Herhaling leerstof

Herhaling leerstof
1 / 36
next
Slide 1: Slide
NatuurwetenschappenSecundair onderwijs

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Herhaling leerstof

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat is een synoniem voor 'organische stoffen'?

Slide 2 - Open question

This item has no instructions

Hoeveel bindingen kan koolstof aangaan?
A
2
B
4
C
6
D
8

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Juist of fout?
De bindingen kunnen slechts enkelvoudig en dubbel zijn.
A
Juist
B
Fout

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het verschil tussen verzadigde en onverzadigde verbindingen?

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

brutoformule
structuurformule
skeletnotatie
systematische naam
element + index
binding tussen atomen
koolstofskelet met juiste hoeken
volgorde: C-H-andere alfabetisch
uitgezonderd C-H binding
functionele groep(en)

Slide 6 - Drag question

This item has no instructions

alkanen
alkenen
alkynen
alcoholen
carbonzuren
esters
R - H
R-CH=CH-R
R-COOH
R-C≡C-R
R-COOR’
R-OH

Slide 7 - Drag question

This item has no instructions

Geef de naam van de formule.

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

Geef de naam van de stofklasse.

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Wat zijn synthetische polymeren?

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Welk proces wordt afgebeeld?
A
polycondensatie
B
polymerisatie

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Welk proces wordt afgebeeld?
A
polymerisatie
B
polycondensatie

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Welk proces wordt afgebeeld?
A
polymerisatie
B
polycondensatie

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

thermoharders
elastomeren
thermoplasten
handvaten van pannen
pet
rubber

Slide 14 - Drag question

This item has no instructions

Geef 1 probleem van het gebruik van kunststoffen.

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

Geef 1 oplossing voor het gebruik van kunststoffen.

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Hoe heten de 4 groepen die het grootste deel van de massa van een organisme bepalen?

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

Uit welke monosachariden bestaat deze disacharide?
A
2 keer glucose
B
fructose en glucose
C
galactose en glucose
D
glycogeen

Slide 18 - Quiz

Deze disacharide stelt sucrose voor.
De molecule op de afbeelding behoort tot de ...
A
sachariden
B
proteïnen
C
lipiden

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Wat zijn polysachariden?
A
enkelvoudige suikers zoals glucose en fructose
B
meervoudige suikers zoals zetmeel
C
tweevoudige suikers zoals sacharose en lactose

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

De bouwstenen van lipiden zijn ...
A
vetten
B
aminozuren
C
glucosemoleculen
D
glycerol + vetzuren

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Een fosfolipide heeft een...
A
polaire kop en polaire staart
B
polaire kop en apolaire staart
C
apolaire kop en polaire staart
D
apolaire kop en apolaire staart

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Sleep de termen naar de juiste plaats
samengevoegd 
tot
samengevoegd 
tot
di/tripeptiden
aminozuren
polypeptide

Slide 23 - Drag question

This item has no instructions

Wat stelt deze figuur voor?
A
de primaire structuur van een eiwit
B
de secundaire structuur van een eiwit
C
de tertiaire structuur van een eiwit
D
de quaternaire structuur van een eiwit

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Hoe noem je een stof die past in een enzym volgens het sleutel-slot-principe?
A
product
B
reagens
C
substraat
D
co-enzym

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Welke 2 nucleïnezuren zijn de belangrijkste?

Slide 26 - Open question

This item has no instructions

Nucleïnezuren zijn opgebouwd uit:
A
Fosfaat, glucose en thymine
B
Stikstof, fosfaat en ribose
C
Fosfaat, suiker en Adenine
D
Fosfaat, suiker en een stikstofbase

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Herhaling leerstof

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Wat zijn de twee voorwaarden waaraan reagentia moeten voldoen volgens het botsingsmodel, zodat een chemische reactie kan plaatsvinden?

Slide 29 - Open question

This item has no instructions

Juist of fout?
Als aan beide voorwaarden voldaan wordt, dan spreek je van een elastische botsing.
A
Juist
B
Fout

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Op welke 2 manieren bepaal je in de chemie de reactiesnelheid?

Slide 31 - Open question

This item has no instructions

Geef 2 factoren die de snelheid kunnen beïnvloeden.

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

reactie-energie
reactieproducten
reagentia
activeringsenergie (zonder katalysator)
activeringsenergie (met katalysator)

Slide 33 - Drag question

This item has no instructions

Snelle of trage reactie?
rijpend fruit
A
Snel
B
Traag

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Snelle of trage reactie?
vuurwerk
A
Snel
B
Traag

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Herhaling leerstof

Slide 36 - Slide

This item has no instructions