Les 4, grammaire D (20-03) H1A

Werkwoord 'avoir' op het bord schrijven
Verwachtingen uitspreken voor start uitleg gram. D
1 / 20
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 20 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Werkwoord 'avoir' op het bord schrijven
Verwachtingen uitspreken voor start uitleg gram. D

Slide 1 - Slide


Pak je werkboek, aantekeningenschrift en etui.
Ga lezen in je Nederlands boek, steek je vinger op voor een nieuwe woordzoeker of bestudeer het werkwoord 'avoir' (hebben) blz. 166 -> komt straks terug in de les.
Railey -> luisterfragment pw. inhalen


Aujourd'hui, c'est jeudi
H1A

Slide 2 - Slide

Le programme:
- grammatica D -> de passé composé


Slide 3 - Slide

Les buts (leerdoelen):
- Aan het einde van de les weet je wat de passé composé is
- Aan het einde van de les kun je de passé composé maken

Slide 4 - Slide

Est-ce que tout le monde est présent?
- Zijn we compleet? Wie missen we?

Slide 5 - Slide

Grammaire D
De passé composé - de voltooid tegenwoordige tijd

Bijvoorbeeld: 'ik heb gefietst' / 'ik heb gegeten'


J'ai mangé
Tu as parlé 
Nous avons dansé 
Van welk werkwoord komen de gele woorden?

Slide 6 - Slide


Je danse betekent ik dans. Wat zou j'ai dansé kunnen betekenen?
Je mange betekent ik eet. Wat zou j'ai mangé kunnen betekenen?

Slide 7 - Slide

Uitlegvideo:
kijk mee en luister mee!

Slide 8 - Slide

Voorbeeld:
Tu ............   ................. (parler) avec ton père?

Stap 1) Welke vorm van avoir moet ik hebben? 
Stap 2) Maak van het werkwoord parler de voltooide vorm

Slide 9 - Slide

Voorbeeld:
Tu as parlé (parler) avec ton père?

Stap 1) Welke vorm van avoir moet ik hebben? --> Tu + as
Stap 2) Maak van het werkwoord parler de voltooide vorm             --> parler --> parl --> parlé

Slide 10 - Slide

Probeer het eens zelf....
1) Nous ..........   ............ (habiter) à Amsterdam.
2) Tu ..........   ............ (manger) un croissant
3) J' ..........   .............. (visiter) la tour Eiffel.

Gebruik de uitlegblokjes in je werkboek.
Stap 1: gebruik juiste vorm van 'avoir'
Stap 2: maak de voltooide tijd van het werkwoord
danser -> dansé    / habiter -> habité
timer
1:00

Slide 11 - Slide

Au travail:
Quoi (wat)? Maak zelf een korte samenvatting van grammaire D in je aantekeningenschrift + Fais exercice 16ABC en 17B (let erop: tu -> je) CD
Comment (hoe)? Individuellement ou ensemble en 2 (fluisteren)
Temps (tijd)? Tot het einde van de les
Prêt (klaar)? Leren werkwoord 'avoir' (hebben) / vocabulaire A / B & zinnen C

Slide 12 - Slide

Les devoirs (huiswerk):
- Faire: afmaken samenvatting gram. + exercice 16ABC + 17BCD
- Apprendre: leren grammaire D -> zorg dat je het werkwoord 'avoir' (hebben) herhaalt

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide