This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Memo havo 2
H2. De tijd van regenten en vorsten
par. 2.5 Burgers aan de macht
Slide 1 - Slide
Leerdoelen
Ken je de begrippen en jaartallen uit deze paragraaf.
Slide 2 - Slide
Het bestuur van de Republiek
Nederland was in de 17e eeuw een republiek: uniek!
Kleine groep rijke burgers waren de baas: de regenten.
Zij hadden de macht in de steden en het bestuur van de gewesten: Gewestelijke staten.
Regenten benoemden zelf nieuwe bestuuders: macht bleef hierdoor in handen van een kleine groep rijke families.
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Slide
Het bestuur van de Republiek
Alle gewesten hadden eigen wetten.
De gewesten werkten samen in de Staten-Generaal.
Ze namen daar beslissingen over:
buitenlandse politiek,
leger en vloot,
kolonies.
Slide 5 - Slide
Het bestuur van de Republiek
Elk gewest had 1 stem in de Staten-Generaal.
Holland was het rijkste gewest: meeste invloed.
Zij betaalden het meeste aan het leger en de vloot.
Slide 6 - Slide
Het bestuur van de Republiek
Binnen de Republiek waren er 2 machtige mannen:
- Stadhouder, leider van het leger en kon soms stadsbesturen benoemen. Altijd een afstammeling van Willem van Oranje.
- Raadpensionaris (hoogste ambtenaar uit het gewest Holland) Hij adviseerde de Staten-Generaal over de buitenlandse politiek en onderhield contacten met andere landen.
Slide 7 - Slide
Regenten en stadhouder
Tijdens de Opstand tegen Spanje was de stadhouder (legeraanvoerder) erg belangrijk voor het land.
Maar na de vrede in 1648 verloor hij macht.
Hij had nog wel door willen vechten, regenten wel blij met de vrede.
Slide 8 - Slide
Regenten en stadhouder
Het leger kostte veel geld en de regenten besloten het leger te verkleinen.
Hier kregen ze ruzie over met de stadhouder.
De regenten waren niet gediend van een stadhouder die teveel macht wilde hebben.
Slide 9 - Slide
Regenten en stadhouder
Rond 1650:
Meer spanning tussen regenten en de stadhouder.
Willem II was toen stadhouder en probeerde een absolute heerser te worden.
Slide 10 - Slide
Regenten en stadhouder
Willem II arresteerde zijn vijanden en probeerde Amsterdam aan te vallen.
Het leger verdwaalde, zodat de aanval mislukt.
Later stierf Willem II na een ernstige koorts.
Slide 11 - Slide
Regenten en stadhouder
De regenten besloten geen nieuwe stadhouder aan te stellen: stadhouderloos tijdperk tot 1672.
In die jaren had de raadpensionaris van Holland, Johan de Witt, veel macht in de Republiek.
Hij was wellicht de machtigste man van de Republiek.
Slide 12 - Slide
Regenten en stadhouder
Johan de Witt bezuinigde op het landleger, maar niet op de vloot.
Die moest de handelsschepen beschermen!
Slide 13 - Slide
Het rampjaar
In 1672 begon het Rampjaar.
De Republiek werd aan 3 kanten tegelijk aangevallen:
Engeland, Frankrijk en Münster & Keulen.
Slide 14 - Slide
Het rampjaar
Redenen voor deze aanval:
Engeland wilde onze winstgevende handel inpikken.
Frankrijk wilde een groter grondgebied hebben.
Beide landen wilden de macht van de Republiek doorbreken.
Slide 15 - Slide
Het rampjaar
De Engelsen waren dus niet blij met de macht van de Nederlandse handelaren.
Zo kwamen er 3 handelsoorlogen met de Engelsen.
Slide 16 - Slide
Het rampjaar
Michiel de Ruyter won op zee van de Engelsen.
Maar de Franse koning en zijn Duitse bondgenoten bezetten in korte tijd een groot deel van de Republiek.
Slide 17 - Slide
Het rampjaar
De Fransen en hun Duitse bondgenoten kwamen tot de Hollandse Waterlinie:
Een strook onder water gezette gebieden, die Holland en Zeeland beschermde.
Slide 18 - Slide
Het rampjaar
Er brak paniek uit in de Republiek.
Raadpensionaris Johan de Witt kreeg de schuld dat het leger zwak zou zijn.
Het volk eiste dat er weer een Oranje aan de macht kwam.
Slide 19 - Slide
Het rampjaar
De regenten moesten toegeven en benoemden Willem III tot stadhouder.
Johan de Witt nam ontslag als raadpensionaris.
Slide 20 - Slide
Het rampjaar
Johan de Witt en zijn broer Cornelis kregen toch de schuld van alle problemen.
Ze werden door een woedende massa gelyncht.
Slide 21 - Slide
Schrijf 2 dingen op die je vandaag geleerd hebt.
Slide 22 - Open question
Wat vind je nog lastig?
Slide 23 - Open question
Aan de slag
Wat? Eerst ga je de tekst van par. 2.5 lezen en daarna maak je de opdrachten van par. 2.5 tot de toepassingsopdracht.
Hoe? Alleen
Hulp? Bij je buurman/buurvrouw. Kom je er samen niet uit? Dan bij je docent.