Verpleegdoelen

Formuleren van Verpleeg-en begeleidingsdoelen

Formuleren van Verpleegdoelen
1 / 51
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 51 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Formuleren van Verpleeg-en begeleidingsdoelen

Formuleren van Verpleegdoelen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Verpleegdoel
= een concrete beschrijving van een gewenste situatie van de zorgvrager, waarbij een duidelijk tijdslimiet is aangegeven. 


Formuleren vanuit het verpleegprobleem (PES).
Formuleren vanuit de zorgvrager

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Verpleegdoel

  • Het probleem opgelost is.
  • Het probleem opgelost wordt.
  • Het probleem voorkomen is of niet opgetreden is.
  • Een oplossing niet mogelijk is, maar dat de cliënt de situatie aanvaardt en ermee om kan gaan.

Prioriteiten stellen!

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Verpleegdoel

  • Doel=zorgresultaat

Een goed doel zorgt voor:

  • Eenduidigheid
  • Continuïteit
  • Kostenbeheersing

Slide 4 - Slide

Formuleren verpleegdoelen is een hulpmiddel dat ervoor zorgt:

- dat je de juiste interventies kiest (namelijk de interventies die geschikt zijn om het doel te bereiken)
 - dat je de zorg kunt evalueren (je kunt beoordelen of de verpleegdoelen behaald zijn of niet)

Door een verpleegdoel samen met de zorgvrager te formuleren weet je ook zeker dat je de wensen en behoeften van de zorgvrager goed hebt begrepen. 
Wat is een aandachtspunt bij het formuleren van verpleegdoelen?

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Formuleren van verpleegdoelen
De eisen waaraan een verpleegdoel moet voldoen:
  • Formuleren vanuit de zorgvrager.
  • Daarna volgt een actief werkwoord. bv. komt uit bed, wast zich, gaat.
  • Daarna wordt de criteria beschreven: hoe, waarmee, onder welke omstandigheden etc.
  • Als laatste geef je aan binnen welke tijd het doel bereikt gaat worden.

BV.  Ik (mevrouw de Haan) kan mijn rechterbeen volledig strekken over vijf dagen. 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Via welke (2) methoden kun je een, kort, krachtig en goed doel omschrijven?

Slide 9 - Open question

RUMBA en SMART
Casus
Op afdeling Noordplein is een nieuwe bewoner opgenomen. Meneer de Zwart heeft alzheimer, diabetes mellitus type 2 en hypertensie. Meneer snoept graag en verstopt eten. Meneer is incontinent, thuis verschoonde hij zich niet. Hij heeft hierdoor al een keer decubitus op zijn stuit gekregen, dit is inmiddels genezen. 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Verpleegkundige diagnose vaststellen met behulp van PES-structuur
P: Probleem
Wat zegt je verpleegkundige (klinische) blik over het probleem?
Welke klachten uit de patiënt?
Wordt de patiënt hierdoor beperkt in zijn doen en laten?

E: Etiologie
Welke oorzaken herken je?
Zijn er andere factoren die invloed hebben op het probleem? 
Heeft de patiënt een netwerk om zich heen waar hij op terug kan vallen?

S: Symptomen
Welke symptomen herken je?
Hebben deze symptomen gevolgen voor jouw patiënt?  
Wat is de reactie van de patiënt?


Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

PES
P: 
E:
S:

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Formuleren van verpleegdoelen
Is het probleem goed omschreven, aan de hand van de PES dan is het werk voor de doelen en acties bijna klaar.


De symptomen zijn een beschrijving van het huidige gedrag en de doelen zijn een beschrijving van het gewenste gedrag.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Meneer Van Dam (45 jaar) is na een beenamputatie opgenomen om te revalideren. Hij is alleenstaand en heeft weinig contacten. Zijn hobby’s zijn klaverjassen en joggen. Meneer heeft een BMI van 28 en rookt dagelijks een pakje zware shag. Meneer wil niet op dieet. Hij vindt zijn gewicht geen probleem.

  • Niet relevant is: meneer Van Dam krijgt een gezond gewicht. Dat kan de verpleegkundige wel een belangrijk doel vinden, maar meneer Van Dam vindt het niet nodig.
  • Relevant is: meneer Van Dam bezoekt twee keer per week de activiteitentherapie, waar hij deelneemt aan het klaverjassen en praat met medezorgvragers. Want: meneer Van Dam heeft aangegeven dat hij zich eenzaam voelt en dat hij graag klaverjast. Dit doel komt tegemoet aan de behoeften van de zorgvrager.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Onduidelijk geformuleerd is: meneer Van Dam kan meer contacten leggen. 

Want: contacten kun je op vele manieren leggen. Wat er precies van meneer Van Dam wordt verwacht, is niet duidelijk. Ook is niet duidelijk met wie hij contacten kan leggen.


Duidelijk en begrijpelijk is: meneer Van Dam praat dagelijks met medezorgvragers en doet ten minste eenmaal per dag mee aan een groepsactiviteit.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Niet meetbaar is: meneer Van Dam eet voldoende. Want: wat ‘voldoende’ eten is voor meneer Van Dam, hangt af van zijn gewicht, lengte en lichaamsactiviteit.

 

Niet meetbaar is: meneer Van Dam accepteert zijn opname. Want: accepteren kun je niet meten.

Meetbaar is: meneer Van Dam beweegt dagelijks ten minste een halfuur intensief.
Meetbaar is: meneer Van Dam praat met de verpleegkundige over zijn beleving van de opname. Want: tijdens gesprekken kun je vaststellen hoe zwaar de acceptatieproblemen zijn en of ze verminderen door erover te praten.


Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Niet waarneembaar is: meneer Van Dam weet wanneer hij naar de fysiotherapeut moet. Want: ‘weten’ kun je niet concreet waarnemen.

 

Waarneembaar gedrag is: meneer Van Dam is op tijd aanwezig bij de fysiotherapeut, of: meneer Van Dam noteert de afspraken met de fysiotherapeut in zijn agenda.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Niet haalbaar is: meneer Van Dam krijgt een eenpersoonskamer. Want: op de revalidatieafdeling zijn geen eenpersoonskamers.


Haalbaar is: meneer Van Dam kan met zijn prothese aan een duurtraining deelnemen.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Formuleren van verpleegdoelen
De eisen waaraan een verpleegdoel moet voldoen:
  • Formuleren vanuit de zorgvrager.
  • Daarna volgt een actief werkwoord. bv. komt uit bed, wast zich, gaat.
  • Daarna wordt de criteria beschreven: hoe, waarmee, onder welke omstandigheden etc.
  • Als laatste geef je aan binnen welke tijd het doel bereikt gaat worden.

Een doel wordt in één zin geformuleerd!


Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Doel bekijken:
Op afdeling Noordplein is een nieuwe bewoner opgenomen. Meneer de Zwart heeft alzheimer, diabetes mellitus type 2 en hypertensie. Meneer snoept graag en verstopt eten. Meneer is incontinent, thuis verschoonde hij zich niet. Hij heeft hierdoor al een keer decubitus op zijn stuit gekregen, dit is inmiddels genezen. 

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Waarvoor staat de R in de RUMBA
A
Resultaat
B
Relevant
C
Richtinggevend
D
Realistisch

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Een goed voorbeeld van een meetbaar doel is:
Meneer schouten zal dagelijks..........eten
Wat vul je in op de puntjes?
A
1 drinkvoeding
B
Voldoende
C
Op geleide van zijn honger
D
Onder begeleiding

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Op welke manier is er sprake van een correct geformuleerd doel?
A
Dhr. zal zich aanpassen aan de afdeling
B
Dhr. zal 1 X per week naar de activiteiten-begeleiding gaan
C
Beide zijn juist geformuleerd
D
Geen van beide zijn juist geformuleerd

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

Slide 39 - Slide

Nee, normaal gedrag is een vage term.

