week 12 Havo

¡Hola!
¿Qué vamos a hacer?
  • noticias 
  • periodo 3
  • pretérito perfecto
  • vocabulario: signaalwoorden
Semana 12
1 / 44
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

¡Hola!
¿Qué vamos a hacer?
  • noticias 
  • periodo 3
  • pretérito perfecto
  • vocabulario: signaalwoorden
Semana 12

Slide 1 - Slide

Bewoners van het centrum van Madrid verzetten zich tegen overlast door filmopnames
Het centrum van Madrid is een populaire filmlocatie, maar bewoners klagen over toenemende overlast. Straten worden bezet door filmploegen, wat hun dagelijkse leven bemoeilijkt. De wijkvereniging Las Letras wil het aantal vergunningen beperken om openbare ruimte beter te beschermen.

In 2024 vonden in Madrid 41 films, 53 series 
en 430 reclameopnames plaats, met meer dan 
1000 vergunningen.
Hoewel filmopnames economische voordelen
 bieden, eisen bewoners een betere balans tussen industrie en leefbaarheid. De gemeente zoekt naar oplossingen om de impact op het dagelijks leven te verminderen.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Películas y series rodeados 
en Madrid

https://madrid365.es/cultura/estas-son-las-peliculas-y-series-que-se-grabaron-en-madrid-en-2024-20250121-0713/

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Link

Hoy he estudiado mucho

  • Leerdoelen
  • Planning
  • PTD Spaans
  • vocabulario y gramática
  • Hablar, escribir, leer
Periode 3

Slide 6 - Slide

Leerdoelen
  • Ik kan praten over acties in het verleden die nog in relatie staan tot het heden met de pretérito perfecto.
  • Ik ken de regelmatige en onregelmatige vervoegingen in de p. perfecto.
  • Ik ken de signaalwoorden die horen bij de pretérito perfecto.
Waarom is dit belangrijk dat ik dat kan?
  • Zo kan ik vertellen en begrijpen wat iemand heeft gedaan of wat er is gebeurd. 

Slide 7 - Slide

El pretérito perfecto.
Welke hulpwerkwoorden voor de voltooide tijd ken je in het Nederlands?
haber
(yo)
(tú) 
(él/ella/ud) 
(nosotros) 
(vosotros) 
(ellos/ellas/uds.) 
hebben, zijn
voltooid deelwoord
hablar --> hablado
comer --> comido
vivir --> vivido
he
has
ha
hemos
habéis
han
Librito p. 19-20

Slide 8 - Slide

El pretérito perfecto.
Welke hulpwerkwoorden voor de voltooide tijd ken je in het Nederlands?
haber
(yo)
(tú) 
(él/ella/ud) 
(nosotros) 
(vosotros) 
(ellos/ellas/uds.) 
hebben, zijn
voltooid deelwoord
hablar --> hablado
comer --> comido
vivir --> vivido
he
has
ha
hemos
habéis
han
(no)
(me)
(te)
(se)
(nos)
(os)
(se)
wederkerende werkwoorden
Librito p. 19-20

Slide 9 - Slide

El pretérito perfecto.
Welke hulpwerkwoorden voor de voltooide tijd ken je in het Nederlands?
haber
(yo)
(tú) 
(él/ella/ud) 
(nosotros) 
(vosotros) 
(ellos/ellas/uds.) 
hebben, zijn
voltooid deelwoord
hablar --> hablado
comer --> comido
vivir --> vivido
he
has
ha
hemos
habéis
han
(no)
lo
la
los
las
lijdend voorwerp als persoonlijk vnw.
Librito p. 19-20

Slide 10 - Slide

  • Tussen de vorm van haber en het voltooid deelwoord mag niets komen te staan!
  • Persoonlijke voornaamwoorden staan voor de vorm van haber:
    vb: me he levantado temprano. - Ik ben vroeg opgestaan.
    vb: Lo ha comprado José. - Die heeft José gekocht. 
Librito p. 19-20

Slide 11 - Slide

onregelmatige vormen 
abrir
descubrir
hacer
poner
ver
decir
escribir
ir
ser
volver
morir
romper
pretérito perfecto
abierto
descubierto
hecho
puesto
visto
dicho
escrito
ido
sido
vuelto
muerto
roto
Librito p. 19-20

