A4 herhalen Taal 2

A4 herhalen Taal 2
Periode 3
1 / 49
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

A4 herhalen Taal 2
Periode 3

Slide 1 - Slide

Welk voorzetsel hoort hier?

Straks word ik er... aangekeken dat jullie een onvoldoende halen!
A
aan
B
met
C
voor
D
op

Slide 2 - Quiz

Welk voorzetsel hoort hier?

Hij moet boeten ... zijn daden in de gevangenis.
A
aan
B
met
C
voor
D
op

Slide 3 - Quiz

Welk voorzetsel hoort hier?

Hij heeft zich gebrand ... corruptie in die tijd.
A
aan
B
met
C
voor
D
van

Slide 4 - Quiz

Welk voorzetsel hoort hier?

Hij heeft het gehaald ... behulp ... bijles voor wiskunde.
A
met ... door
B
met ... van
C
door ... van
D
door ... met

Slide 5 - Quiz

Wel of geen hoofdletter?

Het station ... is de laatste halte.
A
'S-Hertogenbosch
B
'S-hertogenbosch
C
's-hertogenbosch
D
's-Hertogenbosch

Slide 6 - Quiz

Wel of geen hoofdletter?

Meneer ... is mijn favoriete docent.
A
P. Van Vliet
B
p. van Vliet
C
P. van Vliet
D
p. Van Vliet

Slide 7 - Quiz

Wel of geen hoofdletter?

Mijn oma heeft thuis veel echt ... blauw.
A
delfts
B
Delfts

Slide 8 - Quiz

Wel of geen hoofdletter?

Spaghetti is lekkerder met ... .
A
parmezaan
B
Parmezaan

Slide 9 - Quiz

Wel of geen hoofdletter?

Mevrouw ... ... ... ... is mijn favoriete docent.
A
Van der Holst-Chahider
B
van der Holst-Chahider
C
Van Der Holst-Chahider
D
Van der Holst-chahider

Slide 10 - Quiz

Waarvoor staat het leesteken puntkomma (;)?
A
Het zit tussen een dubbele punt en een komma in.
B
Het zit tussen een punt en een komma in.
C
Het zit tussen een dubbele punt en een punt in.
D
Het zit tussen een dubbele punt en een uitroepteken in.

Slide 11 - Quiz

Welke verwijzing hoort hier?

De politie voert ... taken goed uit, ondanks het personeelstekort.
A
hun
B
zijn
C
haar
D
hen

Slide 12 - Quiz

Welke verwijzing hoort hier?

Het Binnenhof opent ... deuren aanstaande maandag voor scholieren.
A
hun
B
zijn
C
haar
D
hen

Slide 13 - Quiz

Welke verwijzing hoort hier?

Is het meedoen aan de Ramadan tijdens de examens niet veel te zwaar voor ... ?
A
hun
B
hen
C
zij

Slide 14 - Quiz

Welke verwijzing hoort hier?

Dat ... meedoen aan de Ramadan tijdens de examens verdient veel respect.
A
hun
B
zij
C
haar
D
hen

Slide 15 - Quiz

Welke verwijzing hoort hier?

Ik geef ... veel respect omdat zij meedoen aan de Ramadan tijdens de examens.
A
hun
B
zij
C
haar
D
hen

Slide 16 - Quiz

Welke vervoeging hoort hier?

De storm ... de school.
A
verwoeste
B
verwoesde
C
verwoesten
D
verwoestte

Slide 17 - Quiz

Welke vervoeging hoort hier?

De door de storm ... school werd wederopgebouwd.
A
verwoeste
B
verwoesde
C
verwoesten
D
verwoestte

Slide 18 - Quiz

Welke vervoeging hoort hier?

Hoe kan zo'n korte storm nou een hele school ... ?

A
verwoeste
B
verwoesde
C
verwoesten
D
verwoestte

Slide 19 - Quiz

Welke vervoeging hoort hier?

Johan heeft al zijn social media-apps ... .

A
gedeleet
B
gedeleetet
C
gedeleted
D
gedeletet

Slide 20 - Quiz

Welke vervoeging hoort hier?

Ook Chris ... zijn Instagram app al jaren geleden.
A
deletete
B
deleete
C
deletede
D
delete

Slide 21 - Quiz

Welke vervoeging hoort hier?

Mariska ... wekelijks voor haar gezondheid.
A
fitnesst
B
fitnessd
C
fitnesd
D
fitnest

Slide 22 - Quiz

Welke vervoeging hoort hier?

Sterre ... het geluid van de video voor ons.
A
fixten
B
fixde
C
fixdte
D
fixte

Slide 23 - Quiz

Welk woord hoort er NIET bij gelet op verkleinvorm?

A
bom
B
pasta
C
flamingo
D
bingo

Slide 24 - Quiz

Welk woord hoort er NIET bij gelet op verkleinvorm?

