Grammatica Het werkwoord 1

Grammatica - werkwoorden 1
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Grammatica - werkwoorden 1

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Opdr. 1 Onderstreep het zelfstandig werkwoord in de zinnen.

1 Op Netflix kun je de serie Squid Game bekijken.
2 In deze serie spelen Zuid-Koreanen met schulden de hoofdrol.
3 Zij kunnen 30 miljoen winnen.
4 Daarvoor moeten ze kinderspelletjes spelen tegen andere deelnemers.
5 Het decor vormt een bubblegum-achtige omgeving.
6 Waarschijnlijk klinkt dit heel gezellig en spannend.
7 De serie schuwt geweld echter niet.
8 Deelnemers zonder geluk worden zonder pardon neergeschoten.

Slide 4 - Slide

Opdr. 2  Onderstreep het hulpwerkwoord in de zin.

1 Zou jij naar Squid Game op Netflix kijken?
2 Misschien wil je liever geen gewelddadige series kijken?
3 In Nederland blijken veel jonge kinderen de serie ook te kijken.
4 Niet alle ouders hebben daarvoor toestemming gegeven.
5 Kinderen kunnen de serie natuurlijk gewoon op hun telefoon bekijken.
6 Sommige kinderen hebben daar spijt van gekregen.
7 Liever hadden ze de serie niet gezien.
8 ’s Nachts worden ze geplaagd door nachtmerries.

Slide 5 - Slide

Ik kan het belangrijkste werkwoord in een zin herkennen.
Ik weet wat een hulpwerkwoord is.
😒🙁😐🙂😃

Slide 6 - Poll

Slide 7 - Slide

Opdr. 3 Heb je ‘om’ nodig of is ‘te’ genoeg?
             Onderstreep het juiste antwoord.
1 De meiden staan op de bus om te / te wachten.
2 Deze kans is te mooi om te / te laten schieten.
3 Rob en Mariska gaan naar Oostenrijk om te / te leren snowboarden.
4 Fey rende hard genoeg om als eerste de finish te halen / als eerste de finish te halen .
5 Ik vertrek vroeg om op tijd op school te komen / op tijd op school te komen .
6 We hebben hard gefietst om op tijd op het voetbalveld te zijn / op tijd op het voetbalveld       te zijn .
7 Femke heeft van haar moeder geld gekregen om een nieuwe broek te kopen / een     
   nieuwe broek te kopen .
8 Hij besloot het telefoonnummer om te / te verwijderen.


Slide 8 - Slide

Opdr. 4 Herschrijf de zin.
Kies voor ‘om – te + infinitief’, ‘te + infinitief’ of alleen een infinitief.
 
Voorbeeld:
Mijn gewassen spijkerbroek – buiten (hangen – drogen)
Mijn gewassen spijkerbroek hangt buiten te drogen.




Slide 9 - Slide

Ik - studeer hard (een goed cijfer halen)

Slide 10 - Open question

Dit boek is te goed (niet te verfilmen)

Slide 11 - Open question

Hij- de hele weg- naast haar (blijven - fietsen)

Slide 12 - Open question

De junkie - mijn fiets (proberen - jatten)

Slide 13 - Open question

Zij is ervaren genoeg (die baan krijgen)

Slide 14 - Open question

Ik ben veel te bang (alleen in het bos wandelen)

Slide 15 - Open question

Ik - het bericht (vergeten - verzenden)

Slide 16 - Open question

Na een lang ziekbed - Lucie (lijken - opkanppen)

Slide 17 - Open question

Ik weet wanneer ik bij een infinitief "te" of "om te" moet gebruiken.
😒🙁😐🙂😃

Slide 18 - Poll