21 - Video
Genetic drift
Inteelt: Als de parende individuen beide een recessief gemuteerd gen van de voorouders hebben gekregen, kan dit gen bij de nakomelingen tot uiting komen (Aa x Aa --> aa)
Het verschijnsel dat in KLEINEpopulaties door toeval grote verschuivingen in allelfrequenties kunnen optreden
Bijvoorbeeld: bottleneck effect/flessenhalseffect (calamiteit) of stichtereffect/foundereffect (vestiging)
Genetische variatie krijg je dus door: mutaties, selectiedruk, genetic drift en migratie
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Slide
Foundereffect
Genetic drift doordat een klein deel van een populatie zich vestigt in een nieuw gebied
Slide 24 - Slide
Maak nu de laatste opdrachten 50 t/m 61
Neem ook de Context 'Evolutie van de mens in de moderne tijd ' door en maak opdracht 62 t/m 66
Check je leerdoelen met de flitskaarten en Test Jezelf en vink alles af in Magister.learn
Slide 25 - Slide
En nog even de gehele video over dit onderwerp met allerlei voorbeelden van Ruud Lekkerkerk