Slide 40 - Slide

Ja.

Slide 41 - Slide

Nee,
Het is niet haalbaar om vanuit het niets gelijk iedere dag te gaan douchen.
Het benodigde personeel zal nu niet direct beschikbaar zijn om op bezoek te komen.
Het tijdslimiet van een week is wel heel er kort.

Is onderstaande zorgdoel een lange of korte-termijnsdoel?

Mevrouw De Vries weet op welke tijdstippen zij haar medicijnen moet innemen gedurende de dag.
A
Lange termijnsdoel
B
Korte termijnsdoel

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

Is onderstaande zorgdoel een lange of korte-termijnsdoel?

Meneer Uittenhoog kan omgaan met diabetes
mellitus type II.
A
Lange termijnsdoel
B
Korte termijnsdoel

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

Is onderstaande zorgdoel een lange of korte-termijnsdoel?

Mevrouw De Wit weet hoe ze borstvoeding moet
geven aan haar pasgeboren baby.
A
Lange termijnsdoel
B
Korte termijnsdoel

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Is onderstaande zorgdoel een lange of korte-termijnsdoel?

Mevrouw Meeuwsen weet hoe ze op een verantwoorde manier om kan gaan met de ziekte COPD.
A
Lange termijnsdoel
B
Korte termijnsdoel

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

Leerdoelen behaald?
  • Je kunt benoemen wat verpleegdoelen zijn.
  • Je kunt de voorwaardes van een goed verpleegdoel benoemen.
  • Je formuleert duidelijke zorgdoelen volgens de richtlijnen;
  • Je formuleert op basis van de verzamelde gegevens zorgdoelen die passend zijn bij de zorgsituatie;

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Zorgprobleem: Mevrouw de Groot heeft een halfzijdige verlamming t.g.v. een CVA, waardoor ze haar boterham niet zelf klaar kan maken
Formuleer een zorgdoel.

Slide 47 - Open question

Mevrouw de Groot kan binnen twee weken zelf haar boterham klaarmaken

Zorgprobleem: De heer Verkade gaat niet naar de fysiotherapie, vanwege de pijn aan zijn heup, waardoor de revalidatie langzamer gaat.
Formuleer een zorgdoel.

Slide 48 - Open question

De heer Verkade gaat binnen twee dagen weer naar de fysiotherapie.

Verdieping- opdracht 2
Je hebt in de vorige deelopdracht drie zorgproblemen mogen uitwerken volgens de PES-structuur. Bij deze opdracht koppel je daar drie doelen aan, deze werk je uit volgens de SMART-structuur;



  • Stel zorgdoelen/verpleegdoelen op die passen bij de zorgsituatie en aansluitend bij de uitgewerkte PES. Houd bij het opstellen van de zorg-/verpleegdoelen rekening met de SMART/RUMBA criteria.
  • Zet de volledig uitgewerkte zorgdoelen in een zorg-/verpleegplan en lever deze, in overleg met je docent, in.


Slide 49 - Slide

This item has no instructions

Slide 50 - Link

This item has no instructions

Checking
In de Checking van deze deelopdracht zet je de volgende stappen:

  • Heb je alle leerdoelen behaald en de opdrachten ingeleverd?
  • Heb je nog vragen of wil je ergens feedback op, ga dan naar je coach!
  • Zorg voor volledige afronding deelopdracht voordat je verder gaat met de volgende deelopdracht.

Voor de integratieve opdracht:
  • Formuleer, voor de door jouw gekozen zorgvrager uit de praktijk, verpleegkundige doelen en werk deze uit volgens de SMART structuur;
  • Zet de volledige zorgproblemen in het zorgplan.

Slide 51 - Slide

This item has no instructions