This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
laatste les voor examen quiz herhaling
Slide 1 - Slide
De Algemene Beschouwingen zijn een voorbeeld van:
Politieke instituties
Complex van min of meer geformaliseerde regels, die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond politieke machtauitoefening en politieke besluitvorming reguleren.
A
politieke institutie
B
sociale institutie
C
ideologie
D
politieke socialisatie
Slide 2 - Quiz
POLITIEKE INSTITUTIE = complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond ....... reguleren
A
politieke machts uitoefening
B
politieke besluitvorming
C
politiek in het algemeen
D
A en B
Slide 3 - Quiz
Welk machtsmiddel heeft de overheid om burgers te dwingen om mee te werken aan collectieve acties?
A
geweldsmonopolie
B
overdrachtsmonopolie
C
belasting monopolie
D
privilege monopolie
Slide 4 - Quiz
REPRESENTATIE & REPRESENTATIVITEIT
Representatie
Representativiteit
50% van Alkmaar is vrouw dus is de helft van de gemeenteraad vrouwelijk
Mensen stemmen op volksvertegenwoordigers
Slide 5 - Drag question
Welk kenmerk van sociale institutie herken je hier?
Het sinterklaasfeest is in de loop van de eeuwen langzaam veranderd
A
soc. institutie bestaat buiten het individu om
B
soc. institutie hebben lange traditie
C
soc. institutie berusten vaak op moreel gezag
D
soc. institutie zijn vrij stabiel maar veranderen ook
Slide 6 - Quiz
Conflict
model
Harmonie
model
Overleg
Demonstraties
Poldermodel
Consensus
Strijd
Stakingen
Slide 7 - Drag question
WELK KERNCONCEPT IS DIT? Complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren
A
Politieke institutie
B
Politieke socialisatie
C
Sociale institutie
D
Socialisatie
Slide 8 - Quiz
Bij welk element van sociale cohesie past deze zin het beste?
"we betalen allemaal zorgverzekeringspremie zodat iedereen gebruik kan maken van de gezondheidszorg"
A
aantal van de bindingen
B
kwaliteit van de bindingen
C
de mate van verantwoordelijkheid voor elkaars welzijn
D
het gevoel een groep te zijn
Slide 9 - Quiz
Ouders die hun kinderen zakgeld geven, hen helpen met huiswerk en met hen praten over de politiek in Nederland hebben met hun kinderen een: I. affectieve binding. II. economische binding. III. cognitieve binding. IV. politieke binding.
A
Alleen I is juist.
B
I, III en IV zijn juist.
C
I, II en III zijn juist.
D
Alle antwoorden zijn juist.
Slide 10 - Quiz
Bij welk element van sociale cohesie past deze zin het beste?
"Joyce heeft 10.000 volgers op Instagram"
A
aantal van de bindingen
B
kwaliteit van de bindingen
C
de mate van verantwoordelijkheid voor elkaars welzijn
D
het gevoel een groep te zijn
Slide 11 - Quiz
Sleep de ideologie naar de juiste opvatting.
'Traditionele rolverdeling is belangrijk en daarom moet er belastingkorting zijn voor éénverdieners.'
'De vrijheid van het individu staat voorop. De overheid moet zich neutraal opstellen.'
'De overheid moet ingrijpen om de gelijkheid tussen man en vrouw en verschillende samenlevingsvormen te bevorderen.'
Confessio-
nalisme
Liberalisme
Socialisme en sociaaldemocratie
Slide 12 - Drag question
Welke visie op globalisering past bij de sociaaldemocraten?
A
Globalisering biedt meer mogelijkheden voor vrijhandel tussen landen.
B
Globalisering biedt kansen om wereldwijd te zorgen voor meer sociale gelijkheid.
C
De lokale gemeenschap moet niet vergeten worden, maar tegelijk zijn er ook kansen voor zorg voor anderen.
Slide 13 - Quiz
Ouders die kinderen zakgeld geven zodat ze zelf leren met geld om te gaan is een voorbeeld van welke dimensie van Hofstede?
A
Machtsafstand
B
(Lange/korte)
Termijn gerichtheid
C
Onzekerheidsvermijding
D
Individualisme/Collectivisme
Slide 14 - Quiz
Dominante cultuur
Subcultuur
Tegencultuur
Slide 15 - Drag question
Het geheel van kennis, ideeën en overtuigingen van waaruit iemand denkt en handelt =
A
CULTUUR
B
IDENTITEIT
C
REFERENTIEKADER
D
OPVOEDING
Slide 16 - Quiz
Om welk type binding gaat het?
'Bij deze binding gaat het om collectieve goederen en diensten, zoals school, ziekenzorg en straatverlichting.'
