This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
BS 6 Aanpassingen bij planten
Slide 1 - Slide
Aanpassingen bij planten
Aanpassingen aan een droge omgeving of vochtige omgeving
-Waslaagje -Huidmondjes -Formaat bladeren
Aanpassingen aan de beschikbare hoeveelheid licht -Zonplanten en schaduwplanten -Klimplanten
-Bladgroenkorrels
Slide 2 - Slide
Droge omgeving
Slide 3 - Slide
Droge omgeving
Planten in een droge omgeving zijn aangepast op weinig water
Waslaagje gaat verdampen van water tegen.
Ze kunnen water opslaan.
Aangepast wortelstelsel.
Huidmondjes liggen dieper
bladeren zijn behaard
Slide 4 - Slide
Cactus
Stekels tegen vraat
Laagje vochtige lucht
Schaduw
Huidmondjes in stengel
Breed wortelstelsel / lange wortels
Slide 5 - Slide
Vochtige omgeving
Grote, platte bladeren (veel fotosynthese en veel verdamping)
Klein wortelstelsel (oftewel, weinig wortels)
Slide 6 - Slide
Waterplanten in vochtige omgeving
Waterplanten zoals waterlelie:
wortels in modder ---> zuurstof via huidmondjes (alleen bovenkant blad) door luchtkanalen in stengel naar wortels.
Slide 7 - Slide
Licht
Slide 8 - Slide
Aanpassingen aan het licht
Zonplanten: kleine bladeren
Schaduwplanten: grote bladeren
Voorjaarsbloeiers: groeien op bodem van een bos
Slide 9 - Slide
Aanpassingen aan de hoeveelheid licht
Planten hebben licht nodig voor de fotosynthese. Hoeveel licht er nodig is verschilt per plant.
Slide 10 - Slide
Klimplanten
* Hebben geen stevige stengels en hebben hulp nodig om
omhoog te groeien.
* Sommige klimplanten nemen voedingsstoffen op, uit hun
gastheer.
* Hechtwortels en ranken
* Groeien snel! Hoe hoger ze komen hoe meer licht ze vangen
Slide 11 - Slide
Klimplanten
- Met hechtwortels aan muur of gastheer vast
- Sommigen nemen voedingsstoffen van gastheer op
- Groeien snel! hoe hoger ze komen hoe meer licht ze vangen
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Video
Basisstof 6 - Allemaal anders
Vraag 14
Landplanten moeten zich beschermen tegen uitdroging. Welke aanpassingen de plant doet hangt af van de omgeving waarin hij staat. Sleep de omgeving waarin de plant staat naar de juiste plant.
Vochtige omgeving
Droge omgeving
Slide 14 - Drag question
Planten hebben aanpassingen aan een lagere temperatuur in de winter.
A
Grote, platte bladeren;
B
Bovengrondse delen kunnen afsterven in de herfst
C
Soms wateropslag in een stengel
Slide 15 - Quiz
Een aanpassing van een plant uit een nat milieu is....
A
behaarde bladeren
B
een dikke waslaag
C
grote dunne bladeren
D
bladeren in de vorm van naalden
Slide 16 - Quiz
Welke aanpassing hoort bij welke soort?
blad heeft geen huidmondjes
dikke vetlaag
plant slaat geen water op
stengel is hol
stekels
groot wortelstelsel
klein wortelstelsel
Slide 17 - Drag question
Een klimop groeit omhoog, over andere planten heen. Waar is dit een aanpassing voor?
A
Voedsel
B
Mineralen
C
Water
D
Licht
Slide 18 - Quiz
voorjaarsbloeiers
Klimplanten
wortelrozetten
woestijnplanten
bloeien voordat er bladeren aan de bomen komen
zorgen ervoor dat de planten genoeg ruimte voor zichzelf hebben, zodat hij genoeg mineralen en water tot zijn beschikking heeft.
groeit langs de boomstam richting het licht.
hebben aanpassingen om waterverlies tegen te gaan.
Slide 19 - Drag question
wat is GEEN planten aanpassing om te overleven?
A
een groter blad
B
bladgroenkorrels
C
een langere stengels
D
een uitgebreid wortelstelsel
Slide 20 - Quiz
Wat is zijn aanpassingen bij planten om uitdroging te voorkomen?
A
Grote, platte bladeren
B
Kleine, dikke bladeren
C
een klein wortelstelsel
D
een groot wortelstelsel
Slide 21 - Quiz
Vieze smaak / giftige planten is een aanpassing aan: