§1 Standaardnederlands

Standaardnederlands en dialect
§1 Je leert:
* het verschil tussen Standaardnederlands en een dialect
* hoe het Standaardnederlands is ontstaan
* wat streektalen zijn en wat het verschil is tussen een dialect
    en een streektaal

1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2,3

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Standaardnederlands en dialect
§1 Je leert:
* het verschil tussen Standaardnederlands en een dialect
* hoe het Standaardnederlands is ontstaan
* wat streektalen zijn en wat het verschil is tussen een dialect
    en een streektaal

Slide 1 - Slide

Vraag aan de klas:
Wie spreekt er een dialect? Leef je uit!

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Begrippen
Germaans - taal die rond het begin van onze jaartelling werd gesproken door volkeren en stammen die woonden in Scandinavië en Noord-Europa.

ABN - afkorting voor Algemeen Beschaafd Nederlands, een oude term voor Standaardnederlands.

Standaardnederlands - variant van het Nederlands dat je op school leert en die de overheid en de media gebruiken.

Dialect - streekgebonden variant van een taal die lijkt op de standaardtaal.

Streektaal - streekgebonden variant van een taal die erkend is door de overheid.



Slide 5 - Slide

Standaardtaal 

Standaardtaal is een geografisch neutrale variant en wordt daarom ook gebruikt in het openbaar leven (de media, het onderwijs, bestuur,...). We noemen de Nederlandse standaardtaal ook wel Algemeen Nederlands of AN. 

Slide 6 - Slide

Dialect
  • Dialect is een vorm van van taalvariatie
  • Bij dialect is er sprake van een eigen woordenschat (soms zelfs een eigen woordenboek!), klanken, eigen spelling en eigen grammatica
  • Een dialect is plaatsafhankelijk 
  • Een dialect kan voor vooroordelen zorgen ('dom', maar gezellig) en kan minder kansen geven bij bijv. sollicitaties. Een dialect kan soms lastig verstaanbaar zijn voor iemand die het dialect niet spreekt of kent.


Slide 7 - Slide

Slide 8 - Link

Overeenkomsten straattaal & dialect(en)

  • Beide zijn varianten binnen het standaard Nederlands.
  • Wordt naast het Nederlands gebruikt -> dus ook taalvaardig in het Nederlands.
  • Beide zijn een typische 'in-group' spreekstijl' -> onderling kunnen ze elkaar goed verstaan.
  • Verschillen in regio's of groepen -> veel variatie en verandering.
  • Associatie met individuen of groepen met een lage sociale status.
  • Verbondenheid en groepsgevoel.
  • Stoerheid (straattaal) & gezelligheid (dialecten).
  • Kan nadelig zijn voor een succesvolle maatschappelijke carrière -> niet algemeen geaccepteerde norm.

Slide 9 - Slide

Hoeveel dialecten bestaan er in Nederland
A
267
B
43
C
79
D
95

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Video

Haags
Het haags is onderverdeeld in 2 groepen
  1. Plat Haags - Hagenezen
  2. Bekakt Haags - Hagenaren

Haags bekender door Haagse Harry
Haagse Harry komt uit 1991


Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Wat is de betekenis van de afkorting ABN?
A
Alles Behalve Normaal
B
Algemeen Beschaafd Nederlands
C
Aangepast Begrijpbaar Nederlands
D
Algemeen Basis Nederlands

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Video

Hoe komt het dat veel jongeren naast de Nederlandse taal ook straattaal spreken?
A
Het wordt gebruikt in songteksten.
B
Jongeren willen graag bij een bepaalde groep horen.
C
Jongeren die straattaal spreken zijn vaak tweetalig opgevoed en leren dit thuis.

Slide 16 - Quiz

Wat vind jij van mensen die het spreken van dialecten niet accepteren?
A
Ik vind ook dat alleen het standaard Nederlands gesproken mag worden.
B
Ik vind dat het afhankelijk is van het accent.
C
Ik vind dat het afhangt van de situatie.
D
Ik vind dat iedereen een dialect mag spreken.

Slide 17 - Quiz

Verschil Standaardnederlands en een dialect
Het verschil tussen dialecten en het Standaardnederlands is grotendeels een statusverschil. Dialecten hebben een volwaardige grammatica en woordenschat, maar ze zijn in tegenstelling tot het Standaardnederlands op politiek niveau niet erkend als officiële taal

Slide 18 - Slide

Aan de slag
  • Klassikaal lezen tekst 1
  • Maak opdracht 2 - digitaal 

Slide 19 - Slide