Overtuigen - woordenschrift - herhaling - A1

Oefenen met woordenschrift 
Disk thema: overtuigen
1 / 19
next
Slide 1: Slide
TaalISK

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Oefenen met woordenschrift 
Disk thema: overtuigen

Slide 1 - Slide

🎯 Leerdoelen:
  • Je leert nieuwe woorden die te maken hebben met het thema overtuigen.
  • Je begrijpt de betekenis van deze woorden en kunt ze uitleggen.
  • Je gebruikt de woorden in een zelfbedachte zin.

Slide 2 - Slide

Wat is overtuigen?

Slide 3 - Mind map

Maak een zin met: overtuigen

Slide 4 - Open question

Belangrijk =
A
iets of iemand die van kleine betekenis is
B
iets of iemand die van grote betekenis is
C
het maakt niet veel uit
D
iets wat je altijd moet doen

Slide 5 - Quiz

graag =
A
met tranen
B
met blijdschap
C
met plezier
D
met bozigheid

Slide 6 - Quiz

Maak een zin met: graag

Slide 7 - Open question

Schrijf het woord dat je hoort

Slide 8 - Open question

Schrijf het woord dat je hoort

Slide 9 - Open question

Schrijf het woord dat je hoort

Slide 10 - Open question

Wat betekent succes?

Slide 11 - Mind map

Maak een zin met: succes

Slide 12 - Open question

snoepen =
A
zoete dingen eten
B
zoute dingen eten
C
groenten en fruit eten
D
hartig eten

Slide 13 - Quiz

steeds =
A
nog een keer
B
iedere keer weer
C
opnieuw
D
nooit

Slide 14 - Quiz

zien =
A
met je neus waarnemen
B
met je oren waarnemen
C
met je ogen waarnemen
D
met je handen waarnemen

Slide 15 - Quiz

Schrijf het woord dat je hoort:

Slide 16 - Open question

Schrijf het woord dat je hoort:

Slide 17 - Open question

Schrijf het woord dat je hoort:

Slide 18 - Open question

Goed gewerkt!

Slide 19 - Slide