A
cowboy
B
buggy
C
tafel
D
vlinder

Slide 25 - Quiz

Welke samenstelling is NIET correct?
A
geluidsscherm
B
belastingsdienst
C
stoelpoot
D
retedom

Slide 26 - Quiz

Welke samenstelling is NIET correct?
A
boekenweek
B
geluksvogel
C
plafondlamp
D
reuzenleuk

Slide 27 - Quiz

Welke meervoudsvorm is NIET correct?
A
bacterieën
B
museums
C
A3's
D
antidepressiva

Slide 28 - Quiz

Welke meervoudsvorm is NIET correct?
A
crises
B
fora
C
academicussen
D
wc's

Slide 29 - Quiz

Aan elkaar of los?
A
driehonderd achtenvijftig
B
drie honderd achtenvijftig
C
driehonderdachtenvijftig
D
die honderd acht en vijftig

Slide 30 - Quiz

Aan elkaar of los?
A
erop uit
B
eropuit
C
er op uit

Slide 31 - Quiz

Aan elkaar of los?
A
drielandenpunt
B
drie landenpunt
C
drie landen punt

Slide 32 - Quiz

Aan elkaar of los?

Je moet die blouse wat hoger ... !
A
dicht knopen
B
dichtknopen

Slide 33 - Quiz

Welke uitdrukking hoort hier?

De autohandelaar ging er niet mee akkoord dat het hoofdkantoor ... van het geld zou krijgen en hij dus weinig zelf over zou houden.
A
het meerendeel
B
het scheepsdeel
C
het leeuwendeel
D
het peperdure

Slide 34 - Quiz

Welke uitdrukking hoort hier?

... stemden de werknemers in de metaalsector in met de geringe loonsverhoging die de werkgevers voorstelden.
A
tegen hand en tand
B
tegen heug en meug
C
tegen zin en zonde
D
tegen boete en schande

Slide 35 - Quiz

Welke uitdrukking hoort hier?

Die twee broers zijn al jaren .... als gevolg van een fikse ruzie tussen hun echtgenotes.
A
dikke mik
B
als twee handen op een buik
C
als water en vuur
D
als dieven in de nacht

Slide 36 - Quiz

Welke vorm van beeldspraak zie je hier?

Poetin is een wolf binnen Europa.


A
metafoor
B
vergelijking
C
metonymia
D
asyndetische vergelijking

Slide 37 - Quiz

Welke vorm van beeldspraak zie je hier?

Poetin regeert met ijzeren hand.


A
metafoor
B
vergelijking
C
metonymia
D
asyndetische vergelijking

Slide 38 - Quiz

Welke vorm van beeldspraak zie je hier?

De schreeuwende kleuren van haar trui zeiden genoeg.
A
synesthesie
B
vergelijking
C
metonymia
D
personificatie

Slide 39 - Quiz

Welke vorm van beeldspraak zie je hier?

Ik lust eigenlijk nog wel een kopje!
A
synesthesie
B
vergelijking
C
metonymia
D
personificatie

Slide 40 - Quiz

Welke vorm van beeldspraak zie je hier?

Het gras danst in de wind.
A
synesthesie
B
vergelijking
C
metonymia
D
personificatie

Slide 41 - Quiz

Welke stijlfiguur zie je hier?

Ik vind onze nieuwe docent anders niet lelijk!
A
hyperbool
B
eufemisme
C
litotes
D
ironie

Slide 42 - Quiz

Welke stijlfiguur zie je hier?

Die sterke bodybuilders zie ik hier altijd trainen.
A
pleonasme
B
antithese
C
chiasme
D
tautologie

Slide 43 - Quiz

Welke stijlfiguur zie je hier?

We wisten dit reeds weken al.
A
pleonasme
B
antithese
C
chiasme
D
tautologie

Slide 44 - Quiz

Welke stijlfiguur zie je hier?

Schulden, steeds meer jongeren kampen hiermee sinds de opkomst van de app Klarna.
A
anafoor
B
prolepsis
C
repetitio
D
anticipatie

Slide 45 - Quiz

In welke fase van de taalontwikkeling bevindt zit kind zich?

"Pappa stout!"
A
voortalige periode
B
vroegtalige periode
C
differentiatiefase
D
voltooiingsfase

Slide 46 - Quiz

Welke termen zijn hierop van toepassing?

Mila (3) spreekt thuis met haar moeder Kroatisch en met haar vader Nederlands.
A
simultane taalverwerving
B
successieve taalverwerving
C
code switching
D
meertaligheid

Slide 47 - Quiz

Hoe moeilijk wordt de taaltoets voor jou?
Heel makkelijk
Een beetje makkelijk
Een beetje moeilijk
Heel moeilijk

Slide 48 - Poll

Heb je nog vragen over de stof die onbeantwoord zijn?

Slide 49 - Open question