Wederkerend werkwoord

Le programme
  • De wederkerende werkwoorden
  • Opgaves van Grammaire II uit Unité 4
  • Villangues: oefenen met de gesprekjes/Unité 4 Écrire
1 / 29
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3,4

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Le programme
  • De wederkerende werkwoorden
  • Opgaves van Grammaire II uit Unité 4
  • Villangues: oefenen met de gesprekjes/Unité 4 Écrire

Slide 1 - Slide

Wat heb je nodig?
  • je laptop
  • het stukje theorie onder de tegel 'theorie' bij Unité 4 > Grammaire II

Slide 2 - Slide

De wederkerende werkwoorden
Wederkerende werkwoorden zijn werkwoorden waar in het Nederlands zich voor staat: zich wassen, zich vergissen, zich voelen, zich herinneren, zich zorgen maken, etc.

Slide 3 - Slide

Veel voorkomende werkwoorden
zich douchen - se doucher
zich wassen - se laver
zich scheren - se raser
zich opmaken - se maquiller
Sommige werkwoorden zijn in het Nederlands NIET wederkerend, maar in het Frans wel!!!!
wakker worden - se réveiller
opstaan - se lever
naar bed gaan- se coucher
tandenpoetsen - se brosser les dents
wandelen - se promener

Slide 4 - Slide

Zich wassen

Een voorbeeld: Ik was me

Bij wederkerende werkwoorden horen de dikgedrukte woorden altijd bij elkaar. Ik en me, jij en je, hij en zich etc.


Se laver

je me lave (ik was me)
tu te laves (jij wast je)
il se lave (hij wast zich)
elle se lave (zij wast zich)
on se lave (men wast zich)
nous nous lavons (wij wassen ons)
vous vous lavez (jullie wassen jullie)
ils/elles se lavent (zij wassen zich)

Slide 5 - Slide

In de passé composé

vervoegen we ALLE wederkerende werkwoorden met ÊTRE

Je me suis lavé(e)
tu t'es lavé(e)

il s'est lavé

elle s'est lavée

nous nous sommes lavé(e)s
vous vous êtes lavé(e)(s)
ils se sont lavés

elles se sont lavées

Slide 6 - Slide

Elle ... (s'intéresser)

Slide 7 - Open question

Je ... (se laver)

Slide 8 - Open question

Nous ... (s'amuser)

Slide 9 - Open question

Ils ... (se coucher)

Slide 10 - Open question

Vous ... (s'installer)

Slide 11 - Open question

Les élèves ... (se connaître)

Slide 12 - Open question

Deel 2
De wederkerende werkwoorden in de passé composé.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Ontkenning
Wat zeg de algemene regel? 
niet = ne + pas
'ne' staat voor de pv en 'pas' staat achter de pv. 
Je ne marche pas dans la rue = ik loop niet op straat
Je n'aime pas le chocolat = ik houd niet van chocolat

Slide 15 - Slide

Ontkenning
Als je een wederkerend werkwoord ontkennend maakt, komt ne tussen het onderwerp en het wederkerend voornaamwoord, en pas (zoals normaal) achter de pv. 
Je ne me couche pas = ik ga niet naar bed
Je ne me suis pas couché = ik ben niet naar bed gegaan

Slide 16 - Slide

Kies de juiste optie:
Het wederkerend werkwoord vervoeg je altijd met het hulpwerkwoord ...
A
avoir
B
être

Slide 17 - Quiz

Tu ... (se coucher, ontkennend, présent)

Slide 18 - Open question

Léa et Julie ... (s'amuser, ontkennend, passé composé)

Slide 19 - Open question

Elle ... (se reposer, passé composé)

Slide 20 - Open question

Vous ... (se présenter, ontkennend, présent)

Slide 21 - Open question

Je ... (s'entraîner, passé composé)

Slide 22 - Open question

Vertaal: Alain en Louis hebben zich geschoren
A
Alain et Louis se sont rasés
B
Alain et Louis se sont rasé
C
Alain et Louis se sont rasée
D
Alain et Louis se sont rasées

Slide 23 - Quiz

Vertaal: Adèle en Claudine hebben (zich) gedoucht
A
Adèle et Claudine se sont douché
B
Adèle et Claudine se sont douchées
C
Adèle et Claudine ont se douché
D
Adèle et Claudine ont se douchées

Slide 24 - Quiz

Vertaal: jij bent niet naar bed gegaan.
A
tu ne t'est pas couché
B
tu ne t'es pas couché
C
tu ne t'es pas couchée
D
tu ne t'est pas couchée

Slide 25 - Quiz

Vertaal: Meneer Dubon is niet naar bed gegaan

Slide 26 - Open question

Vertaal: Zij heeft zich gewassen

Slide 27 - Open question

Vertaal: Hij heeft zich niet gehaast (se dépêcher)

Slide 28 - Open question

Au travail !
Fais les exercices 18A t/m 18D + één opdracht naar keuze van 'menu au choix'

Al klaar? 
  • maken opgaves van 4.4 Écrire
  • oefenen voor Villangues

Slide 29 - Slide