This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
SO H4 Bloedsomloop 2BKK
Bs 1 t/m 3
Slide 1 - Slide
Hoeveel bloed heeft een volwassen persoon in zijn lichaam?
A
500 ml
B
1 liter
C
5 liter
D
50 liter
Slide 2 - Quiz
Welke onderdelen van het bloed vervoeren zuurstof?
A
rode bloedcellen
B
witte bloedcellen
C
bloedplaatjes
D
bloedplasma
Slide 3 - Quiz
Welke onderdelen van het bloed zijn nodig bij de bloedstolling?
A
rode bloedcellen
B
witte bloedcellen
C
bloedplaatjes
D
bloedplasma
Slide 4 - Quiz
Welke onderdelen van het bloed doden ziekteverwekkers zoals bacteriën?
A
rode bloedcellen
B
witte bloedcellen
C
bloedplaatjes
D
bloedplasma
Slide 5 - Quiz
Geef één ander woord voor "hart en bloedvaten".
Slide 6 - Open question
Waarom wordt onze bloedsomloop een dubbele bloedsomloop genoemd?
Slide 7 - Open question
Waarvoor dient de kleine bloedsomloop? (kies 2 antwoorden!)
A
zuurstof naar de spieren brengen
B
zuurstof in de longen ophalen
C
koolstofdioxide aan de longen afgeven
D
koolstofdioxide bij de spieren ophalen
Slide 8 - Quiz
Deze afbeelding hoort bij de volgende vragen
Slide 9 - Slide
Wat wordt er aangewezen met nummer 1?
A
Grote bloedsomloop
B
kleine bloedsomloop
Slide 10 - Quiz
Wat wordt er aangewezen met nummer 2?
A
linker hart helft
B
rechter hart helft
Slide 11 - Quiz
Welke 3 soorten bloedvaten zitten er in je lichaam?
Slide 12 - Open question
Welk deel is zuurstofrijk?
A
1
B
2
C
3
Slide 13 - Quiz
Wat wordt er aangewezen met nummer 3?
Slide 14 - Open question
Hoe noem je de kleinste bloedvaten?
A
aders
B
haren
C
haarvaten
D
slagaders
Slide 15 - Quiz
In welke bloedvaten is de bloeddruk het hoogst?
A
aders
B
slagaders
C
haarvaten
Slide 16 - Quiz
Waarom zijn de kleinste bloedvaten tóch heel belangrijk
Slide 17 - Open question
Welke bloedvaten bevatten kleppen?
A
aders
B
slagaders
C
haarvaten
Slide 18 - Quiz
Uitleg:
Lukt het op je ipad, laptop, telefoon, niet goed om de sleepvragen te beantwoorden? Schrijf de juiste antwoorden even op een kladblaadje en dan mag je op de laatste bladzijden deze als nog in typen.
SUCCES!
Slide 19 - Slide
7
14
2
6
3
5
17
16
Aorta
holle ader
linkerboezem
linkerkamer
longader
longslagader
rechterboezem
rechterkamer
Slide 20 - Drag question
Zet de delen van de kleine bloedsomloop in de goede volgorde.
Begin bij de rechtekamer!
1
2
3
4
5
rechterkamer
longader
longslagader
long
linkerboezem
Slide 21 - Drag question
Hieronder zie je delen van de bloedsomloop staan. Sleep de delen naar het juiste zuurstofgehalte van het bloed.
zuurstofrijk
Zuurstofarm
Beide
rechterkamer
longader
linkerboezem
longhaarvaten
longslagader
aorta
holle ader
haarvaten in spieren
Slide 22 - Drag question
Schrijf hier eventueel je antwoorden van de sleepvragen als ze NIET gelukt zijn... Bijvoorbeeld: sheet 16 zuurstofrijk hoort bij etc