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Vamos a jugar
¿Quién ha robado algo alguna vez?
Pretérito perfecto

Slide 15 - Slide

Vamos a jugar
¿Quién ha peleado con un profe alguna vez?
Pretérito perfecto

Slide 16 - Slide

Vamos a jugar
¿Quién ha copiado en un examen alguna vez?
Pretérito perfecto

Slide 17 - Slide

Vamos a jugar
¿Quién ha perdido su móvil alguna vez?
Pretérito perfecto

Slide 18 - Slide

Vamos a jugar
¿Quién ha hecho pis en el mar alguna vez?
Pretérito perfecto

Slide 19 - Slide

Vamos a jugar
¿Quién ha fumado alguna vez?
Pretérito perfecto

Slide 20 - Slide

Vamos a jugar
¿Quién se ha enamorado a primera vista  alguna vez?
Pretérito perfecto

Slide 21 - Slide

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
a
he
ocho
levantado
domingo
yo
las
media
me
este
y

Slide 22 - Drag question

1
2
3
4
5
6
7
Paco
hoy
deberes
hecho
no
ha
los

Slide 23 - Drag question

1
2
3
4
5
6
7
8
yo
por
con
quedado
tarde
he
la
amigos

Slide 24 - Drag question

1
2
3
4
5
6
7
8
9
nos
a
diez
acostado
noche
las
nosotros
esta
hemos

Slide 25 - Drag question

Vul in de volgende dia's
de juiste vorm van de 
pretérito perfecto in.
Leerdoel: pret. perfecto

Slide 26 - Slide

trabajar, él

Slide 27 - Open question

comer, nosotros

Slide 28 - Open question

vivir, Carmen y Pepe

Slide 29 - Open question

¿entender, tú?

Slide 30 - Open question

estudiar, yo

Slide 31 - Open question

trabajar, él

Slide 32 - Open question

vivir, Paco y yo

Slide 33 - Open question

trabajar, Paco y yo

Slide 34 - Open question

ducharse, tú

Slide 35 - Open question

Slide 36 - Link

Leerdoelen

Slide 37 - Slide

Bezittelijk vnw.

Slide 38 - Mind map

Bezittelijk vnw.

Slide 39 - Slide

Beklemtoond bez. vnw.
Librito p. 21-22

Slide 40 - Slide

In welke situaties kun je dit bijvoorbeeld tegenkomen?

- In een B&B in Spanje wordt jullie je kamer aangewezen. 
Esta habitación es suya. (Deze kamer is van u)
Estas llaves son suyas. (Deze sleutels zijn van u)

- In de bus vraagt iemand of de tas van jou is.
Este bolso, ¿es tuyo? (Is deze tas van jou)
No, este es mío.(Nee, dit is de mijne.) 



Slide 41 - Slide

Beklemtoond bez. vnw.
UNOS EJEMPLOS
  • Este es mi cuaderno. (Dit is mijn schrift.)
  • Este cuaderno es mío. (Dit schrift is van mij.)
  • ¿De quién es esta mochila? Es mía. (Die is van mij).
  • ¿Estos libros son tuyos? (Zijn deze boeken van jou?)
  • No, son suyos. (Nee, die zijn van hem/haar.)
  • Estos son los míos. (Dit zijn de mijne.)

Slide 42 - Slide

Vertaal de volgende zinnen. Gebruik de beklemtoonde bezittelijke voornaamwoorden en de woordenlijst
  1. De school is van mij.
  2. De krant is van jullie
  3. De film is van hem.
  4. De rugzakken  zijn van ons.
  5. Het zwembad is van jou.
  6. De fietsen zijn van hen.
  7. De expositie is van u.

Slide 43 - Slide

Los deberes
L: woorden blok 1, 2 en 3
Leren: Pretérito perfecto regelmatige + onregelmatige werkwoorden en de beklemtoonde bezittelijke voornaamwoorden.
Maken:   LA p. 53 OPDR 7,8   p. 61 OPDR 4
Maken: LE 3.1 TM 3.9, 3.14 TM 3.17LE 3.11, 3.18 TM 3.21


Slide 44 - Slide