WH Fälle

DE GROTE NAAMVAL
HERHALING
1 / 15
next
Slide 1: Slide
DuitsWOStudiejaar 5

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

DE GROTE NAAMVAL
HERHALING

Slide 1 - Slide

Hoe vertaal je de of het in het Duits?
A
der-die-das
B
der-dem-den
C
des-der-die
D
alle antwoorden zijn juist

Slide 2 - Quiz

Waar hangt het vanaf welke je kiest?

Slide 3 - Open question

Er zijn nog meer woorden die zich aanpassen!

Slide 4 - Slide

Hoe heten de groepen waar we deze woorden in indelen?
A
Mannelijk en vrouwelijk
B
Der-groep en Ein-groep
C
Enkelvoud en meervoud
D
Er zijn geen groepen

Slide 5 - Quiz

Deel maar in!
Der-Gruppe
Ein-Gruppe
dies- (deze, dit)
jen- (die, dat)
jed- (iedere, elke)
manch- (sommige, menig)
welch- (welke)
solch- (zulke)
all- (alle)
der*, die*, das*
ein- (een)
mein- (jouw)
dein- (jouw)
sein- (zijn)
ihr- (haar)
unser- (ons, onze)
euer- (jullie)
ihr- (hun)
Ihr- (uw)

Slide 6 - Drag question

Slide 7 - Slide

Stufenplan
1 - GRUPPE: Der of Ein?
2 - GENUS: Geslacht van het zelfstandig naamwoord
3 - FALL: Wat is de naamval?

Slide 8 - Slide

Hoe bepaal je de naamval?
Eerst kijken: staat er een voorzetsel?
 
2e naamval: anhand, außerhalb, innerhalb, wegen, statt, während, trotz
3e naamval: aus, bei, mit, nach, seit, von, zu, außer, entgegen, gegenüber
4e naamval: durch, für, gegen, ohne, um, bis, entlang
Wissel/keuze: hinter, an, neben, zwischen, vor, unter, in / auf, über

Geen voorzetsel? Dan ontleden!
1e naamval: onderwerp                                 3e naamval: meewerkend voorwerp
2e naamval: bepaling van bezit                 4e naamval: lijdend voorwerp

Slide 9 - Slide

Met 3 stukjes informatie...
GRUPPE                 GENUS                       FALL

... kun je in het juiste schema kijken.

Slide 10 - Slide

Ich kaufe (een) Kühlschrank (m) in (het) Kaufhaus (o) mit (mijn) Mutter (v).

Slide 11 - Slide

(de)…………Mutter (v) erzählte (het)………Kind (o) (een)……………Witz (m).
A
die - das - einen
B
der - dem - ein
C
die - dem - einen
D
der - das - ein

Slide 12 - Quiz

Während (de) Operation (v) von (zijn) Frau (v) wartete er auf (een) Sofa (o) in (de) Korridor (m).
A
der - seiner - einem - dem
B
die - seinem - ein - den
C
die - seine - ein - dem
D
der - seinem - einen - den

Slide 13 - Quiz

(de)………Frau (v) kauft (een)………Bild (o) (van zijn) ......... Vater...
A
die - ein - seines Vaters
B
der - eines - seinem Vater
C
die - eines - seines Vaters
D
der - ein - seinem Vater

Slide 14 - Quiz

Nach dem Arbeitsblatt
gehst du weiter mit den Bausteinen.

Am Freitag sind alle Bausteinen (1.1 - Aufgabe 4 bis 11) fertig.

Einloggen bei Na Klar mit dem Klassencode: 702417.

Slide 15 - Slide