Beheren van inkomsten en uitgaven

Beheren van inkomsten en uitgaven
1 / 13
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Beheren van inkomsten en uitgaven

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoel
Aan het einde van de les kun je begrijpen hoe inkomsten en uitgaven beheerd worden.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je al over inkomsten en uitgaven?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Wat zijn inkomsten?
Inkomsten zijn het geld dat je verdient, zoals salaris, zakgeld of winst uit investeringen.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Soorten uitgaven
Er zijn verschillende soorten uitgaven, zoals vaste lasten (huur, abonnementen) en variabele uitgaven (boodschappen, uitgaan).

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Budgetteren
Budgetteren is het plannen van je inkomsten en uitgaven, zodat je in balans blijft.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Prioriteiten stellen
Het is belangrijk om prioriteiten te stellen bij het beheren van inkomsten en uitgaven, zodat je de belangrijkste kosten als eerste betaalt.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Besparen
Besparen betekent minder geld uitgeven aan bepaalde zaken, bijvoorbeeld door bewust boodschappen te doen of minder uit te gaan.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Risico's en kansen
Het beheren van inkomsten en uitgaven omvat het inschatten van financiële risico's en het benutten van kansen om meer geld te verdienen.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Samenvatting
We hebben geleerd hoe inkomsten en uitgaven beheerd worden, inclusief budgetteren, prioriteiten stellen, besparen en het inschatten van risico's en kansen.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 11 - Open question

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 12 - Open question

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 13 - Open question

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.