Ga lezen in je Nederlands boek, steek je vinger op voor een nieuwe woordzoeker of bestudeer het werkwoord 'avoir' (hebben) blz. 166 -> komt straks terug in de les.
Aujourd'hui, c'est mercredi
H1B
Slide 2 - Slide
Le programme:
- grammatica D -> de passé composé
Slide 3 - Slide
Les buts (leerdoelen):
- Aan het einde van de les weet je wat de passé composé is
- Aan het einde van de les kun je de passé composé maken
Slide 4 - Slide
Est-ce que tout le monde est présent?
- Zijn we compleet? Wie missen we?
Slide 5 - Slide
Grammaire D
De passé composé - de voltooid tegenwoordige tijd
Bijvoorbeeld: 'ik heb gefietst' / 'ik heb gegeten'
J'aimangé
Tu as parlé
Nous avons dansé
Van welk werkwoord komen de gele woorden?
Slide 6 - Slide
Je danse betekent ik dans. Wat zou j'ai dansé kunnen betekenen?
Je mange betekent ik eet. Wat zou j'ai mangé kunnen betekenen?
Slide 7 - Slide
Uitlegvideo:
kijk mee en luister mee!
Slide 8 - Slide
Voorbeeld:
Tu ............ ................. (parler) avec ton père?
Stap 1) Welke vorm van avoir moet ik hebben?
Stap 2) Maak van het werkwoord parler de voltooide vorm
Slide 9 - Slide
Voorbeeld:
Tu as parlé (parler) avec ton père?
Stap 1) Welke vorm van avoir moet ik hebben? --> Tu + as
Stap 2) Maak van het werkwoord parler de voltooide vorm --> parler --> parl --> parlé
Slide 10 - Slide
Probeer het eens zelf....
1) Nous .......... ............ (habiter) à Amsterdam.
2) Tu .......... ............ (manger) un croissant
3) J' .......... .............. (visiter) la tour Eiffel.
Gebruik de uitlegblokjes in je werkboek.
Stap 1: gebruik juiste vorm van 'avoir'
Stap 2: maak de voltooide tijd van het werkwoord
danser -> dansé / habiter -> habité
timer
1:00
Slide 11 - Slide
Au travail:
Quoi (wat)? Maak zelf een korte samenvatting van grammaire D in je aantekeningenschrift +Fais exercice 16ABC en 17B (let erop: tu -> je) CD
Comment (hoe)? Individuellement ou ensemble en 2 (fluisteren)
Temps (tijd)? Tot het einde van de les
Prêt (klaar)? Leren werkwoord 'avoir' (hebben) / vocabulaire A / B & zinnen C