Cursus 1 §5 Alinea's en kernzinnen

1 / 38
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

  • Herhaling vorige lessen
  • Leerdoelen 
  • Uitleg 
  • Zelfstandig werken
  • Afsluiting

Slide 2 - Slide

Er volgen nu wat herhalingsvragen

Slide 3 - Slide

Wat voor indeling heeft een tekst bijna altijd?

Slide 4 - Open question

Welke leesstrategieën zijn er?

Slide 5 - Open question

Welke vraag kun je stellen om het onderwerp van de tekst te bepalen?

Slide 6 - Open question

Welke vraag kun je stellen om de hoofdgedachte van een tekst te bepalen?

Slide 7 - Open question

Wat is het tekstdoel van een tekst waarin verteld wordt hoe je iets moet doen?
A
amuseren
B
activeren
C
instrueren
D
overtuigen

Slide 8 - Quiz

Iedere schrijver heeft een schrijfdoel. Bij elk schrijfdoel horen verschillende tekstsoorten. Sleep het juiste doel naar de bijbehorende tekstsoort.
Activeren
Amuseren
Overtuigen
Informeren

Slide 9 - Drag question

  • Je kunt de kernzinnen van alinea's bepalen.
  • Je kunt zelf een alinea schrijven met een eigen kernzin.
Lesdoelen

Slide 10 - Slide

Alinea's en kernzinnen
Teksten zijn verdeeld in alinea's.
Een alinea bestaat uit een aantal zinnen dat bij elkaar hoort, omdat ze over hetzelfde deelonderwerp gaan.

De belangrijkste informatie uit een alinea staat in de kernzin. Dat is vaak de eerste zin en soms de laatste. In de rest van de alinea staat dan vaak meer informatie of voorbeelden (bijzaken).

Slide 11 - Slide

Voorbeeld
Er zijn in Nederland verschillende nieuwsmedia voor jongeren. Iedereen kent het NOS Jeugdjournaal, dat al ruim 35 jaar goed en slecht nieuws in de huiskamer brengt voor kinderen tussen grofweg 9 en 13 jaar oud. Daarnaast is er sinds 2003 het nieuwsweekblad Kidsweek, voor 7- tot 12-jarigen. In 2009 kwam daar 7Days bij (12-18 jaar).

In de zinnen na de kernzin worden voorbeelden genoemd.

Slide 12 - Slide

Een kernzin is dus een hoofdzaak. Na de kernzin komt dus...
A
Een bijzaak
B
nog een hoofdzaak

Slide 13 - Quiz

Hoofdzaak
Bijzaak
Belangrijk
Kernzin
Kan weggelaten worden
Bijzaak

Slide 14 - Drag question

Daarvoor kun je het beste op tijd beginnen met het leren van de moeilijke woorden en het huiswerk voor leesvaardigheid keurig bijhouden. Daarnaast is veel (online) oefenen met spelling aan te raden.
Sleep het woord 'kernzin' naar de kernzin van bovenstaande alinea. Sleep het woord 'bijzaak' naar de bijzaak in bovenstaande alinea.
Als je een voldoende wilt halen voor de eindtoets, moet je je goed voorbereiden. 
Zo kun je gratis oefenen via cambiumned.nl.
kernzin
bijzaak

Slide 15 - Drag question

  • Wat: Cursus 1 paragraaf 5 opdracht 1 t/m 3 blz. 32/33 maken. Schrijf de antwoorden in je schrift. 
  • Hoe: individueel
  • Hulp: boek, buren, mevrouw de Vries
  • Tijd: 15 min.
  • Uitkomst: bespreken
  • Klaar: lees verder in je leesboek 
timer
15:00

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Wat is de kernzin van alinea 1?
A
De eerste zin
B
De tweede zin
C
De derde zin

Slide 18 - Quiz

Wat is de kernzin van alinea 2?
A
De eerste zin
B
De tweede zin

Slide 19 - Quiz

Wat is in deze alinea de kernzin?

Slide 20 - Open question

Wat is in deze alinea de kernzin?

Slide 21 - Open question

Wat is in deze alinea de kernzin?

Slide 22 - Open question

Omschrijf in je eigen woorden wat een kernzin in (en waar je deze vaak kunt vinden).

Slide 23 - Open question

Vul in:
De belangrijkste informatie van een                                staat in de                            . Vaak is dat de eerste, tweede of laatste zin van de alinea. In de zinnen ervoor of erna staat een voorbeeld of een verdere uitleg. 
timer
0:45
hoofdgedachte
kernzinnen
alinea
kernzin
kernzin

Slide 24 - Drag question

Slide 25 - Slide

  • Herhaling vorige les
  • Leerdoelen 
  • Uitlegfilmpje
  • Paragraaf 5 afmaken
  • Afsluiting

Slide 26 - Slide

  • Je kunt de kernzinnen van alinea's bepalen.
  • Je kunt zelf een alinea schrijven met een eigen kernzin.
Lesdoelen

Slide 27 - Slide

Wat is een alinea?

Slide 28 - Open question

Wat is een deelonderwerp?
A
Een klein deel van het onderwerp
B
Een onderwerp om te delen
C
Het onderwerp van een tekst
D
De belangrijkste informatie

Slide 29 - Quiz

Waar vind je vaak de belangrijkste informatie in een anlinea?
A
Het middenstuk
B
De eerste zin
C
In de titel
D
De eerste en de laatste zin

Slide 30 - Quiz

Hoe veel alinea's heeft
deze tekst?

Slide 31 - Open question

Wat is in deze alinea de kernzin?

Slide 32 - Open question

Wat is in deze alinea de kernzin?

Slide 33 - Open question

Uitlegfilmpje!

Slide 34 - Slide

  • Wat: Cursus 1 paragraaf 5 opdracht 4 t/m 6 blz. 34/35 maken. Schrijf de antwoorden in je schrift. 
  • Hoe: individueel
  • Hulp: boek, buren, mevrouw de Vries
  • Tijd: 15 min.
  • Uitkomst: bespreken
  • Klaar: lees verder in je leesboek 
timer
15:00

Slide 35 - Slide

Uit hoeveel alinea's bestaat deze tekst?
A
4 alinea's
B
5 alinea's
C
6 alinea's
D
7 alinea's

Slide 36 - Quiz

Kies de kernzin
A
Ze is ook nog eens topscoorder
B
Ze is Feyenoorder in hart en nieren
C
Ze is een van de beste spitsen ter wereld
D
Vivianne Miedema is een topatleet

Slide 37 - Quiz

Wat is de kernzin van alinea 2?
A
De eerste zin
B
De tweede zin

Slide 38 - Quiz