A
Affectieve binding
B
Cognitieve binding
C
Economische binding
D
Politieke binding
Slide 17 - Quiz
'Vaccinatiewedloop: Westerse ambities om snel te vaccineren botsen met de noodzaak van gelijkwaardige verdeling van vaccins.' Om welk vraagstuk gaat het?
A
Veranderingsvraagstuk
B
Bindingsvraagstuk
C
Vormingsvraagstuk
D
Verhoudingsvraagstuk
Slide 18 - Quiz
WELKE STELLING IS JUIST / ONJUIST?
1) Geld en kennis zijn een voorbeeld van cognitieve machtsbronnen 2) Lobbyen van grote bedrijven is een vorm van economische machtsbronnen
A
1 is juist, 2 is onjuist
B
1 is onjuist, 2 is juist
C
beide zijn juist
D
beide zijn onjuist
Slide 19 - Quiz
Het systeemmodel bestaat uit verschillende fasen. Zet de subfasen van de fase OMZETTING in de goede volgorde
Subfase 1
Subfase 2
Subfase 3
Uitvoer
Agendavorming
Beleidsvoorbereiding
Feedback
Beleidsbepaling
Beleidsevaluatie
Invoer
Slide 20 - Drag question
Dit zijn voorbeelden van
A
Rationalisering
B
Institutionalisering
C
Democratisering
D
Geen van allen
Slide 21 - Quiz
In de VS vinden veel mensen het normaal dat bij een economie recessie veel bedrijven failliet gaan. Dat risico hoort bij de vrije markteconomie
A
Individualistisch versus collectivistisch
B
Korte versus lange termijngerichtheid
C
Zwakke versus sterke onzekerheidsvermijding
D
Grote versus kleine machtsafstand
Slide 22 - Quiz
Wat is de meest passende definitie van 'dominante cultuur'?
A
De cultuur van de groep in de samenleving met de invloedrijkste politieke of economische positie.
B
De cultuur van de groep in de samenleving die vaak de grootste groep binnen een cultuur is
C
De cultuur van de groep in de samenleving die vooral masculien van aard is
D
A, B én C zijn juist
Slide 23 - Quiz
Een eeuw geleden was "zuinigheid met vlijt" een norm in Nederland
A
Individualistisch versus collectivistisch
B
hedonisme versus soberheid
C
Zwakke versus sterke onzekerheidsvermijding
D
Grote versus kleine machtsafstand
Slide 24 - Quiz
Articulatie is één van de functies van politieke partijen. Wat houdt articulatie in?
A
Het verwoorden van wat er in de samenleving leeft en dat op de politieke agenda zetten
B
De wensen en eisen van mensen worden gebundeld tot één politiek programma
C
Proberen burgers te interesseren om zelf actief aan de politiek deel te nemen
D
Het delen en discussiëren over bepaalde gedachten gangen en proberen op 1 lijn te komen met een groep mensen.
Slide 25 - Quiz
Welke (politieke) institutie(s) hebben beslisrecht over wetsvoorstellen op Europees niveau?
A
Europese Commissie en de Europese Raad
B
Het Europees Parlement en de Raad van ministers
C
De Europese Commissie en de Raad van ministers
D
Het Europees Parlement en de Europese Commissie
Slide 26 - Quiz
De 'wet tegen overspel' is in NL in 1971 afgeschaft maar in Indonesië is overspel sinds december 2022 weer strafbaar. Dit is een voorbeeld dat criminaliteit ............... is.
A
gesocialiseerd
B
gerationaliseerd
C
geïndividualiseerd
D
relatief
Slide 27 - Quiz
"Als je een sterke band hebt met je gezin, met je school en met je (niet criminele) vriendengroep heb je minder kans om crimineel te worden"; Bij welke criminologische theorie sluit dit aan?
A
Etiketteringstheorie
B
Bindingstheorie
C
Rationele keuzetheorie
D
Anomietheorie
Slide 28 - Quiz
Welke uitspraak over uitsluiting past bij 'beperkte normatieve integratie'?
A
Zij zijn aso's, ze vapen en rijden op fatbikes
B
Ik kan van mijn uitkering niet rondkomen en daarom geen gezond voedsel kopen
C
Mensen met een praktische opleiding stemmen minder dan mensen met een theoretische opleiding
D
Uit onderzoek blijkt dat mensen die recht hebben op zorgtoeslag deze vaak niet aanvragen
Slide 29 - Quiz
DE EINDSTAND
Slide 30 - Slide
Strafwerk maken bij mevrouw Koning betekende.....
A
hele lange zinnen tig keer overschrijven
B
geen idee... ik heb altijd mijn huiswerk gemaakt
C
huiswerk? hadden we dat dan?
D
mevrouw Koning? wie is dat?
Slide 31 - Quiz
Als ik later terug denk aan mijn MAW lessen dan is dat op deze manier......